Written with Love Written Speciaal

Leven in het Nu

 

Column door Simone Awhina

© mei 2011

Simone
www.justsimone.com    
Simone in La Louvesc
   

Gewoon in het Nu leven, schrijft Eckhart Tolle. Daar vind je alles wat je nodig hebt. Daar ervaar je rust en innerlijke stilte. Klinkt eenvoudig maar probeer het maar eens.

Hoe vaak gebeurt het niet dat je ergens mee bezig bent, terwijl je gedachten steeds maar weer afdwalen naar andere zaken. Dan gaat de telefoon of komt er een mailtje binnen en jawel hoor, weer ben je met hele andere dingen bezig. Weg uit het Nu. Mediteren kan je helpen om je gedachten te laten voor wat ze zijn: gedachten, in plaats van ze altijd te volgen. Om ze als wolkjes voorbij te laten drijven zonder er iets mee te moeten. Eigenlijk kun je van alles in het dagelijks leven een meditatie maken, je hoeft er alleen maar volledig bewust mee bezig te zijn. Dan kan zelfs stofzuigen of ramenlappen ervoor zorgen dat je heerlijk stil van binnen wordt, verbonden met dat wat je aan het doen bent.

Ik als doener mag mijzelf er regelmatig aan herinneren om met mijn aandacht volledig in het Nu te zijn. Ook mijn gedachten vragen, zeg maar gerust schreeuwen, om aandacht. Dan ben ik mij ook nog eens bewust van vele gedachten, dus je kunt wel nagaan wat een gekkenhuis het wordt als ik aandacht aan iedere gedachte geef. Dus ook ik ben heerlijk aan het oefenen om de gedachten gewoon voorbij te laten drijven en daar kreeg ik tijdens mijn pelgrimstocht naar Santiago de Compostela alle kans toe. Jean Louis, een wijze Fransman die ik onderweg tegengekomen ben, heeft mij een mooie tip gegeven die ik graag met je wil delen. Het fragment komt uit mijn boek ‘Ik ga op reis en laat achter.’ Laat alles even voor wat het is, haal een paar keer diep adem en breng je aandacht in het nu.

“Als ik een paar uur later op het bankje buiten zit te schrijven, komt Jean Louis bij me zitten. Ik masseer zijn voeten, we doen boodschappen en gaan naar een kerkdienst. De zusters zingen maar het raakt mij niet. Ik voel geen passie, vind het allemaal wat droog en emotieloos. Jean Louis legt later uit dat ze niet voor anderen zingen maar voor God. Ze hebben geen behoefte om in de belangstelling te staan, ze leven voor God en zijn daar bewust mee bezig in alles wat ze doen. Jean Louis heeft een tijd in een klooster in Nepal doorgebracht en zegt dat ze daar zingen om zich te verbinden met God. Het is alsof je de zorgen van de dag wegzingt en het voelt alsof je een open kanaal wordt. Ineens zing je zelf niet meer, maar zingt God als het ware door je heen. Dat heeft niets met passie te maken. Dat is Liefde.

Dit gevoel herken ik wel. Tijdens mijn concerten voel ik zoveel liefde voor mijn publiek en maakt het niet meer uit wie ze zijn of hoe ze eruitzien. De liefde stroomt gewoon en het is alsof het niet van mij komt maar van een hogere bron. Dit gaat ook weer over verbinding en ik verlang ernaar om dit ieder moment van de dag te voelen.
‘Dit is mogelijk,’ zegt Jean Louis. ‘Door steeds bewust in het nu te leven, door je bewust te zijn van ieder moment en niet met je gedachten in de toekomst of het verleden te leven.’

Herkenbaar, deze woorden.

‘Daarom draag ik deze gebedsarmband,’ zegt hij en wijst naar de armband om zijn pols. Het is zo’n zelfde soort kralenarmband als hij gisteren aan mij gegeven heeft. Ik heb de mijne de hele dag gedragen, maar weet eigenlijk niet zo goed waar hij voor dient. Ik heb Jean Louis wel vaak met de kralen tussen zijn vingers zien lopen zonder te weten wat hij doet.
‘Als je je steeds op één ding, bijvoorbeeld een kraal tussen je vingers, concentreert, dan krijgen je gedachten geen kans om overal aandacht aan te besteden,’ zegt hij. Niet overal aandacht aan besteden, dat zou best fijn zijn. Als ik iets zie, dan plakt mijn geest daar meteen een label op: dat is een boom, die man is lang, dat is een rode auto en meteen daar achteraan vaak ook een oordeel: leuk of niet leuk, fijn of niet fijn, eng of niet eng, mooi of niet mooi. En dat oordeel in je gedachten bepaalt hoe je je voelt.

Jean Louis zegt dat het juist belangrijk is om daar geen aandacht aan te schenken, want dan verlies je jezelf helemaal in je gedachten en ben je niet meer in het hier en nu. Zo wordt het onmogelijk je te richten op één ding en niets anders te zien. ‘Probeer het maar eens,’ zegt hij. ‘Hou een kraal tussen je vingers. Je kunt deze eventueel ronddraaien, en blijf daar met je aandacht terwijl je om je heen kijkt en alles ziet.’ Het duurt inderdaad niet lang voordat ik rustig in mijn hoofd word, terwijl ik mij wel bewust ben van alles wat er om mij heen gebeurt. Een vrouw loopt langs, een kind lacht, een vogel zingt, maar mijn gedachten gaan er niet meteen naartoe. Het is alsof ik helemaal terugkeer naar mezelf en verbonden ben met mijn lichaam. Mijn ademhaling wordt rustig, mijn energie begint te stromen en ik kan het zelfs in mijn voeten voelen. Ik verlies me niet in de buitenwereld en toch neem ik er volledig aan deel. En dan ineens... is het weg, ben ik de verbinding kwijt.

Martin staat voor onze neus en vertelt dat de Mesetta zijn favoriete etappe was. (hij heeft de tocht al eerder gelopen) Dit is een droge, kale vlakte en hij beschrijft het als lopen in het niets. Steeds maar hetzelfde uitzicht. Niets wat voor afleiding zorgt. ‘Na twee dagen ben je al je gedachten kwijt,’ zegt hij. Was dat niet het onderwerp van ons gesprek voordat Martin erbij kwam? Even heb ik mogen ervaren hoe dat voelt. Ik zie nu al uit naar die etappe.”