Aardse engel

Aardse engelen

De Nada Kronieken, deel 83

Roely Anema

 


De overzielen van Michael en Elias zijn lang, heel lang geleden een samenwerking met elkaar aangegaan. Gedurende lange tijd weet Michael zijn taken nog samen met zijn helpers en zonder Elias te klaren. De voornaamste missie waar Michael zich altijd mee verbonden heeft, is om mensen te helpen in het vinden van volharding en kracht, zodat zij kunnen leren hun innerlijke draak te overwinnen.

Die fase duurt tot het moment waarop hij met al zijn collega's over de hoedanigheid spreekt waarin het leven zich aan het ontwikkelen is. Ze komen met elkaar overeen dat het takenpakket van Michael uitgebreid moet worden en gezien het stadium waarin het leven zich bevindt, wordt er unaniem gekozen voor een passende samenwerking tussen Michael en een nieuwe collega. Deze collega zal de taak op zich moeten nemen om zich vanuit het licht van Michael te verbinden met het diepste duister op de aarde zonder zelf in duisternis te vervallen. Natuurlijk hebben ze daarvoor Elias al heel lang voor ogen. Het is voorbestemd; zijn hele aardse leven heeft dan ook volledig in het teken gestaan van deze specifieke taak.  

Tijdens het aardse leven was Elias zich hier nooit bewust van geweest. Hij had in de loop der jaren een sterke band met God opgebouwd en genoot respect en vertrouwen bij de mensen om zijn heldere kijk ten opzichte van zowel vriend als vijand. Inlevingsvermogen, geduld en trouw waren zijn sterke eigenschappen. Vaak, heel vaak werd hij gevraagd wanneer er bemiddeld moest worden. Maar halverwege zijn leven had hij het gedurende een periode heel zwaar gehad. Toen ontdekte hij dat hij in tijden van angst geen haar beter was dan de mensen om hem heen en was hij de voortdurende strijd naar een harmonisch leven helemaal beu.

Hij had tegen zijn grootste vriend God gezegd: “Kom mij maar halen, het is genoeg geweest, ik ben klaar mee.” Daarmee wierp hij zijn aandeel verantwoordelijkheid in het leven resoluut van zich af. Hij had een bremstruik gezocht, de struik van de dood, en was er met zijn ogen dicht onder gaan liggen. Dat het zijn tijd nog niet was werd hem echter al snel duidelijk. Een zacht briesje in zijn gezicht deed hem de ogen openen. Hij zag twee prachtige engelen met het uiterlijk van een raaf voor hem staan. Zwijgend boden ze hem voedsel aan en wezen hem de weg naar water en daarmee naar het leven.

In de dagen die volgden leerde hij heel veel. Hij zag in dat hij zijn leven toe nu toe uitsluitend benut had om een goed gevoel over zichzelf te krijgen. Onbewust had hij zichzelf voortdurend als eerste prioriteit gesteld. Hij wilde Harmonie omdat hij harmonie nodig had. Hij wilde een gelukkige samenleving omdat hij een gelukkige samenleving nodig had. Hij wilde mensen met zijn gesproken woord blij maken omdat hij het nodig had dat mensen blij met hem waren. Toen ontdekte hij voor het eerst dat hij zijn leven, ondanks zijn sterke vriendschap met God, in duisternis had geleefd.

Ja, het was hem duidelijk geworden dat er van hem verwacht werd om dit tweede deel van zijn leven vanuit het licht te leven. Voor het eerst was zijn motto: ”Niet mijn wil maar uw wil geschiedde.”

Zo was het vanaf toen ook gegaan. Tot op de laatste dag van zijn aardse leven stond het dienstbaar zijn voor hemel en aarde voorop. Dat was alleen maar mogelijk door zichzelf niet volledig weg te cijferen.

Voordat Elias zijn akkoord gaf om samen met Michael ondersteunend en begeleidend actief te zijn voor al het aardse leven, bekeken ze langdurig welk effect hun samenwerking op de ontwikkeling van de mensheid zou kunnen hebben. Het zou zeker vruchtbaar worden. Maar beiden zagen dat de mens ook toen al heel gevoelig was voor activiteiten van zijn medemens. De blindheid en doofheid voor engelen speelden ook toen al bij velen een sterk bepalende rol, totdat die in hun eigen diepst donkere dal beland waren.

Elias vertelde Michael dat hij er reusachtig veel aan had gehad dat de engelen die hem gevoed hadden in de tijd dat hij niet meer verder wilde, de gedaante van raven hadden aangenomen. Het leek hem zo vanzelfsprekend dat deze vorm van hulp blijvend zou blijken te zijn. Waarop Michael hem wist te verzekeren dat er gedurende hun samenwerking nog vele andere aardse engelen zouden zijn om, in welke vorm dan ook, begeleiding en ondersteuning te bieden. Die dienden alleen, net als Elias, eerst hun vroege aardse leven in duisternis te leven. Egocentrisch, oordelend en worstelend tussen hardheid en liefde, goed en fout, leven en dood.

En zo geschiedde. Tot op de dag van vandaag treffen we aardse engelen in werkelijk alle mogelijke vormen aan. Uitsluitend helpend, zonder eigenbelang. Ze vallen in hun gedrag niet op, hebben geen charismatisch vertoon of autoritaire neigingen. In een eerste snelle oogopslag zijn het hele normale mensen en ook hele normale dieren.

Alhoewel..., wat te zeggen van een aapje dat met een hondenpup in haar armen wegvlucht voor een hevige brand na een aardbeving? Een heuse aardse reddende engel, getekend door het voorafgaande leven én wie weet ook voor de rest van het leven door de ketting die tijdens hun vlucht nog strak om haar middel hing.

En wat te zeggen van die passieve man met het syndroom van down die het steeds weer voor elkaar krijgt om zijn medebewoner met één enkele hand op zijn arm of sussende klank direct te kalmeren?

Of dat kleine zwaar autistisch niet sprekende jongetje dat luid lachend zijn handje op de mond van ruziënde mensen legt?

Bijzonder toch wel, bijzonder dat aardse engelen allen een zodanig blijmoedig, betrokken en liefdevol karakter hebben. Ze zijn, ondanks alles...,

Engelachtig lichte wezens!