Clonfinlough

Abigail

De Nada Kronieken, deel 36


Door Hans Brockhuis


Langzaam kwam Abigail tot zichzelf. Ze merkte dat ze op de grond lag en rechtstreeks in het schijnbaar lachende gelaat van Rhiannon de Moedergodin keek. Het was volle maan! Maar het was allemaal erg verwarrend. Het ene ogenblik bevond ze zich nog in de grote keuken van Athlone castle, het volgende moment lag ze hier in de vrije natuur. Er was duidelijk een stuk uit haar geheugen gewist. Omdat het eind oktober was en nogal fris had ze het ook tamelijk koud. Verder had ze een stekende hoofdpijn, overal spierpijn en haar benen zaten vol schrammen. Kortom, ze voelde zich belabberd.

Ze ontdekte dat ze in het struikgewas van de tinne, een hulstbosje lag, met haar hoofd op een grote platte steen die allerlei tekens bevatte die ze niet kon thuisbrengen. Ze voelde eens aan haar hoofd. H’m, er zat een behoorlijke bult op die er eerst niet was. Bovendien was haar jurk gescheurd en zat ze onder de vuile vegen.

Wat deed ze hier in Godsnaam, hoe kwam ze hier? Honderd vragen spookten door haar hoofd. Ze keek eens naar de maan, maar die wist het ook niet. Een vleermuis die voorbij klapwiekte, evenmin. Toen hoorde ze de liefdevolle stem in haar hoofd, die haar al sinds het moment dat ze haar beide ouders had verloren, in een grote brand ongeveer vijf jaar geleden, in moeilijke tijden had bijgestaan.

“Maak je geen zorgen lieve kind, het komt allemaal goed. Zoals je hebt gemerkt lig je hier in een hulstbosje. Luister eens naar het timbre van wat de wind die door de takken fluistert jou te vertellen heeft. Zoals Caitlin jou heeft duidelijk gemaakt, vertellen de stekels van de tinne jou dat het feit dat jij hier verzeild bent geraakt, te maken moet hebben met de wedergeboorte van het liefdesbewustzijn in jouw hart. Tot nu toe heb je in je jonge leven niet veel liefde gekend, maar dat gaat veranderen…”

De stem zweeg, Abby stond op, klopte haar jurk zo recht mogelijk en keek eens om zich heen. Van het kasteel was niets te zien. Het landschap leek nogal vlak en moerassig. De bossen en de landerijen die ze kon zien leken op niets wat ze eerder had gezien. Ze had geen idee waar ze was, haar hoofd bonkte en ze had het koud, om van de andere ongemakken maar niet te spreken.

Even verderop liep een pad en op goed geluk begon ze te lopen. Ze passeerde via enkele stapstenen een trage beek, waar een zalm nieuwsgierig zijn kop boven water stak om te bekijken wie er langskwam. Toen ze weer de oever opstapte liep ze in het donker met haar gezicht tegen een spinnenweb aan. Hoewel ze natuurlijk goed katholiek was, wist ze dat de Keltische Godin Arianrhod verbonden is met het spinne- of levenswiel. Dat leek de woorden van de stem te bevestigen. Haar levenswiel draaide in deze bijzondere nacht overuren; er gebeurde zoveel en haar gevoel vertelde dat er nog veel meer zou volgen. Hoe meer ze binding zou krijgen met het moment van Nu, des te meer zou haar toekomst worden geopenbaard.

Haar hoofdpijn was bijna weg en ze begon zowaar schik in haar lot te krijgen. Bij een kruising sloeg ze op goed geluk linksaf. “Misschien was daar wel een hoeve of zelfs een dorp waar ze zich kon opfrissen en de rest van de nacht kon doorbrengen,” was haar redenatie.

Ze stapte stevig door in het verlaten maanverlichte landschap. Toen ze een lage heuvel had beklommen zag ze aan de andere kant een meer glinsteren. Het was er doodstil. De bomen aan de oever waren stilgevallen. Op het kleine meer was geen rimpeling te zien. Alles ademde verwachting. Abigail knielde neer en dronk. Toen hoorde ze machtige vleugelslagen. Een kleine groep ealaí, zwanen, wiekte in een grote cirkel over het kalme water, waarbij hun vleugeltoppen elkaar soms raakten. Dan vormden zij wonderschoon de een-heid, de oneindigheid van een perfecte cirkel. Abby was vol bewondering en volgde gretig de gracieuze bewegingen van deze indrukwekkende vogels.

Daar was de stem weer. “Abigail”, hoorde ze. “Wees je bewust van de ware schoonheid van deze schepsels. Ervaar de macht voor het zelf en laat die je helpen je innerlijke schoonheid naar buiten uit te dragen. Ervaar de boodschap van eenstemmigheid die hier wordt verteld, maak dat waar en verspreidt het. Hoewel je dat nog niet beseft zul jij daar heel goed in zijn”.

Abby dacht hier lang over na en toen de zwanen allang waren verdwenen merkte ze dat het in het oosten lichter werd. Een nieuwe dag brak aan en zoals zij het ervoer, het begin van een nieuw leven voor haar, want ze had al voor zichzelf uitgemaakt dat ze niet terug zou gaan naar het kasteel waar ze moest zwoegen in de keuken om het enkelingen, zoals Frederick, de Hollandse Earl van Athlone, naar de zin te maken. Vanaf vandaag zou ze andere wegen bewandelen. Ze had geen idee hoe dat zou gaan uitpakken, maar gebeuren zou het, zoveel was zeker.

Het werd steeds lichter en door een bossage van berken bereikte ze weer de weg. Ze herinnerde zich de woorden van Caitlin, die haar had verteld dat de Berk (Beith in de oude Gaelic taal) symbool stond voor vernieuwing, reinheid en zuivering. “Als dat geen bevestiging was voor wat ze zojuist had besloten”, bedacht ze, “zou ze ogenblikkelijk in een berk veranderen.” En omdat dat niet gebeurde liep ze grinnikend het pad weer op.

Even verderop stond een eenzame Els, een Fearnóg. Op een tak, die over de weg uitstak zat een raaf. Terwijl Abigail kwam aanwandelen zag ze dat de raaf haar met zijn ogen volgde. “Zal ik jou eens wat wijsheid bijbrengen?”, kraste de raaf. “Dat mag,” antwoordde Abby. Met kinderlijke overmoedigheid zei ze: “Ik kan heel veel wijsheid gebruiken want ik heb zojuist besloten dat ik Liefde in de wereld ga uitdragen. Er is zoveel ellende in Ierland dat het hard nodig is daar tegen op te treden.

“Aha”, zei de raaf. “Dat is een nobel streven, maar het kan niet zo zijn dat jij iedereen Liefde kunt gaan opleggen, want dan is het geen Liefde meer. Dan is het net zoiets als het brood en de spelen die de earl in Athlone aan de bevolking uitdeelt. Dat is geen liefde, dat is investeren in het eigen welbevinden.”

Daar moest Abby even over nadenken. Met dat soort concepten had ze zich in haar jonge leven nog nooit beziggehouden. Ze hielp Caitlin met het koken van de maaltijden, kreeg af en toe op haar donder en soms complimentjes van deze matrone, maar dat was dat. Dit was heel andere koek. Toch besefte ze wel dat er iets in haar denken moest veranderen. “Raaf, wil je mij leren wat liefde is?, vroeg ze. “Nee dat wil ik niet”, was het botte antwoord. “Vraag dat maar aan de vos die daar aankomt.”

De raaf vloog weg en Abby keek om. Een rode vos liep op haar toe. Het dier aarzelde en wendde zich toen naar haar toe.

“Hallo Abigail”, zei de vos. “Ik hoor van de raaf dat je wilt weten wat liefde is. Maar daar is deze vorm niet geschikt voor.” De vos verzamelde een aantal bladeren, samen met de mannelijke en vrouwelijke katjes die vanuit de elzenboom op de grond waren gevallen. Met zijn bek gooide hij ze in de lucht en ging er vlug onder staan. En terwijl Abby met grote ogen toekeek, veranderde de prachtige vos in een jonge monnik in zijn grauwgrijze pij.

Hij droeg het symbool van het Hoge Kruis. Zij kende dat symbool wel. Het werd gedragen door de monniken van Clonmacnois, het grote kloostercomplex aan de boorden van de Shannon, op ongeveer 10 mijl bezuiden Athlone.

“Dia duit”, groette de monnik. “Is mise Thomas; Cén-t-ainm atá ort, cé as thú?” De man sprak Gaelic.
Dia's Muire duit; mise Abigail, is as Baile Átha Luain; spreek je ook Engels?”

“Natuurlijk, maar ik dacht…” Hij maakte zijn zin niet af en keek besmuikt naar haar kapotte kleren. “Jij ziet er niet op je voordeligst uit”, constateerde hij.
“Dank je voor het compliment”, daagde ze hem uit. “Jij mag dan wel een monnik zijn, maar met die grauwe pij steel jij ook niet bepaald de show. Hoe komt het dat jij je in een vos kunt veranderen?”.

“Dat, mijn lieve kind, is het geheim van de koopman. Ierland zit vol magie en illusie; daar zul je het voorlopig mee moeten doen. Bedenk maar dat de vos je kan helpen om onafhankelijkheid in je gedachten te ontwikkelen en vertrouwen in je beslissingen. En dat is waar het hier om gaat, waar of niet?. Als vos vond je me mooi, als kloosterling niet, maar wat doet uiterlijk ertoe als het om liefde gaat, toch?”

Ze moesten allebei lachen en Abby vertelde haar verhaal aan de jonge kloosterling. Hij nam haar mee naar het klooster, waar zij liefderijk werd opgenomen in het opvanghuis voor vrouwen dat ook tot het complex hoorde. En om een lang verhaal kort te maken. Abigail van Athlone groeide op, leerde alles over de liefde en samen met Thomas, die voor haar het klooster verliet, trokken zij door Ierland om als een soort barden geloof, hoop, liefde en een vleugje magie, te verspreiden onder het noodlijdende Ierse volk.

Epiloog

Ongeveer 360 jaar later, in het najaar van 2005, bezoeken Ada de Koning en haar vriend Tom Dubbeldeman Ierland. Ze hebben in Larne voet op Ierse bodem gezet en merken de gastvrijheid op van de Ierse bevolking in de Bed & Breakfast gelegenheden waar ze hun nachten doorbrengen.

Na hun rondrit door zowel Ulster als de Ierse republiek verblijven zij een nacht in Ballinasloe en bezoeken de volgende dag Athlone castle, waar Ada, tijdens de rondleiding, vooral getroffen wordt door de bekrompenheid en de benauwdheid van de keuken. Het wekt bevreemding op dat gedurende de periode 1630-1844 er 10 Earls van Athlone zijn geweest, allemaal uit de Nederlandse familie van Rheede-Ginckel, alternerend luisterend naar de namen Godard, Frederick, Renaud, George en William.

Vervolgens bezoeken zij de z.g. Clonfinlough stone, volgens de beschrijving een groot rotsblok, plat op de grond liggend middenin een veld, en waarop een aantal motieven zijn aangebracht, zoals kruisen en iets wat lijkt op een Griekse letter, die geïnterpreteerd zouden kunnen worden als representaties van menselijke figuren.

Ada krijgt wanneer ze dat ziet een visioen waarbij ze op deze steen zou liggen, omgeven door de takken van een hulststruik. Ze krijgt onmiddellijk hevige hoofdpijn, die weer verdwijnt als ze de auto instappen. Twintig minuten later, nadat ze een klein meer zijn voorbijgereden die er ondanks de wind onwaarschijnlijk kalm bijligt, arriveren ze bij de restanten van het Clonmacnois klooster, waar ze een uitgebreide rondleiding krijgen en waar zowel Ada als Tom steeds hevige déjà vu gevoelens ontvangen. Later op de middag stappen ze een beetje dizzy van al deze ervaringen weer in de auto en reizen af voor hun laatste stop in Dun Loghaire. De volgende morgen zullen zij met de veerpont afreizen, terug naar Nederland.