Athor

De Nada Kronieken, deel 7

©  Hans Brockhuis


Mijn naam is Athor en ik ben wat jullie mensen een dolfijn noemen. Nu is die naam dolfijn naar mijn mening niet zo erg goed gekozen want het dekt de lading niet. De vibraties van dat woord, sluiten niet aan bij die van de naam die mijn volk aan ons ras heeft gegeven. Wij noemen onszelf Altea en nu weet ik wel dat er ook volkeren van die naam op de planeet Aarde en elders leven en hebben geleefd, die het uiterlijk van humanoïden hebben of hadden; wij zijn op dit moment de erfgenamen van het Altea-ras op de wereld die jullie Aarde en wij Water noemen. 

Momenteel leef ik in een beschutte baai in een deel van de wereld met een prettig klimaat. De zon schijnt bijna altijd, wat prachtige kleurnuances oproept in de bovenste lagen van de zee, vlak onder de grens waar het water ophoudt en de lucht begint. Op deze prachtige plek trek ik mijn baantjes, geflankeerd door een enorme variatie vissen, waarvan de één nog fantastischer gekleurd is dan de ander. In alle soorten en maten trekken zij voorbij en omdat ik ook moet leven komt dat sommigen niet zo goed uit want die gebruik ik dan voor mijn maaltijd. Merkwaardig genoeg is de mate van kleuring niet evenredig aan de smakelijkheid van een gegeven soort, maar ik weet ze er wel uit te pikken! 

Verderop bevinden zich koraalriffen en tegen één daarvan ligt het wrak van een houten schip langzaam te vergaan. Het is de woonplaats voor een groot aantal zeedieren. Zo nu en dan komen er een paar van mijn neven, de haaien, voorbij die groot tumult veroorzaken in de atol, maar die behalve dat zij zichzelf ook van hun dagelijkse portie voedsel moeten voorzien, nauwelijks kwaad aanrichten. Waarom zouden ze ook. Voedsel genoeg, zover oog en radar reikt, dus waar zou je je druk over maken. Iets verderop hebben de mensen een steiger gebouwd die een eindje de zee insteekt en hier leggen de vissersvaartuigen van het eiland aan, om hun dagelijkse vangst aan land te brengen. De vissers zijn vriendelijke mensen en ook zij zijn slechts uit op het verzamelen van voedsel, hoewel de tonijnen die hier ook leven, daar weinig boodschap aan hebben, want zij zijn het die door de vissers worden gevangen. Overdag, wanneer de boten op zee zijn, komen de kinderen bij de steiger spelen en soms, als ik daar zin in heb kom ik onder hen doorzwemmen en duw met mijn snuit tegen hun voeten die ze vanaf de steiger in het water laten bungelen. Met veel misbaar vallen ze soms in het water en dan hebben we veel schik.

Mijn leven is niet altijd zo goudviskleurig geweest als momenteel. Ik ben hier ver vandaan geboren in een gebied waar het water veel kouder is en waar de zon slechts zelden schijnt. Mijn eerste levensjaren heb ik in de nabijheid van mijn moeder en vader en een aantal andere familieleden doorgebracht en wij besteedden onze tijd met heen en weer zwemmen van de noordelijke naar de zuidelijke zomer. Het was geloof ik niet zo erg de bedoeling dat ik in de koude tijd ter wereld ben gekomen maar dat was nu eenmaal zoals het gebeurde en in het begin had ik veel moeite om de kudde bij te houden. Iedereen deed wel zijn best om mij door middel van opduwen of door me tussen hen in te klemmen vaart mee te geven, maar het was toch een allesbehalve gemakkelijke tijd. Aan de andere kant; van ontbering wordt je sterk en dat kwam mij later heel erg van pas.

Tegen de tijd dat ik volwassen zou worden kreeg ik het oog op een jong wijfje van een passerende kudde. Zij heette Emerald en die naam hoorde helemaal bij haar. Wat was ze mooi. Ik was verliefd tot over mijn sonar! Zodra ik al denk-pratend contact met haar maakte wist ik dat zij mijn gezellin zou worden. Zij wist dat ook, maar het kostte toch geruime tijd om haar ervan te overtuigen dat ik de juiste voor haar was. Dat kan ik me ook wel voorstellen want wanneer zij voor mij zou kiezen, betekende het dat zij haar eigen kudde zou moeten verlaten om zich bij die van ons aan te sluiten. Later zouden wij een eigen kudde gaan vormen omdat dat nu eenmaal de manier is waarop wij Altea met het leven omgaan. Zoals ik zei was ik lichamelijk nogal sterk. Een prachtige demonstratie daarvan overtuigde Emerald er tenslotte van dat ik de ware voor haar was en zo geschiedde het dat zij en ik het ritueel van de echtverbintenis met elkaar aangingen en in de tijdelijk met elkaar optrekkende kuddes werd een groot feest gevierd, want zij en ik waren niet de enigen die op die tijd en plaats trouw aan elkander zwoeren.

Emerald raakte spoedig zwanger en zolang dat het geval was, week ik niet van haar zijde. Ik sloofde me uit om de lekkerste hapjes voor haar te verschalken, maar dat viel niet mee, want haar hormoonhuishouding was danig in de war en ze vond bijna niets meer lekker. Dat weerhield ons niet om veel samen te zijn en we lieten ons keer op keer ver van de groep afleiden om datgene te doen waar we geen pottenkijkers bij nodig hadden. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Op een kwade dag bevonden wij ons in een mooie baai, waar voor de ingang opeens een vissersboot verscheen die het op ons voorzien had. Het lukte ons niet om weg te komen, want op de een of andere manier was onze sonar ontregeld en door de paniek wisten we niet meer welke kant we uitmoesten. 

Om een lang verhaal kort te maken. Emerald werd vanuit de boot met een harpoen beschoten en schreeuwend van pijn werd zij de boot ingetrokken en aan haar staart opgehangen in de mast. Wat het ergste was, dat ik er helemaal niets aan kon doen. Schreeuwend van pijn en angst hing ze daar maar en ik was machteloos. Mijn aanvallen tegen de boot haalden niets uit en ik kon alleen maar naar Emerald denk-praten dat zij moest volhouden, dat zij niet de moed moest opgeven en dat het allemaal goed zou komen. Ik had gemakkelijk praten, want ik hing daar niet en ik kon tenslotte zien dat zich de levensgeesten uit mijn lieve vrouw terugtrokken. Toen kreeg ik de grootste schok te verwerken uit mijn hele leven. Door angst en frustratie werden bij Emerald de barensweeën opgewekt en op het moment dat zij stierf werd onze dochter geboren. Vanaf de hoogte van de mast kletterde ze op het dek. Ik sprak vanuit de verte mijn dochter moed in maar ook zij had natuurlijk geen enkele kans en geleidelijk kwam ik tot het besef dat het zinloos was en dat in één klap mijn hele wereld was ingestort. Lange tijd bleef ik de boot volgen maar het had geen zin. Emerald en onze dochter waren teruggegaan naar Altea en ik was alleen.

Verdwaasd zwom ik maandenlang rond en besefte dat wat ik had meegemaakt wellicht met karma van doen had. Op de een of andere manier moest ik het zien op te ruimen. Maar hoe? Uiteindelijk vond ik een beetje rust in deze baai. Vaak moet ik terugdenken aan het vreselijke voorval en het heeft lang geduurd voordat ik vrede vond in mijzelf en mijn haat ten opzichte van de mensheid die ons dit had aangedaan, af te kunnen vlakken en een begin te maken met het vinden en zenden van vergiffenis aan deze moordzuchtige soort in het algemeen en die van de moordenaars van mijn vrouw en kind in het bijzonder. 

Uiteindelijk heb ik die vergiffenis gevonden. Het gebeurde door een... mens! Een vrouwelijk exemplaar was op het atol neergestreken. Zij had zich verdiept in het leven van onze soort en wilde niets liever dan met mij in contact komen. Zij had van de vissers gehoord dat ik in deze baai woonde en nooit erg ver was en altijd bereikbaar. In het begin had ik helemaal geen zin in de toenaderingspogingen van deze vrouw, die zichzelf Emy noemde. Een naam met een vibratie die erg dicht bij die van Emerald kwam. Maar geleidelijk liet ik mijn schroom wat varen en tot mijn stomme verbazing bleek zij ook te kunnen denk-praten, iets wat ik nog nooit eerder bij een van haar soortgenoten was tegengekomen.

Emy leerde mij heel veel dingen over haar en mijn eigen soort. Geleidelijk  wist zij mijn vertrouwen te wekken en zij was het die met mij over vergiffenis sprak en over eenheid en liefde. Emy leerde mij dat het goed voor mij zou zijn om de mensen die mij mijn vrouw en kind hadden afgenomen te kunnen vergeven, want wanneer dat niet gebeurd zou zijn, was ik nooit in deze vredige baai terechtgekomen en had ik nimmer Emy leren kennen en was het niet mogelijk geweest om de kinderen van het eiland met mijn snuit al schaterend in het zilte nat te doen belanden! 

Eerst had ik mijn aarzelingen omtrent Emy’s benadering. Ik werd mij ervan bewust dat ik in vorige levens ongetwijfeld ook van die ellendige dingen had gedaan die ertoe hadden geleid dat mijn Emerald en mijn dochter het leven op zo’n afschuwelijke manier achter hadden moeten laten. Ik had niet eens een begin gemaakt met het afbetalen van mijn schulden! Maar dan zei Emy dat ik vooral door moest gaan. Alle bewoners van het eiland zouden altijd liefdevol jegens mij zijn en respect voor me hebben. Nochtans zou het goed zijn wanneer ik in staat was om de knop om te draaien en er bewust voor te kiezen om rigoureus een eind aan deze gedachten te maken. Ik had mijn portie lijden wel gehad en mijn verlichting zou er voor zorgen dat ik dit niet langer nodig zou hebben. Wanneer ik die keuze zou hebben gemaakt, zou het karmische wiel onmiddellijk stoppen, zo verzekerde ze me.

Nu, op het eind van mijn leven, ben ik dankbaar dat ik dit allemaal heb geleerd. Kortgeleden heb ik mijn keuze gemaakt en de volgende dag zwom er een prachtige oude Altea de baai in. Annika heet ze en ze heeft ook een heel leven achter de rug met prachtige en minder goede momenten. Samen praten we over het leven. We spelen verstoppertje met de kinderen op de steiger en we hebben afscheid genomen van Emy, die haar onderzoek had beëindigd. Natuurlijk zal ik Emerald nooit vergeten, maar ik heb kunnen vergeven en spoedig zal het ook voor mij en voor Annika tijd zijn om terug te gaan naar de bron en dan zal ik weer aan Emeralds zijde door het water scheren. Hier in mijn paradijs levend, kijk ik uit naar die dag dat ik met haar verenigd zal worden en wij ons samen door het Alteaanse paradijs kunnen spoeden.