Devi

 

Devi

De Nada Kronieken, deel 10
© 2002 'Running Fox' (Met dank aan ArjunA)

Hans Brockhuis

 


Om bhur buvat sva
Tat savitur varenyam
Bargo Devasja di mahi
Di jojo na prachodayat

Fietsend door het Hollandse polderlandschap zong ik met luider stemme - als er niemand anders in de buurt was - deze prachtige mantra. Hoe vaak weet ik niet meer want ik was al spoedig de tel kwijtgeraakt. Ik keek om me heen en was als altijd weer verrast door de verscheidenheid van natuurwaarden die het op het eerste gezicht zo eentonige polderlandschap tevoorschijn kan toveren.

De bossages, de waterpartijen, de vele soorten groen. En dan de bevolking van dat landschap. De koeien, de hazen, de vele vogels. In de verte de duinenrij die allengs dichterbij kwam en waar ik tenslotte tussen de bomenrijen, beuk en eik, terechtkwam, die mij weer op andere taferelen uitzicht gaven, zoals een klein duinmeer, waarvan de randen begroeid waren met vooral duindoorn. Tenslotte arriveerde ik in de grote stad en behalve verkeer en gebouwen en drukte bruist ook de stad van leven, en dan bedoel ik niet alleen het menselijke leven.

Ik besloot bij een cafetaria wat etenswaren te kopen om dat op te gaan eten op een bankje, iets verderop, met uitzicht op de drukke verkeersweg. Geen bijzonder inspirerende locatie, maar het was beter dan niets, want ik was moe en hongerig.

Voorzien van eten en drinken wandelde ik naar het bankje dat ik had uitgezocht en tot mijn verrassing zat daar een prachtige jonge vrouw, die er zoeven nog niet had gezeten. Ze was verdiept in een boek, maar keek op toen ik aanstalten maakte om naast haar te gaan zitten.
"Hallo", zei ze met een twinkeling in haar ogen. "Ga zitten, je zult wel moe zijn na die lange tocht."

Verbaasd bedacht ik hoe zij dat kon weten, maar ik zei haar gedag en merkte op dat het buitengewoon mooi weer was. Een dooddoener, ik wist het, maar ik kon op het moment niets anders bedenken. Deze vrouw was van een zo ondefinieerbare fragiele schoonheid dat het bijna beangstigend was.

Ik ging mijn patat-mèt opeten en de vrouw dook weer in haar boek en een tijdje zei geen van ons beiden verder iets. Maar opeens begon ze weer te spreken.
"Ik heet Devi", zei ze en stak haar hand naar me uit die ik schudde terwijl ik haar mijn naam vertelde.
"Ja, ik weet hoe je heet", was het antwoord. "Ik weet ook dat je op je tocht hierheen zo hebt genoten van alles wat groet en bloeit en ons altijd weer boeit". De verwijzing naar Drs. Fop. I. Brouwer leek me nogal vergezocht voor een zo jong iemand als zij, maar ja, deze persoon leek wel meer te weten wat niet gebruikelijk was.

"Ja, daar kijk je van op, nietwaar?", zei ze. "Je moet weten dat ik je ben gevolgd op je tocht en allerlei gedachtenflarden van je hebt opgevangen terwijl je door het landschap peddelde. Je zong van Om bhur buvat, weet je nog?" "Ja of ik dat weet", antwoordde ik, "maar er was toch echt niemand in de buurt, daar heb ik wel voor gezorgd. Ik hou er niet van om voor paal te staan." Ja-ja, al fietsend voor paal staan; mijn woordkeus was weer geweldig, bedacht ik intussen.

"Zoals ik zei, heet ik Devi," antwoordde ze met een magnifieke glimlach. "In het dagelijks leven ben ik een Deva, zoals ook in je mantra voorkomt. Denk er maar eens over na." Dat deed ik en in gedachten reciteerde ik de Gayantri Mantra, een van de oudste en heiligste mantra's uit India. En inderdaad, 'bargo Devasja', daar was het. Nooit bij stilgestaan. Ik wist natuurlijk wel wat van Deva's in het algemeen en dat Devi de vrouwelijke vorm daarvan is. Terwijl ik naar mijn bankgenote keek en naar haar transparante uitstraling en rode haren - ze had iets Iers over zich - kon ik me er ineens wel iets bij voorstellen dat zij uit het Deva-rijk afkomstig was, tijdelijk getransformeerd naar iets wat op homo sapiens leek. Maar dan de mooie, zachte soort; je-weet-wel .

"Dank je voor het compliment", zei Devi met een glimlach. Ik kleurde en bedacht dat ik meer op mijn gedachten zou moeten letten bij iemand die er geen moeite mee had om te weten wat er in iemands hoofd omging. Maar dat liet ze voorbij gaan want ze zei: "Je zou wel wat meer over de devische rijken willen weten, is het niet?"

De wereld om mij heen was merkwaardig geruisloos geworden. Ik hoorde of zag de voorbijrazende auto's niet meer. Zij en ik zaten in onze bubbel van stilte en niets anders dan wij tweeën en haar verhaal, was nog belangrijk.

"Luister", begon ze. "Je hebt wel eens gehoord van de Elementalen die als hoeders voor de natuurrijken optreden. Het bewustzijn van deze natuurgeesten is nog niet in staat om met de mens te communiceren. Met deze Elementalen werkt men in Perelandra / Virginia en Findhorn / Schotland samen om de omgeving zuiver te houden. Maar er zijn ook Deva's met een hoger bewustzijn. Dat reikt helemaal tot aan het bewustzijn van de aartsengelen!"

"De Elementalen werken in groepsverband, terwijl de hoogst ontwikkelde Deva's vaak individueel functioneren. Zij van water, vuur, aarde en lucht, worden Elementalen genoemd. Daarnaast zijn er Deva's die als het ware dorpen, steden, gebergten, vlakten, meren, zeeën en rivieren onder hun hoede hebben. Wij kunnen heel klein zijn, maar ook onnoemelijk groot, want alles is relatief zoals je weet. Gelukkig is het zo dat er de laatste jaren steeds minder Deva's nodig zijn op al dat groen in de gaten te houden. Er staan steeds meer mensen op die taken van Deva's en Engelen gaan overnemen. Denk maar eens aan de mensen met zogenaamde 'groene' vingers. Bovendien heb je zelf ergens geschreven over je contact met de vliegden in je achtertuin. Diens Deva heeft zich inmiddels teruggetrokken, omdat hij wist dat jij in staat bent om goed voor de boom te zorgen!". "Oef", was het enige want ik kon bedenken op deze woorden.

"Er is een enorme variëteit in de devische rijken, van de eenvoudige, eerbiedwaardige hoveniers van Gods Schepping tot machtige wezens die Moeder Aarde helpen in haar geestelijke groei."

"De Deva's met hoger bewustzijn kunnen verbaal, zoals wij, communiceren met de mens, zoals wij dat nu doen.. De Elementalen kunnen jullie slechts een bepaald gevoel geven dat neerkomt op een simpel ja of nee. Maar het kan evengoed een gewaarwording zijn van kippenvel of een merkwaardig gevoel van onverklaarbare warmte of koude, enthousiasme of verdriet. De mens is niet meer gewend om op dergelijke subtiele manieren van communicatie te reageren."

"Iedereen kan ons zintuiglijk waarnemen, zien, horen, voelen of ruiken. Alles is mogelijk. Je kunt ook intuïtief weten dat we er zijn. Dat geldt ook voor de verschillende devische manieren van communicatie. Soms laten we je beelden zien, of laten we je iets voelen of weten."

"Toen je onderweg langs het duinmeer kwam heb je met heel je hart uitgeroepen - 'O, wat een prachtig meer!' Je was op dat moment onbewust afgestemd op het Wezen van het Meer; de plaatselijke Deva."

"Er zijn Deva's die het menselijk stadium voorbij zijn. Taal is voor hen niets bijzonders. Het gaat erom je te kunnen en durven openstellen voor het communicatieniveau van alle devische rijken. Overigens wachten de Deva's, net als de Engelen en Aartsengelen al heel lang op een vruchtbare samenwerking met de mensheid, en zoals ik eerder zei, is daar nu een begin mee gemaakt."

Om te zeggen dat ik onder de indruk was, is een understatement. Ik zat hier nu wel met haar te communiceren, maar ik wist dat dit een uitzondering was. Daarom vroeg ik haar: "Hoe kunnen de mensen zich afstemmen op jullie?"

"Het is zo schrikbarend eenvoudig", antwoordde ze, dat je het nauwelijks zult geloven: VRAAG EN WEES STIL; STEM AF OP DE KOSMISCHE DRAAGGOLF! Je kunt het horen ruisen in je oor. Het is analoog aan het afstemmen van je radio. Als je de knop of de schuif een fractie te ver duwt is er alleen maar geruis. Schakel de ratio, de linkerhersenhelft, uit en voel! In die stilte kan een gedachte binnensluipen die, hoe ongerijmd soms ook, je antwoord is."

"Vaak spreken wij in beelden of symbolen. Maak het je niet moeilijk. Het eerste dat in je opkomt is meestal het juiste. Communiceren met het devische rijk is net zoiets als een relatie, een verwantschap beginnen. Je kunt na verloop van tijd, de verschillende persoonlijkheden van elke Deva leren onderscheiden. Sommige zijn kort en bondig, anderen zijn aardig, en weer anderen presenteren hun ideeën razendsnel. Ik doe het op deze manier, door mij als mens aan je kenbaar te maken. Maar in het algemeen kun je leren de individuele trilling te herkennen, alsof het onze energetische handtekening is. Zo leer je te onderscheiden welke gedachten van jou zijn en welke indrukken van ons komen."

"Kijk om je heen, naar de 'werkelijkheid', zoals jij deed op je tocht door de polder. Een andere manier waarop wij met jullie in gesprek gaan, is door middel van veranderingen in de 'werkelijkheid'. Een plotseling opkomend briesje, een bord langs de weg die je ineens een (klinkt als) aanwijzing geeft, of een groep vogels die overvliegt op een cruciaal moment. Je hebt de twee hazen gezien die een tijdje met je mee holden in het weiland naast het fietspad. Ook een plotseling tijdsverschil kan op een dergelijke communicatie duiden.

"Maar genoeg gepraat. De zon begint onder te gaan en het wordt tijd voor je om terug te gaan naar huis. Dank je wel dat je naar me hebt willen luisteren, en als het je uitkomt, schrijf het eens op en probeer het aan anderen door te geven. Het ga je goed."

Even keek ik naar mijn patat die koud was geworden en wilde haar bedanken voor al haar wijze lessen. Maar ze was verdwenen en ik werd mij weer bewust van het verkeer dat voor mij langs bulderde. Ja, het was tijd om naar huis te gaan en om alles te verwerken wat ik die middag had geleerd.

"Dank je wel", zei ik tegen de lucht op de plaats waar zij had gezeten, maar ik hoorde niets meer. Een windvlaagje beroerde mijn haren en een koude rilling streek langs mijn ruggengraat en ik wist dat het Devi was die afscheid van me nam. Toen ik weer thuis kwam keek ik vluchtig op mijn horloge en zag dat er slechts een kwartier was verstreken sinds ik uit de grote stad was vertrokken. Op de heenweg had ik er tweeëneenhalf uur over gedaan…