Eenheidsbewustzijn by Janosh

Eenheidsbewustzijn - by Janosh

 

EEN-HEID

De Nada Kronieken, deel  6

©  Hans Brockhuis - 2002

 

Het is prachtig weer. Niet te warm, niet te koud en weinig wind. Ik zit op een bankje in het park. Het is niet zomaar een bankje, maar staat op mijn favoriete plek, onder een prachtige oude eik. Een vlinder strijkt neer, vlak voor mijn voeten. Zijn fantastisch gekleurde vleugels, zwart, bruin en oranje stralen me tegemoet. Gedurende negen hartenkloppen blijft hij fladderend met zijn vleugels voor mij zitten en vertelt mij vluchtig over eenheid. Dan vertrekt hij weer. Wat is deze kleine vlinder uitmuntend en wat heeft hij mij willen vertellen? In die korte tijdspanne dat hij zich binnen mijn gezichtsveld bevond, sprak hij boekdelen tot mij over de omgang van schepsels in het algemeen met elkaar en die van mensen in het bijzonder. 

Opnieuw een vlinder, een witje ditmaal, die driemaal voorbij fladdert maar niet neerstrijkt. Ook deze schijnbaar zo eenvoudig gekleurde vlinder vertelt mij dat er zoveel goeds in de mensheid te onderkennen valt, zodat het als je je best doet, moeilijk wordt te bedenken dat er toch nog zoveel haat bestaat tussen de mensen onderling. Een haat die voornamelijk gestoeld is op angst en onwetendheid. Neem nu deze twee vlinders. De een zo prachtig gekleurd; het ander volledig wit. Toch belichamen deze twee voor ons zo nietige wezens de liefde die er heerst tussen hen, een liefde die de mensheid ook voor elkaar zou kunnen voelen. Want zijn we niet allen één?

Als om mijn gedachten te staven, komt van links de donkere vlinder weer aanvliegen; van mijn rechterkant de witte. Een ogenblik fladderen zij om elkaar heen en schijnen voor even één geheel te zijn. Licht en donker zijn door de snelle bewegingen van de schepsels werkelijk versmolten tot een eenheid, zowel in kleur als in uiterlijk. Ze benadrukken op deze wijze nog eens dat wij allen werkelijk één zijn, ondanks onze uiterlijke verschillen, ondanks onze angsten, onzekerheden en schijnbare tegenstellingen. Een leeuwerik jubelt en is mét mij blij dat het zomer is. De bomen om mij heen stralen en vertellen mij dat zij gezond zijn en goed worden verzorgd door de regen die regelmatig valt en door de zonneschijn. Zon en regen zijn onontbeerlijk voor ons allen, maar zeker ook voor deze schijnbaar roerloze wezens.

Zo roerloos zijn deze wezens ook weer niet want ik zie dat de grote tak waaronder ik zit, zichzelf onafhankelijk van de andere takken, enkele meters omlaag beweegt en ik realiseer me dat de boom mij groet! Hier wordt ik echt stil van en wanneer ik mijn gedachtenveld uitbreid en de frequentie ervan in overeenstemming breng met die van de boom, ontdek ik dat deze reus, die al zoveel langer op deze Aarde existeert dan ik, mij iets te vertellen heeft. Ik ga er eens goed voor zitten, want dit is voor het eerst dat ik werkelijk met een boom praat.

“G-o-e-d-e-m-o-r-g-e-n”, schijnt te boom te zeggen met een heel laag timbre. Het tempo waarin dit we-Zen communiceert is inderdaad enkele versnellingen lager dan wat ik gewend ben. 

“Ik merk, dat jij wat wilt leren omtrent de eenheid die mensen zouden moeten opbrengen ten opzichte van elkaar?”
“Eh, ja”, antwoord ik. “Ik affirmeer elke dag dat ik open sta voor nieuwe inzichten, dus dat valt daar waarschijnlijk ook onder”.

“Welnu”, is het antwoord. “Probeer net als ik je wortels diep de aarde in te laten priemen, want je zult een goede aarding nodig hebben voor wat ik je ga vertellen”.

“Dat is goed, eh, o.k., ik ben zover, steek maar van wal”. Een onmogelijke opgave voor een boom, besef ik als ik mij realiseer wat ik heb gezegd. Maar het is natuurlijk niet letterlijk bedoeld.

“Ha, ha,” buldert de boom. Zijn stam lijkt werkelijk enigszins te schudden. “Je zou eens moeten weten hoeveel van mijn soortgenoten ooit van wal zijn gestoken als mast of als romp of roer van een van de grote windjammers. Maar dit terzijde. Het gaat hier over eenheid, zoals je hebt begrepen. Ik weet dat je op zoek bent naar de ware gedachten die ten grondslag liggen aan het begrip eenheid. Het zal niet eenvoudig zijn om je dat duidelijk te maken want het is een gecompliceerd begrip.

Op het eerste gezicht lijkt het niet zo moeilijk. Immers, is eenheid niet datgene wat je wilt nastreven om je leven gelukkig en volslagen te maken. Het samenleven met een partner, geeft een rechtschapen gevoel van eenheid. Dat is tenminste datgene waar beide partners naar streven. Maar helaas lukt dat niet altijd en verwordt het streven meer naar iets wat lijkt op eenheid met jezelf. Daarbij eigen je jezelf zoveel mogelijk voorrechten, gunsten en bezittelijkheden toe. Wanneer dat gebeurt zonder dat je afbreuk doet aan de ander, is daar weinig tegen in te brengen, maar wanneer dat gebeurt ten koste van iemand, wordt het een heel ander verhaal. Zoals je zojuist hebt ontdekt, is werkelijke eenheid iets dat je mét elkaar leeft. Met je partner, met je familie, met je vrienden en kennissen, met iedere ziel die zich op deze Aarde en in dit Universum bevindt. Daar stapelen de moeilijkheden zich op, want ieder heeft zijn eigen lichaam, ieder heeft zijn eigen huidskleur, culturele verworvenheden, behoeften, hang naar macht, hebzucht, of wat dan ook dat de eenheid in de weg staat. Bovendien komt ook nog oordeel om de hoek kijken. Oordelen we niet allemaal over ieder ander. Altijd en overal? Ja, ik hoor je al denken, dat overkomt mij niet, maar kijk eens in je hart. Je probeert het misschien wel – zo nu en dan – maar lééf je het ook. Die onbevooroordeeldheid? Kun je dat werkelijk zeggen?  Ik geloof er niks van en jijzelf gelooft het toch ook niet, toch?”

Dat moet ik beamen. De theorie is altijd gemakkelijker dan de praktijk. Ik moet bekennen dat ik mezelf er regelmatig op betrap in de fout te gaan. “Maar”, zeg ik, “in de boeken van Neale Walsh, over de gesprekken met God, wordt er aldoor maar weer op gehamerd dat je het niet fout kùnt doen. Dat er altijd weer een reden te bedenken valt waaròm je handelt zoals je handelt en dat daaruit dan weer lessen te trekken zijn.”

“Natuurlijk”, antwoordt de boom. “Dat is zo, maar je moet jezelf niet voor de gek proberen te houden. Inderdaad, je moet altijd blijven streven om te proberen je eigen vibratie op te tillen. Dat neemt niet weg dat je eerlijk ten opzichte van jezelf moet blijven en moet proberen om erachter te komen wat voor jou, in communio met ieder ander, het beste is. Altijd weer. Dan is het tijd om te beseffen dat jij en allen waarmee jij het niet zo goed kunt hebben, net als jij de goddelijke vonk in zich dragen en dat jullie allemaal proberen, ieder op zijn eigen wijze – zich te her-inneren waar men is en hoe de weg terug te vinden. Wanneer jij dan nijdig op iemand staat te wezen zit je die ander niet in de weg maar jezelf. Is dat duidelijk?”

“Tja, als je het zo wilt stellen. Maar dan lijkt het erop dat het ieder voor zich is en God voor ons allen, maar dat we geen moed kunnen putten uit de goedertierenheid van anderen die ons proberen te leren hoe het is om een te worden. Dat we op onszelf staan en dan toch geen eenheid zijn, hoe zeer we ook proberen om tot die eenheid te komen. Ik moet zeggen dat het allemaal nogal verwarrend is”.

“Kom, kom, moed verloren al verloren. Denk eens aan die collega bomen van mij die als mast op de grote wereldzeeën hun werk hebben gedaan ter voortstuwing van de schepen waarop zij waren verankerd. Al die masten die, in samenwerking met de aan hun bevestigde zeilen, zo trouw de wind hebben gevangen en er zo, voor anderen, toe bijdroegen de wereldzeeën te kunnen bezeilen. Zij deden dat vanuit een gevoel van ware eenheid. Zij vroegen zichzelf niet af, is de kapitein wel een geschikte kerel, of de bootsman? Nee, ze deden het gewoon.” 

‘Als er drie masten waren op een schip, werkten die masten samen als eenheid voor het gezamenlijke doel. Het waren afzonderlijke masten, getuigd met zeil en stag, die individueel hun werk deden. Maar er waren wel degelijk drie masten nodig om dat ene schip op de juiste wijze voort te stuwen. En in EEN-heid volbrachten ze hun taak. Zo is het ook met mensen. Er kan wel eens een schoot afbreken, of een zeil in de storm teloor gaan. De mast kan zelfs afbreken, maar te allen tijde is het de eenheid die het schip voorstuwt. Wanneer de ene mast is afgebroken, werken de andere masten samen om het karwei te klaren, om in EEN-heid met de kapotte mast te trachten het doel te bereiken.” 

‘Wanneer je die gedachte nu projecteert op het mensdom, zie je dat je inderdaad niets fout kùnt doen. Want er bestaat niet zoiets als fout en goed. Er bestaat alleen maar ZIJN. Vanuit dat zijn kun je leren om de eenheid te bereiken om samen met alle andere een-heden te trachten het karwei te klaren en om je samen te her-inneren terug te keren naar die plaats van waaruit dit allemaal begonnen is. Zoek in vrede, zoek in eenheid, zoek in aandacht voor en met elkaar naar die her-innering en in een-heid zul je leren op jezelf te vertrouwen. Zo zul je in de gelegenheid zijn om die Liefde gestalte te geven die leidt naar eenheid, naar Bron.”

De boom is kennelijk uitgepraat, want ik hoor niets meer. Wel zie ik dat de grote tak zich opnieuw enkele meters omlaag beweegt. Als om afscheid te nemen. Langzaam word ik me weer bewust van mijn omgeving. In de verte hoor ik de geluiden van de autoweg. Een trein glijdt voorbij en ik weet dat al die auto’s en die trein met hun inzittenden, al die mensen, op weg zijn naar hun eigen doel. Zij zijn, net als ik op reis, allemaal op hun eigen waardevolle wijze…