Met hart en ziel

 

 

Hans Brockhuis


Het is prachtig weer. Niet te warm, niet te koud. Ik zit op een bankje in het park. Het is niet zomaar een bankje, maar het staat op mijn favoriete plek, onder een prachtige grote oude eik. Een leeuwerik jubelt en is mét mij blij dat het zomer is. De bomen om mij heen stralen en vertellen mij dat zij gezond zijn en goed worden verzorgd door de regen die regelmatig valt èn door de veelvuldige zonneschijn. Zon en regen zijn onontbeerlijk voor ons allen, maar zeker ook voor deze schijnbaar roerloze wezens.

Zo roerloos zijn deze wezens ook weer niet want ik zie dat de grote tak waaronder ik zit, zichzelf onafhankelijk van de andere takken, enkele meters omlaag schijnt te bewegen en ik realiseer me dat de boom mij groet! Hier word ik echt stil van en wanneer ik mijn gedachteveld uitbreid en de frequentie ervan in overeenstemming breng met die van de boom, ontdek ik dat deze reus, die al zoveel langer op deze Aarde existeert dan ik, mij iets te vertellen heeft. Ik ga er eens goed voor zitten, want dit is voor het eerst dat ik werkelijk met een boom praat.

“G-o-e-d-e-m-o-r-g-e-n”, schijnt te boom te zeggen met een heel laag timbre. Het tempo waarin dit we-Zen communiceert is inderdaad enkele versnellingen lager dan wat ik gewend ben. Maar wel intenser. “Ik merk, dat jij wat wilt leren omtrent wat de mensen met hart en ziel zouden moeten kunnen opbrengen ten opzichte van elkaar?”
“Eh, ja,” antwoord ik. “Ik affirmeer elke dag dat ik open sta voor nieuwe inzichten, dus dat valt daar waarschijnlijk ook onder.” “Welnu,” is het antwoord. “Probeer net als ik je wortels diep in de aarde te laten priemen, want je zult een goede aarding nodig hebben voor wat ik je ga vertellen.”

“Dat is goed…, eh, o.k., ik ben zover, steek maar van wal.” Een onmogelijke opgave voor een boom, besef ik als ik mij realiseer wat ik heb gezegd. Maar het is natuurlijk niet letterlijk bedoeld. “Ha, ha,” buldert de boom in vertraagd tempo. Zijn stam lijkt werkelijk enigszins te schudden. “Je zou eens moeten weten hoeveel van mijn soortgenoten ooit van wal zijn gestoken als mast of als romp of roer van een van de grote windjammers. Maar dit terzijde. Het gaat hier over andere dingen, zoals je hebt begrepen. Van Nada weet ik dat je op zoek bent naar de ware gedachten die ten grondslag liggen aan het begrip ‘met hart en ziel.’“

“Op het eerste gezicht lijkt het niet zo moeilijk. Immers, is ‘met hart en ziel’ niet datgene wat je wilt nastreven om je leven gelukkig en volslagen te maken. Het in harmonie samenleven met je naaste, met andere culturen, met dieren, geeft een rechtschapen gevoel. Dat is tenminste datgene waar allen naar streven. Maar helaas lukt dat niet altijd en verwordt het streven soms naar iets wat meer lijkt op overeenstemming met jezelf. Daarbij eigen je jezelf zoveel mogelijk voorrechten, gunsten en bezittelijkheden toe. En dat is niet zoals het is bedoeld.”

“Oordelen we niet allemaal over ieder ander. Altijd en overal? Ja, ik hoor je al denken, dat overkomt mij niet, maar kijk eens in je hart, luister naar je ziel. Je probeert het wel – zo nu en dan – maar lééf je het ook. Die onbevooroordeeldheid? Kun je dat werkelijk zeggen? Ik geloof er niks van en jijzelf gelooft het toch ook niet, heb ik gelijk?”

Dat moet ik beamen. De theorie is altijd gemakkelijker dan de praktijk. Ik moet bekennen dat ik mezelf er regelmatig op betrap in de fout te gaan. “Maar,” sputter ik tegen, “in de boeken van Neale Walsh, in zijn gesprekken met God, wordt er steeds op gehamerd dat je het niet fout kùnt doen. Dat er altijd weer een reden te bedenken valt waaròm je handelt zoals je handelt en dat daaruit dan weer lessen te trekken zijn.”

“Natuurlijk,” antwoordt de boom. “Dat is zo, maar je moet jezelf niet voor de gek houden. Inderdaad, je moet altijd blijven streven om te proberen je eigen vibratie omhoog te brengen. Dat neemt niet weg dat je eerlijk ten opzichte van jezelf dient te blijven en moet proberen om erachter te komen wat voor jou, in communio met ieder ander, het beste is. Altijd weer. Dan is het tijd om te beseffen dat jij en allen waarmee jij het niet zo goed kunt hebben, net als jij de goddelijke vonk in zich dragen en dat, ieder op zijn eigen wijze – zich probeert te her-inneren waar men is en hoe de weg terug te vinden. Wanneer jij dan nijdig op iemand staat te wezen zit je niet alleen die ander in de weg maar ook jezelf. Is dat duidelijk?”

“Tja, als je het zo wilt stellen”, antwoord ik. “Maar dan lijkt het erop dat het ieder voor zich is en God voor ons allen, maar dat we geen moed kunnen putten uit de goedertierenheid van anderen die ons proberen te leren hoe het is om één te worden. Dat we op onszelf staan en dan toch niet met hart en ziel leven, hoezeer we ook proberen om dat te bereiken.” Het is allemaal nogal verwarrend.

Maar de boom is kennelijk uitgepraat, want ik hoor niets meer. Het is blijkbaar de bedoeling om hier nog eens goed over na te denken. Wel zie ik dat de grote tak zich opnieuw enkele meters omlaag beweegt. Als om afscheid te nemen. Langzaam word ik me weer bewust van mijn omgeving. In de verte hoor ik de geluiden van de autoweg. Een trein glijdt voorbij en ik weet dat al die auto’s en die trein met hun inzittenden, al die mensen, op weg zijn naar hun eigen doel. Zij zijn, net als ik op reis, allemaal op hun eigen waardevolle wijze… Ik besef dat ik meer over dit onderwerp te weten kan komen door mijn eigen nieuwsbrief te lezen die met hart en ziel geschreven is voor allen die hiervan kennis willen nemen.