Buitenaards Plejadische dossiers Nada Kronieken Running Fox Homepagina Written with Love Written Speciaal

bee

De Honingvlakte

De Nada Kronieken, deel 11

Hans Brockhuis


Mijn naam is Vodelm. Ik ben geboren op een dunbevolkt eiland op de planeet Amadis. Vrijwel het enige wat hier te beleven valt, is landbouw. Onze woonplaats bestaat dan ook uit weinig huizen en veel graanoverslagbedrijven. Het leven is saai en je moet hier voortdurend opletten op de graancontainers en de overslag van graan in en uit de silo's. Transport naar de grote steden gebeurt ondergronds.

Mijn jeugd is een hunkering naar het weinige natuurschoon dat hier is over- gebleven. De enige plaats om tot rust te komen, is een klein bos dat bewaard is gebleven en waar de bewoners hun ontspanning kunnen vinden. Het is fascinerend om tegen de avond de schijnbare doodsstrijd te aanschouwen van onze rode zon, Moira, die immer talmend achter de verre, verre horizon pleegt te verdwijnen.

De eerste keer dat ik naar het vasteland trek, is als ik word ingeschreven aan de universiteit van de hoofdstad van het Zuidelijke Continent. Ik woon de voorgeschreven negen jaren op de campus en studeer alles wat nuttig is voor jonge mensen van Amadis.

Ik ben 27 jaar oud als ik afstudeer en de deken me uitzendt voor mijn eerste levensmissie. Tot mijn vreugde word ik uitgekozen om naar de legendarische Honingvlakte te reizen, het beroemde hoogland met al zijn mysteriën, waarover wij studenten nooit uitgepraat raakten. Hier moet iets te vinden zijn om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Hier moet de vervulling van mijn dromen, mijn verlangens, en mijn immer aanwezige streven te vinden zijn. Zoiets groots, zoiets machtigs, zoiets wat zo zeer tot de verbeelding spreekt!

Als ik vertrek schijnt de zon en omdat het voorjaar is ziet de natuur er uit of ze zwanger is van het ontluikende groen. Die eerste dagen verloopt de tocht voorspoedig. De heuvels zijn niet hoog en mijn bagage is stevig verstouwd op mijn zwever. Van tijd tot tijd kom ik andere reizigers tegen en maak een praatje en op de pleisterplaatsen gebruik ik de maaltijd en laaf ik me aan de mede, die me energie geeft voor mijn tocht.

Deze reis dient twee doelen. Op de eerste plaats ben ik op weg naar de Honingvlakte, om te werken aan de opdracht van de decaan. Vervolgens ben ik op zoek naar iets wat zich van binnen manifesteert. De zoektocht naar innerlijke vrede. Waarom wordt mij in mijn dromen zo vaak negativiteit getoond, terwijl mijn hele leven vervuld is van het zoeken naar vrede, naar harmonie, naar de vervulling van de waarden tussen de mensen? Is het om mij alert te maken voor het gevaar? Niet zozeer op onze eigen planeet, maar wel elders, waarover wij tijdens onze colleges hebben horen vertellen?

Met name de Blauwe Planeet; één van de bewoonde planeten van een nabije gele ster, Sol, schijnt vervuld te zijn van donkerheid die zo mogelijk getransformeerd dient te worden naar verdraagzaamheid, liefde en vrede. Economische en religieuze belangen tieren hier welig en zijn omgekeerd evenredig aan deze Liefde. Het is een situatie om bij te huiveren maar het is de realiteit en dat is beangstigend.

Twee dagen later ontmoet ik Guidus die ook op reis is naar de Honingvlakte en we besluiten om samen verder te trekken. Deze jonge gezel is wachter bij één der honingontvangststations en weet alles over ons reisdoel. Hij vertelt over de enorme bijenpopulatie, die zich koestert in Moira, de zon, en die zich voedt met nectar van de enorme bloemen- en heidevelden die zich hoog op de vlakte bevinden.

De honing wordt gewonnen en wordt gebruikt als basisproduct voor overheerlijke gerechten en vele andere zaken. Op het noordelijke continent is iedereen er stapelgek op en er worden enorme hoeveelheden van geconsumeerd. Ook de mede wordt daar geproduceerd en geëxporteerd. De vlakte is immens groot, de bijenpopulatie ook en daarom zal er altijd honing in overvloed zijn.

We passeren rivieren, heuvels, bossen, nederzettingen en weldra is de dag ten einde. De lucht is fantastisch. Onze rode ster betovert alles met een scharlaken gloed. De wereld is gebaad in een rozerood schemerlicht en de schaduwen worden lang en de omgeving ziet er uit alsof het is doordrenkt en in afwachting is van de nacht, die weldra zal neerdalen op dit prachtige heuvelachtige landschap.

Negen dagen later arriveren we in Tur, de hoofdstad. We zoeken een slaapplaats in een logement en gaan vroeg naar bed want morgen moeten we provisies kopen voor het laatste deel van onze trektocht. Die dag is het weer prachtig. Moira staat met haar koperen glans uitbundig te stralen en de hoofdkleuren die ons kamertje binnenstromen zijn robijnrood, oranje, roze en wit, in allerlei schakeringen, die van ons eenvoudige onderkomen een lustoord maken.

Na twaalf dagen staan we aan de voet van de Honingvlakte, onderaan de bijna twee kilometer hoge helling. Vanuit de verte zien we een indrukwekkend schouwspel! Deze helling met zijn stijgingspercentage van tussen de vijftig en zestig procent kan al twee dagen tevoren als een grauwe schaduw van horizon tot horizon worden waargenomen. Allengs breidt die zich uit en tenslotte lijkt het boven je uit te torenen als een muur, die in het begin het gevoel geeft boven op je te willen vallen. Wanneer je dat eerste gevoel kwijt bent, voel je de immense energieën die hier heersen en lijkt het alsof je op de wind wordt meegevoerd, omhoog, omhoog, alsof het helemaal geen inspanning kost om daar te komen.

Omdat de Honingvlakte boomloos is en er nauwelijks neerslag valt, zijn er geen rivieren. De daar groeiende gewassen voeden zich met de dauw van de vroege ochtend. De ruwe helling is hier en daar voorzien van wat struiken, maar dat is alles. Tegenwoordig hebben we onze zwevers die ons omhoog brengen. De Ouden liepen omhoog. Maar op een plaats als deze, waar magnetische en spirituele krachten werken, is zelfs dat van weinig belang.

Eénmaal tijdens mijn opleiding heb ik de tocht te voet gemaakt. In slechts enkele uren ben je boven. Wanneer je daar bent, strekt de vlakte zich voor je uit. Het is alsof de horizon is verdwenen. De velden zijn bezaaid met bloemen en heidevelden in alle mogelijke kleuren en varianten. Het is hier, tussen de zoemende bijen, dat ik de stralende vrouw ontmoet die mij vertelt over de missie waarmee ik spoedig belast zal worden.

Ik ga liggen in de schaduw van een bosje salie. De bijen zoemen en op verschillende plaatsen kan ik de bijenheuvels zien waar de volken hun nectar verzamelen en waar de koninginnen worden gefokt en de darren zorgen voor de opslag. Op de Honingvlakte van bijna 12.000 km 2 staat geen enkel gebouw. De vlakte is voor de bijen. De imkers worden dagelijks ingevlogen, doen hun werk met instemming van de bijen en keren 's-avonds terug. Zo is deze hoogvlakte nog steeds vervuld met harmonie die je voelt vibreren. Zo word je verzadigd met de warmte, liefde en vrede, van dit schijnbaar oneindige land.

Bijna val ik in slaap, maar plots hoor ik een stem in mijn hoofd. Dat is niet al te ongewoon, omdat ons ras gedeeltelijk telepathisch is. Toch heeft deze stem een heel speciaal timbre en hoedanigheid. Ineens ben ik klaarwakker.

"Goedendag Vodelm", zegt een welluidende altstem. "Mijn naam is Nada en hoewel ik weet dat dit woord in jouw taal 'leegheid' betekent, verzeker ik je dat ik hier niet met lege handen zal vertrekken. Spoedig zul je worden overgeplaatst naar de planeet die door hun bewoners Aarde wordt genoemd. Je zult daar ontdekken dat die wereld waarachtig op een andere manier is georganiseerd dan jouw eigen planeet, in die zin dat het is verdeeld in een groot aantal staten, provincies, lokale gemeenschappen en zelfs stammen. Jij zult deel van die gemeenschap uitmaken, Vodelm, en op die manier zul je de kwaliteit van het leven op aarde ondergaan en begrijpen. Deze mensen moeten leven met andere keuzes dan jullie. En daarom is het duidelijk dat zij zich op een andere manier ontwikkelen dan wat jullie gewend zijn."

"Deze mensen zijn niet beter of slechter dan jullie. Deze mensen zijn verschillend, ook al door de afwijkende omstandigheden waarmee zij hebben te leven. Je zult leren dat er, zelfs op aarde, een groot aantal zielen leven die het licht in zich dragen, maar zij hebben advies nodig zodat zij in staat zullen zijn om de duistere krachten te beïnvloeden zodat het voor hen mogelijk wordt om hun nieuwe wereld te creëren."

"Jij zult bewustwording, spiritualiteit, hoop en liefde moeten verspreiden, Vodelm. Tenslotte zul je moeten trachten om, door middel van psychologische beïnvloeding - zonder je daarbij in te mengen in de aan hen door God gegeven vrije wil - de loop van hun politiek te wijzigen zodat het voor hen mogelijk wordt om opnieuw in harmonie met elkaar samen te leven. En dat is mijn gift voor jou Vodelm, de mogelijkheid om precies dát te doen."

Het was een goede dag toen ik, samen met een groot aantal anderen aanmonsterde op het sterrenschip Hoop, en naar de Blauwe Planeet reisde. Wat daar gebeurde is weer een heel ander verhaal.