Buitenaards Plejadische dossiers Nada Kronieken Running Fox Homepagina Written with Love Written Speciaal

De engel

Door Moira Marigold


vertaling: Hans Brockhuis


 

Le depart/het vertrek

Sabin zat in kleermakerszit op de vloer, een jonge man van nauwelijks 18. Zijn lange benen pasten moeizaam samen terwijl hij zich concentreerde op het boek in zijn schoot. De omslag en de pagina’s waren dusdanig versleten dat de titel nauwelijks leesbaar was, maar als je goed genoeg keek, zou je het woord ‘Magique’ kunnen onderscheiden. Hij beet op zijn lip en staarde ingespannen vooruit, niet knipperend, de ruimte in. Een dunne zwarte hand verscheen. Het was compact. Onmiddellijk stond hij op en liep voorzichtig in de richting van de kleine uitstulping. Hij bukte zich om het aan te raken en glimlachte.

"Plein," [vast] fluisterde hij bedachtzaam. "Ainsi, Je suis heureux réussir ensuite trois heures," [goed zo, het heeft drie uur geduurd, maar het is het eindelijk gelukt]. Maar hij schold zichzelf toch wel een beetje uit. Het was een lange nacht geweest. Slechts enkele uren eerder had hij iets over zichzelf geleerd. Jarenlang was hij geobsedeerd geweest door het donkere… door schaduwen, geheimen, magie. Al deze dingen impliceerden ‘het Grote Onbekende’ voor hem. Het uitgestrekte, bodemloze schisma in het bestaan had hem altijd geïntrigeerd. Vannacht, had hij een eerste stap gezet de schaduw in en had hij geleerd dat het onder controle kon worden gehouden. In een wereld die hij verfoeide, een plaats waar samenleving, klassenonderscheid, en keurige etiquette om voorrang streden had hij iets voor zichzelf gevonden. Terwijl hij grijnsde trok de zwarte hand zichzelf in de schaduwen terug. In triomf slingerde hij zijn bruine haar met een ruk uit zijn gezicht.

Blij met zijn succes, ging Sabin slapen. Hij had een lunchafspraak met een professor en hoewel hij verbazend goed kon omgaan met slechts een paar uur slaap, bedacht hij dat hij zou kunnen proberen om eens een keer welwillend te zijn. Terwijl hij zich omdraaide dacht hij dat hij iets zag bewegen in de schaduw. Hij stond op en staarde in die richting, ervan overtuigd dat er iets zou kunnen zijn, maar hij zag niets

Plus tard/later…

Sabin liep de Gambino bar binnen, waarschijnlijk de plaats op Gaia waar hij zich het meest thuis voelde. Dat wil zeggen, zo dichtbij huis als mogelijk. Hoewel hij met plezier in het kleine Franse bergstandje St. Laurent du Pont woonde, voelde het nooit helemáal als thuis. Het was altijd alsof hij zich diende te verbergen, in ieder geval een deel van hem. Op dit moment was het verbergen een punt op zich en hij vroeg zich af of hij het ooit zou kunnen bereiken om zich ergens werkelijk thuis te voelen.

Hij was niet meer dezelfde. Zijn steile witte haar, hoewel teruggekamd, leek altijd zijn weg terug te willen vinden in zijn gelaat, zijn zicht belemmerend. Zijn frêle voorkomen had zich opgevuld en hij leek zich met intens vertrouwen en kalmte voort te bewegen.

Hij ging zitten en bestelde: “Het sterkste wat je hebt.” Na de Anju moest hij zich vastklampen aan specifieke punten van zijn persoonlijkheid. Hij voelde zich alsof minieme facetten daarvan zich oplosten in zijn gecombineerde kern. De enige manier om zich nog Sabin te voelen was om zijn extreemen te gebruiken. Drinken was daar één van. Bedaard keek hij om zich heen in de bar; zijn gepunte oren en nagels waren eenvoudig te verbergen op een plek als dit waar tenslotte niemand iets van belang zou kunnen onderscheiden. Hij nam een grote slok maar stopte halverwege toen zijn blik op haar viel.

Aan de overkant van de ruimte zat een jonge vrouw en Sabin kon niet anders dan zijn blik gefocust houden op het object op haar voorhoofd. Als ze zich afwendde om te lachen ving het licht op waarbij het letterlijk leek alsof het pure energie uitstraalde. Ze droeg onthullende kleding, iets dat een meisje uit deze omgeving normaliter beslist niet zou aantrekken. Het dieppaarse shirt met diep uitgesneden hals, die haar weelderige voorkomen nog beter deden uitkomen, bevielen hem wel. Sabin volgde de door de V-hals gevormde pijl omlaag. Van haar ongewoon sierlijke mokkakleurige schouders omlaag voorbij de brede purperen sjerp die ze als riem boven haar witte minirok droeg, naar haar onmogelijk lange benen. Ze leek de wetenschap te tarten en van gemiddelde lengte te zijn, want zowel haar buik als haar benen streefden naar oneindigheid.

Hij keek opnieuw naar haar gezicht en ontdekte de zachte boog van haar lippen en de lichte gloed in haar violette ogen. Het haar leek voortdurend in beweging. Zelfs als ze helemaal stil zat leek het te golven. Het was alsof de natuur haar nabootste. De wind speelde er onophoudelijk mee, wilde tijd met haar doorbrengen, wilde zich koesteren. Plots lachte ze, wierp haar hoofd naar achteren en moedigde de wind aan. Het leek te glinsteren in het licht, leek tegelijkertijd wit en purper.

Hij wist dat zij hier met anderen was, maar hij kon het niet verdragen om ook maar even zijn blik af te wenden om te kijken of hij ze kende. Hij bleef haar aankijken, zoveel mogelijk onderzoekend. Het was alsof hij vreesde dat hij nooit meer op zo iets moois zou kunnen stuiten. Hij moest elk deel van haar observeren, zich haar volkomen her-inneren. Hij merkte haar zacht gepunte oren op en de zilveren ronde oorringen die ze verfraaiden. Hij keek omlaag naar haar borsten en ontdekte een zilveren ketting met een klein hartvormig medaillon. Het straalde zilver en purper uit; hij had zich nooit gerealiseerd hoe prachtig die kleuren in werkelijkheid bij elkaar stonden.

Hij ging verzitten om zijn drankje neer te zetten, waarbij hij zijn ogen slechts een ogenblik afwendde. Enkele tellen later leek ze te zijn verdwenen. Nu had hij tijd om naar de andere bewoner van de loge waar zij zaten te kijken. Toen hij de jonge man die daar zat aankeek, realiseerde hij zich dat een paar ijskoude blauwe ogen hem intens aankeken. Als Sabin niet zo getraind was in het onder controle houden van zichzelf en zijn emoties, zou hij drie meter de lucht in gesprongen zijn. In plaats daarvan, bleef hij om zich heen kijken en deed alsof hun oogcontact volkomen per ongeluk was.

"Naturellement", [natuurlijk], dacht hij: "J'ai pensé qu'elle était seule?" [Ik dacht toch echt dat ze alleen was?]. Toen voelde hij een lichte tik op zijn schouder.
“Zut”, [verdorie] dacht hij.
“En beviel het je wat je zag?”, Hij hoorde een ongelofelijk fraaie stem waarvan hij de woorden maar net kon verstaan; hij hoorde slechts pure klanken met weinig betekenis. Zij was het. Hij keek haar aan en kon de energie voelen die ze uitstraalde en vergat zichzelf waarbij hij zijn controle een ogenblik liet varen. Hij merkte op dat haar gezicht gedurende een ogenblik een licht pijnlijke uitdrukking vertoonde.

"Je le lui ai montré" [Ik heb het haar laten zien], realiseerde hij zich. De angst die hem van haar wegtrok vermocht zijn bezorgde geest niet te kalmeren. In plaats daarvan staarde hij haar passief aan, terwijl hij trachtte een antwoord te formuleren.
“Sorry, het was niet mijn bedoeling je aan te staren,” sprak hij met een licht Frans accent. De vrouw behield haar waardigheid en glimlachte verleidelijk.
“Het is in orde. Weet je, ik draag dit niet voor mezelf,” zei ze en beet een seconde op haar lip; net genoeg om een uitnodiging te zijn maar niet genoeg om hem zich niet af te laten vragen of hij het zich had verbeeld.

“Ik heet Kamiki,” zei ze bedachtzaam.
“Kamiki, dat is een hele mooie naam,”antwoordde hij met veel meer kracht dan zijn eerdere opmerking, en realiseerde zich dat dit iets zou kunnen betekenen.
“Yep… ga je mij jouw naam nog vertellen?” vroeg ze speels.
“O ja, ik ben Sabin”.
Sabin, hè? Wel dat verklaart het accent.”
“Accent?”, zei hij, enigszins gepikeerd. Haar uitstraling had hem een ogenblik laten vergeten dat hij Fransman was.
“O ja, sorry, Ik ben Frans,” weerlegde hij zichzelf snel.
“Dat weet ik wel,” vervolgde ze. “Wel, Sabin. Misschien zie ik je nog wel eens.”
“Peut-être,” fluisterde hij met een onbeduidend tevreden lachje op zijn gelaat. Zij draaide zich om te vertrekken. De jongeman in de loge kwam achter haar aan terwijl hij Sabin een laatste nijdige blik gaf. Sabin wuifde naar hem, waarbij hij ervoor zorgde dat zijn minzaamheid overduidelijk was. Toen ze de bar verlieten stond hij ogenblikkelijk op en ging vlug achter ze aan.

La découverte/de ontdekking

Sabin sloot de deur van de bar achter zich en keek omlaag langs de kasseienstraat. Hij kon haar met de man zien lopen, ongeveer dertig meter verderop. Hij liep snel om bij te blijven met de lange schaduwen die zij op de grond wierpen. Hij gebruikte zijn vermogen om in de schaduw te verdwijnen. Door haar te volgen en er letterlijk deel van uit te maken. Hij wist zelfs niet wat hij van plan was te doen als ze haar bestemming zou bereiken, maar hij wist dat hij haar niet zomaar kon laten gaan. Er was iets aan haar; een soort inzicht. Ze had een deel van zijn ware aard ontdekt in de bar maar haar angst had voor slechts een seconde bezit van haar genomen. Hij kon voelen dat zij iemand was die een grote impact zou kunnen hebben op de rest van zijn leven.

Toen voelde hij het: de Anju. Hij wist wat hij had geriskeerd door het gebruik van één van zijn schaduw capaciteiten. Maar toch wist hij dat ‘t het waard was. Pijn verschroeide zijn borst toen hij het zijn lichaam voelde scheuren. Het was alsof de Anju zichzelf naar de oppervlakte liet ontsnappen met door zijn organen heen te klauwen. Hij hoorde de diepe raspende fluistering achterin zijn brein uitbreken terwijl hij vocht om in controle te blijven, maar deze keer was het anders. Op de één of andere manier was de Anju sterker. Misschien voedde het zich wel met Sabin’s angst om alleen te zijn; iets wat hem sterker had achtervolgd sinds Samantha’s dood. Misschien had het uiteindelijk de overhand gekregen. De enige manier waarop Sabin aan volledige overheersing zou kunnen ontsnappen was om uit Kamiki’s schaduw te treden. Jammer genoeg realiseerde hij zich dat zijn concentratie was gebroken. Hij trachtte om opnieuw in de schaduw te verdwijnen - denk aan Samantha, denk aan Kamiki. Wanneer hij eruit loskwam zou hij in zijn ware vorm verschijnen. Maar dat was een risico dat hij zou moeten nemen.

Le berceau/de wieg

Tijdens de gehele wandeling naar huis kwam moest Kamiki steeds weer aan hem denken..
“Hij is zo ongelofelijk mooi,” dacht ze. Voor Simon moest ze wel merkwaardig stil hebben geleken, maar hij leek er geen punt van te maken. Wat er natuurlijk slechts toe leidde dat ze nog meer aan Sabin moest denken.
“Zijn ogen flitsten werkelijk even rood op,” bedacht ze terwijl ze zich afvroeg wat hij precies zou kunnen zijn. Ze wist dat hij niet menselijk was, de handen, de oren en tanden verraadden dat. Natuurlijk was ze zelf niet bepaald ‘normaal’ als Kitsune Oudere Geest Hybride, maar dat leek er niet toe te doen. Ze wist dat hem dat niet zou beïnvloeden; het was iets dat haar erg aangenaam had geleken temidden van een stad die uitpuilde van de mensen.

Ze dacht nog steeds aan hem toen ze achter zich een scherpe pijnkreet hoorde. Ze draaide zich ogenblikkelijk om, waarbij ze zichzelf bijna van de sokken liet vallen. Ze zag een of ander schepsel voor haar staan met zes gloeiend rode ogen en een zwarte mist die zijn merkwaardig kleine lichaam afscheidde. Haar eerste reactie was defensief. Zuiver witte, purper getipte vleugels ontsproten uit haar rug terwijl ze vanuit de lucht naar het tafereel omlaag keek. Het wezen scheen in gevecht te zijn met een onzichtbare tegenstander. Ze zag dat Simon haar ontsteld aankeek, met zijn ogen in stilte vragend wat te doen. Ze kwam terug omlaag en ontdekte tenslotte de dos wit haar dat vanaf zijn schouders onlaag golfde.
“Sabin?”, vroeg ze bezorgd.

L’ange/de engel

Sabin keek op en zag een engel.
“Je suis mort?”[ben ik dood?] vroeg hij zich af terwijl hij in het gelaat van de hemel keek. Toen hoorde hij van een afstandje een bezorgde stem roepen:
“Sabin?”, hoorde hij. Hij realiseerde zich dat het de engel was die sprak, maar hij herkende de stem. Hij zou die stem overal en altijd herkennen ook al had hij hem slechts enkele ogenblikken eerder gehoord.

“Kamiki…?” Zijn stem viel weg in zwakheid. Hij kon de beschikbare energie niet langer verdelen om nu noch zijn menselijke gedaante aan te kunnen nemen; hij had alle kracht nodig om de Anju onder controle te houden. Toen voelde hij het. Een kleine hand streek over zijn rug; zijn ware rug. Hij draaide zich om, om haar aan te kijken, het speciale licht glinsterde nog steeds op haar voorhoofd. Ze leek met vleugels, die boven haar rug uitrezen en daarbij een soort gevederd halo vormden, meer etherisch te zijn dan ooit en hij glimlachte:
“Mijn engel.”

Kamiki keek naar de gloeiende rode ogen die vanuit het wezen uitstraalden van wie ze zich realiseerde dat het Sabin moest zijn. Ze wiegde hem beschermend in haar armen waarbij ze een soort yin-yang symbool vormden. Wit-zwart.

Sabin sloot zijn ogen en genoot van het moment. Eindelijk voelde hij een deel van zichzelf dat hij sinds zijn jeugd nooit had kunnen bereiken; niet in de Franse Bergen, niet genesteld in zijn moeders armen, niet in zijn avontuurlijke dromen, zelfs niet met Samantha. Maar hij wist wel degelijk wat hij nu voelde. Hij fluisterde het uit luid:
“Thuis.”