Written with Love Written Speciaal

Boeddhistisch levenswiel

Boeddhistisch levenswiel

Het levenswiel; een visioen

© 2010 - Roely Anema

"Ik droom mijn leven en leef mijn dromen. Ik ga terug naar huis, ik weet nu wat ik te doen heb. Ik zal de mensen om mij heen vertellen wat ik doe en ook doen zoals ik het verteld heb. Ze zullen het gaan herkennen want schuilt niet in ieder mens een sjamaan?”



Sarah is er helemaal klaar voor.
Ze heeft een bewogen leven achter zich waarin ze heel veel levenservaring heeft opgedaan. Daarnaast heeft ze zich ook op allerlei manieren geschoold. Zowel voor haar levensonderhoud als voor het kunnen volgen en begrijpen van haar innerlijke ontwikkeling. Ze kan zich ook niet anders herinneren dan dat ze altijd al met een sterk nieuwsgierige  gedrevenheid antwoorden zocht op specifieke vragen.

Vragen als…:
Wat is het wat mij laat bewegen, laat voelen, laat communiceren….; kan dat echt alleen maar veroorzaakt worden door een stel hersenen en een kloppend hart?
Is telepathie onder dieren woordloos? Echt alleen maar intuïtie? Is intuïtie de universele taal van de dieren naast verschillende keelklanken? Zouden dan alle dieren, alleen door intuïtie, elkaar kunnen verstaan? Was telepathie onder de mensen woordloos? Ook alleen maar intuïtie en wat keelklanken? Waren de mensen eigenlijk gelijk aan de dieren in hun telepathische communicatie? Of was de telepathie onder mensen en dieren toch verschillend? Is er verschil geweest in de communicatie door een onderscheid tussen instinct en intuïtie. Communiceerden we dan misschien eerst allemaal instinctmatig? Of juist allemaal intuïtief?

Deze vragen riepen later jaren nog weer nieuwe vragen op.
Vragen als…:
Wie heeft de spreektaal verzonnen?
Wie heeft het onderscheid in de taal bedacht waardoor verschillende gebieden elkaar niet meer konden verstaan?
Wie heeft er toch zoveel verschillende woorden verzonnen, zoveel namen, zoveel aanduidingen? En dan ook nog in elke streek weer anders....
Wie heeft de letters en cijfers bedacht in de vorm zoals ik ze heb leren kennen.
Wie heeft bedacht dat wolken, wolken moeten heten.
Wie heeft bedacht waarom de Zon, Zon heet…, waarom heet de Zon niet Maan of Pluto?
Wie heeft bedacht dat een boom, boom moet heten met óók nog weer een eigen soortnaam? Waarom juist die naam?
Waarom hebben de dieren een naam en waarom juist die?
Waarom worden de dieren niet als mensen aangeduid en waarom worden wij geen dieren genoemd? 
Wie toch heeft dat allemaal verzonnen…. één mens?
Is er misschien ergens ooit één mens wakker geworden uit een droom met dit idee?
Of zouden heel veel mensen over de hele aarde verspreid tegelijk hetzelfde idee ingegeven hebben gekregen? Een telepathische actie van… ja van wie of wat eigenlijk?
Of zou het gewoon heel simpel een uit de klauwen gelopen spelletje geweest zijn?

In Sarah’s beleving kon het in ieder geval niet anders dan dat de fase vóór deze ontwikkeling ongetwijfeld één van de laatste collectieve telepathische activiteiten onder de mensen was geweest. Communicatie loopt dan ook al zolang ze zich kan heugen als een rode draad door haar leven heen.

Inmiddels is Sarah door haar leeftijd een heel stuk verder. Ondanks dat ze op veel vragen nog steeds geen antwoord weet, heeft ze natuurlijk inmiddels al wel ontdekt dat kunnen praten wel heel wenselijk is in de tijd waarin ze nu leeft. Ze was nog een klein meisje, toen ze zich er min of meer bij neergelegd had dat het nu eenmaal niet anders is. Mensen communiceren nu eenmaal niet zonder woorden. Toen ze dat had begrepen stopte ze haar voorkeur om telepathisch met mensen te communiceren, ver weg in een klein denkbeeldig doosje, diep in haar hart.

Sarah besloot vanaf nu heel goed te gaan worden in praten, maar dat viel haar toch tegen. Ze kon dan wel goed praten, maar ze bleek zo ontzettend veel woorden nodig te hebben om zich zó uit te drukken dat ze kon voelen dat er begrepen werd wat ze de ander wilde laten weten. Het zou haar ongetwijfeld een stuk makkelijker zijn afgegaan als ze het telepathisch contact met dieren en planten ook gestopt zou hebben. Als ze niet langer zou gaan voelen naar wat bomen en planten haar te vertellen hadden. Als ze geen gesprekken meer met onzichtbare wezens zou hebben.
 
Vele jaren leed ze onder haar eigen spraakwatervallen, kon heel goed voelen dat mensen hier innerlijk onder zuchtten. Ook merkte ze erg goed het verschil tussen haar en de mensen om haar heen. Toch was er óók altijd een hele sterke inwendige kracht die haar zei de telepathische communicatie met de planten- en dierenwereld niet te stoppen. Ze leerde bovendien zoveel meer via deze manier van communiceren. Nooit was er enig verschil tussen wat Sarah telepathisch van een dier te horen kreeg, en het gedrag ervan, nooit.  

En ach, iedere keer dat ze vanuit teleurstelling of verdriet weer eens haar diepe wens uitsprak dat alle mensen op de hele aardbol nooit meer zouden kunnen praten, wist Sarah ook steeds weer dat het voor haar júist de bedoeling was dat ze zich in beide manieren van communiceren werkelijk helemaal thuis zou gaan voelen. Waarom? Het werd haar in alle jaren van zelfontwikkeling niet echt duidelijk. Wel kwam er gaandeweg steeds meer rust in haar spreken, de essentie onder woorden brengen ging haar geleidelijk aan steeds beter af . Er waren geen complete spraak- watervallen meer nodig.

Vandaag is Sarah haar bed uit gekomen na opnieuw een nacht van woelen en draaien. Ze verneemt al een poosje dat er iets ’in de lucht hangt’ wat belangrijk zou kunnen zijn voor haar volgende stappen in haar leven. Een nieuwe koers? Een nieuwe sprong in ’t diepe? Het pad van werkelijke vrijheid, van werkelijke liefde en geluk heeft ze inmiddels ontdekt. Ze voelt dan ook dat ze er helemaal klaar voor is om welke stappen dan ook te gaan maken. Ze besluit de eerste stap te zetten door zichzelf maar eens te trakteren op een paar dagen zon, zee en duinen.

Nog diezelfde dag loopt ze met haar blote voeten door het rustig kabbelende
zeewater. De wind en warme zon zijn haar gezelschapsmaatjes. Na een fikse wandeling besluit ze zich even voor een welverdiend middagdutje terug te trekken in de beschutting van een duinpan. Na het sterke geluid van zee en wind valt de stilte van die plek als een warme deken over Sarah heen. Het sterkste geluid wat ze hier nog hoort is het geluid van een overvliegende bromvlieg. Tot ver van haar vandaan kan ze het brommende geluid nog steeds horen. Geleidelijk glijdt Sarah vanuit het dagdromen in een diepe slaap waarin ze het volgende over zichzelf gewaar wordt.

Sarah staat op een pad die vanuit het westen loopt. Ze heeft haar blik op het oosten gericht. Ze is aan het terugblikken op de tijd die achter haar ligt. Het pad waarop ze staat is een oneindig pad dat van oost naar west, naar oost, naar west, enz. gaat. Zo ervaart ze het. Het is als een reis rond de wereld waarin ze steeds ook wel het zuiden en het noorden herkent, waarvan ze de uitstraling ook wel verneemt, maar welke ze desondanks toch heel lang steeds zijdelings heeft laten liggen. Sarah loopt onbewust een heel eenzijdig pad.

Zo terugblikkend zag ze dat ze veel later door een wending in haar leven ontdekte dat de cirkel, het levenswiel, via het zuiden en het noorden precies even lang is. Dat  deze twee windrichtingen haar ook hele andere, nieuwe inzichten te bieden hebben. Toch bleven de oostelijke en westelijke windrichtingen Sarah’s voorkeur houden. Het oosten was voor haar de meest favoriete windrichting en om in een doorlopende cirkel te kunnen lopen nam ze het westen voor lief, verdiepte zich niet werkelijk in wat het westen haar te leren had. Ging er ook geen relatie mee aan. In het westen te zijn had alleen maar als resultaat dat Sarah vanuit een gevoel van heimwee weer snel doortrok, opnieuw naar het oosten. Ook had ze in deze haast niet werkelijk het besef dat ze met haar gekozen eenzijdige pad steeds het midden, het centrum doorkruiste.
Sarah had al heel snel ontdekt dat ze daar in het centrum de uitstraling van het noorden en het zuiden kon opvangen, maar dit boeide haar niet, ze bleef teveel  gefocust op haar geliefde oosten om hier echt bij stil te kunnen en te blijven staan.

Sarah ziet daarna dat ze een tijd terug voor het eerst de cirkel toch anders is gaan lopen. Niet uit nieuwsgierigheid naar de andere windrichtingen, maar gewoon simpelweg omdat ze besloot met de stroom van anderen mee te lopen. Voor het eerst is ze het pad gaan lopen van oost naar zuid, naar west naar noord. Dit zo herhalend was voor haar lange tijd een heftige ervaring. Zo intens, zo onrustig. Steeds had Sarah de neiging af te buigen zodra ze op de voor haar zo bekende en vertrouwde windrichtingen aankwam, gewoon de veilige weg van oost naar west. Die keuze had ze wel. Maar altijd weer werd ze na een rustpauze op één van haar windrichtingen toch weer geprikkeld om het pad langs alle windrichtingen te vervolgen. Het was de roep van de natuur die haar hiertoe opwekte. Na verloop van tijd voelde het dan ook zo natuurlijk aan dat het oosten zelfs geen heimwee meer opriep .

Nu ze gewend was geraakt aan het pad via alle windrichtingen, kwam de herinnering aan het centrum weer bij haar naar boven geborreld. Ze realiseerde zich dat ze dit midden nu niet meer tegenkwam. Hoe ze ook zocht naar mogelijkheden, ze vond geen manier om daar te komen zonder de cirkel te verbreken. Toch wilde ze heel graag terug naar dit centrum, wilde nu wel stil kunnen staan in dit centrum van overzicht,  want dat had ze door haar herinnering, hiervan gemaakt. Een centrum met overzicht op alle windrichtingen.

Sarah verneemt zichzelf te midden in haar gemijmer vanuit het westen blikkend naar het oosten. Ze voelt zich al zo thuis in het westen. Ze weet nog dat ze al een poosje bezig was om een soort brug te kunnen zijn tussen het westen en het oosten toen daar uit het niets het moment kwam dat ze toch besloot om uit de cirkel te stappen. Ze nam een grote sprong en belandde precies in het midden van de cirkel, het centrum van overzicht.

Voor het eerst ervaart ze de kracht en oneindige liefde van dit centrum. Het blijkt, zo ontdekte Sarah, het centrum te zijn waar alles één is. Waar de liefde van moeder aarde en de hemelsblauwe vader één zijn. Het centrum waar de warmte van moederlijke Maan en de vaderlijke Zon één is. Het liet Sarah ontdekken dat alle windrichtingen ontstaan en bij elkaar komen als één in dit centrum. Dat verleden, heden en toekomst allemaal één zijn. Dat dag- en nachtdromen één zijn… allemaal waar en niet waar tegelijkertijd.

Hier in dit centrum ziet Sarah zich voor het eerst als een brug. Het volgende moment is Sarah opnieuw in het centrum en kijkt naar zichzelf als oerverbinding. De brug is diep hemelsblauw van kleur. Ze is een brug naar de oneindigheid en straalt vrijheid uit. Ze merkt op dat ze een stevige en betrouwbare brug is.
 
Zo naar zichzelf kijkend en zoekend naar een antwoord voor het opkomende gevoel wat dit alles haar nu eigenlijk nog meer wil vertellen, ziet ze ineens een heel  mooi hagelwit wollig konijn over de brug lopen. Halverwege de brug gaat het zitten. Het heeft dezelfde hemelsblauwe ogen als de kleur die Sarah als brug ook heeft. Ze ontdekt tot haar verbazing dat dit konijn deel van haar uitmaakt. Sarah vraagt zichzelf af waarom laat dit deel zich zien als een konijn? Dan gaat het konijn op de achterpootjes zitten en strekt zich helemaal in de lengte uit waardoor het buikje in volle omvang zichtbaar wordt en zegt dan: ”In mijn zuiverste kwetsbaarheid ben ik onaantastbaar.” Deze uitspraak ontroert haar diep; ze is heel blij met dit inzicht. Ze weet; dit ga ik nooit meer vergeten.

Het konijn gaat weer zitten en zegt dan: ”Ben je er klaar voor om je sjamanen taak op te pakken?” Sarah vraagt: ”bedoel je een Indiaanse sjamanen taak?” Het konijn antwoordt: ”Zijn het alleen de indianen die universele kennis uitdragen? Zijn de werkelijke sjamanen niet vrij van afkomst, vorm en dogmatiek?” Sarah vraagt: ”Wat wordt er dan van me verwacht?” Het antwoord is: ”Wees een brug en verbindt het onzichtbare met het zichtbare, verwoordt wat er in de stilte gesproken wordt en laat het niet tastbare tastbaar worden.”

Waarop Sarah vraagt: “Is het niet zo dat sjamanen hun leven dromen en hun dromen leven? En is het niet ook zo dat sjamanen alleen dát vertellen zoals ze ook doen en dat ze alleen dát doen zoals ze het ook vertellen?” Daarop antwoordt het konijn: ”ja, ieder  moment ervarend als een verdwijnend en verschijnend visioen. Het levenswiel waar werkelijkheid en fantasie altijd als één waarheid de aandacht zullen krijgen.”

Dan wordt Sarah wakker. De zon is niet meer zichtbaar in het duinpannetje waar ze heeft liggen slapen. Ze rekt zich eerst even helemaal uit, staat dan op en loopt weer in de richting van de zee. Ze ziet dat de vloed weer opkomt en dat de zon voor de zoveelste keer langzaam plaats aan het maken is voor de maan. Een zichtbaar bewijs dat het levenswiel bestaat.

“Hmm,” denkt Sarah vervolgens: “Is dat zo? Volgens mij is dit de sjamaan in mij. Ik droom mijn leven en leef mijn dromen. Ik ga terug naar huis, ik weet nu wat ik te doen heb. Ik zal de mensen om mij heen vertellen wat ik doe en ook doen zoals ik het verteld heb. Ze zullen het gaan herkennen want schuilt niet in ieder mens een sjamaan?”