Oude boom

 

De oude boom

© 2010 - Dineke Brouwer

www.deankh.nl
www.jouwlevensboom.nl

 

De jonge bomen dankten de Aarde, de Zon, de Wind en de Beek en hieven gezamenlijk hun jonge takken naar de Boom omhoog.
Ze omstrengelden voorzichtig hun grote vriend, want ze wisten dat ze elkaar allemaal nodig hadden om te kunnen groeien.
Zo was het toch?



Donker en eenzaam stond hij daar.
Zijn kale en afgestompte takken staken dor en droog af tegen de heldere bovenlucht.
De Oude Boom had alle moed verloren, wat duidelijk zichtbaar was….

De jonge bomen om hem heen riepen hem bemoedigend toe: “Grootvaderboom! Kijk om je heen en voel de zon. Jij bent groter en sterker dan wij en je staat daar maar somber te zijn.”
Ze keken allemaal in verbazing omhoog.
De Oude Boom zuchtte en zei moedeloos: ”Maar zien jullie dan niet hoe dor ik ben en zonder bladeren. Kijk naar mijn bast. Donkerbruin en hard. Er is geen leven meer in mij. Ik heb de moed niet meer en geen fut om de sappen uit de aarde omhoog te trekken.”

De jonge bomen met hun lichte stammen en zachtgroene blaadjes hadden de oude boom altijd bewonderd om zijn robuuste uiterlijk. Ook vanwege zijn kracht in het trotseren van de stormen die het bos soms teisterden. De zware sneeuw die hij elk jaar op zijn takken droeg. Dat vertelden ze hem om hem te bemoedigen.
“Ik weet het,“ zei de Oude Boom. “Maar jullie jongeren kijken alleen maar naar de buitenkant, het uiterlijk. Ik breng immers geen vruchten meer voort zoals jullie. Ik ben ziek van binnen. Toch zijn er bomen die veel ouder zijn dan ik die volop leven voortbrengen; die zijn nog vol bezieling en vitaal, maar kijk naar mij, oud en afgeleefd.

De jonge bomen keken elkaar aan. Zou dat waar zijn…, was de Oude Boom ziek?
Het was waar. Hij droeg geen blaadjes aan zijn takken en zijn bast was lelijk en bladderde af.
Ze overlegden wat te doen en besloten het aan de Zon te vragen.
Die wist immers alles.
“Zon,” zeiden ze. “Wat moeten wij toch doen om weer nieuw leven in de Oude Boom te blazen. Kun jij ons helpen?”
“Zeker,” zei de Zon, “dat wil ik natuurlijk graag doen, maar de boom moet het wel zelf willen. Anders gaat het niet.”

Ze beijverden zich in theorieën hoe dit op te lossen en hoe ze de Oude Boom konden benaderen, konden helpen. De berken, de sparren en de kleine eiken…, het bos was in rep en roer.

Ze keken omhoog en zagen het mismaakte lichaam van de Oude Boom tegen het licht van de hemel. Maar, als hun boom toestemming gaf, kon de Zon hem dan weer helemaal beter maken? Hij was immers te moe om de broodnodige levenssappen uit de aarde omhoog te trekken?
Uiteindelijk besloten ze naar de Beek achter in het bos te gaan en ook hem om raad te vragen.

Het water van de Beek stroomde hen tegemoet. Rustig, helder en kalm….

“Beek, wij roepen je hulp in om de Oude Boom, die tussen ons in staat, nieuw leven in te blazen.”
“Tja,” zei de beek. “Dat wil ik wel…, maar wil jullie boom dat ook?
Alleen de boom kan zichzelf nieuw leven geven. Maar mijn water mag hij gebruiken. Als de Oude boom, ik ken hem goed, weer verder wil leven moeten we allemaal eendrachtig samenwerken.
Heb je de wind al gevraagd, die kan ook zijn steentje bijdragen.
Maar wáár was de Wind…?

“Hierrrr  bennn  ikk….” Een zacht briesje beroerde hun lichtgroene takken.
“Jullie willen mij wat vragen?”
“Oh wind, wat fijn dat je er bent. We willen graag dat je ons helpt.
De Zon, de Beek, allemaal doen ze mee…!”
“Rustig, rustig,” zei de Wind. ”Wat is er aan de hand?”

“Zie je onze oude bruine boom zonder bladeren?”
“Zeer, zeer triest,” zei de Wind.

“Ja,” riepen alle jonge bomen. ”Wij willen hem helpen weer te gaan leven zodat zijn bast weer mooi wordt en zacht. Misschien krijgt hij dan ook weer blaadjes en wordt hij weer blij. Hij is zo moe en treurig!”

“Mm,” zei de Wind. ”Hoe denkt de boom daar zelf over. Hebben jullie toestemming gevraagd hem te helpen? Jullie hebben een oordeel over hem, maar wat vindt hij zelf?”
“Toestemming, oordeel? Nee natuurlijk niet. Iedereen wil toch graag beter worden en blij zijn.”
De Wind zuchtte en zei: “Jullie bedoeling is goed en oprecht, maar hebben jullie er wel eens bij stilgestaan dat de boom misschien wel helemaal niet beter wil worden? Het zou kunnen zijn dat hij zijn lange leven in het bos moe is en graag wil sterven.”
Verbaasd keken ze nogmaals omhoog naar hun vermoeide zieke Boom. Zou dat echt waar kunnen zijn?
Zou de Boom niet meer in hun heerlijke geurige bos willen staan?
Verward keken ze elkaar aan. Nee, aan zoiets hadden ze nooit gedacht.

“Welnu,’ zei de Wind. ‘Vraag het hem. Als de Boom inderdaad niet meer wil leven kunnen we niets voor hem doen.
Ook de aarde niet die hem draagt en waarin zijn wortels verankerd zijn. Ik wil je niet van het kastje naar de muur sturen, maar wat zegt Aarde er van?”
Het bleek dat de Aarde alle verhalen allang had gehoord en ontroerd was door de liefde van de jonge bomen voor de Oude Boom die hij had grootgebracht.
“Natuurlijk wil ik mijn krachten geven. Dat doe ik al zo lang, maar hij lijkt niet te willen luisteren.”

Gezamenlijk besloten ze zich tot de Oude Boom te richten.
“Grootvaderboom, wij houden allemaal zoveel van je dat we je graag willen helpen weer gezond te worden. Samen met al je vrienden.
De Zon wil jou zijn warmte geven. De Beek zijn water. De Wind zijn kracht en de Aarde zal het gemakkelijker voor je maken de levenssappen op te trekken.
Wat denk je hiervan. Zou je dat willen?”

De Oude Boom, die mismoedig zijn stijve takken liet hangen, hief verrast zijn hoofd op en keek neer op het vrolijke groen van de jonge bomen. Waren er werkelijk zo velen die van hem hielden? Hij had altijd gedacht alleen te zijn met zijn zorgen en verdriet en opeens bleek hij omringd te zijn door vrienden.

Vol verwachting luisterden de jonge bomen.

“Toestemming…!” De Oude Boom schreeuwde het uit. “Ja, ik geef Toestemming…, ik dank God en de elementen dat hij jullie om mij heen heeft geplant.”
Het was of de Oude Boom zijn wortels met vernieuwde kracht de Aarde in drong. Het leek of zijn oude bast glom met een nieuwe, verjongde levenslust.

Plotseling daverde het ganse bos.
De Aarde barstte open. De beek trad buiten zijn oevers en liet zijn water naar de Oude Boom stromen.
De Wind joeg het water omhoog tot in de hoogste takken. De Zon verwarmde de kruin van de boom die zich in vol vertrouwen ophief.
 
De jonge bomen keken met ontzag toe en zagen het wonder zich voltrekken.

De harde verbrokkelde bast van de Oude Boom barstte open en een nieuwe huid werd zichtbaar. De Boom schudde en trilde en liet alles gebeuren.
Hij hief zijn kruin op naar de Zon en dankte de elementen voor hun kracht en hulp.
Al het oude gaf hij prijs…!
Alles wat verdord en verdroogd was liet hij gaan. De Wind raasde om de Boom heen en ontdeed hem van alle onnodige ballast.
De Zon verwarmde alle nieuwe vochtige levenssappen die uit de opengebarsten huid kwamen.
Het leken oude tranen. Tranen die de boom liet zien en met allen wilde delen.
Eindelijk….

Toen, na alle geweld, werd het weer stil in het bos.
De Zon scheen, de Beek stroomde en de Wind luisterde.
Het was alsof het bos wachtte….

En kijk, daar stond hun Boom. Sterk en rustig. De kruin statig omhoog geheven, de takken geopend en omhoog gericht. Het leek of de Boom glimlachte.
En kijk…, kijk…!
Aan één van zijn takken zat een klein groen blaadje. Nog half in de knop, wachtend op een nieuw voorjaar.

De jonge bomen dankten de Aarde, de Zon, de Wind en de Beek en hieven gezamenlijk hun jonge takken naar de Boom omhoog.
Ze omstrengelden voorzichtig hun grote vriend, want ze wisten dat ze elkaar allemaal nodig hadden om te kunnen groeien.
Zo was het toch?