Written with Love Written Speciaal

Sam

 

Sam, een zwavelkleurige vogel

© 2010 - Roely Anema

Hallo, ik ben Sam en ben voor nu, net als jij, even een mens. Want geloof het of niet, ik ben hier gekomen als een grote zwavelkleurige prehistorische vogel zonder veren en zonder staart. Ik had hele grote ogen en een lange spitse snavel.



Hallo!
Ik ben Sam, een grote zwavelkleurige prehistorische vogel zonder veren en zonder staart.
Ik heb hele grote ogen en een lange spitse snavel. De vorm van mijn hoofd is buitenaards. Mijn achterhoofd is heel groot onderaan de schedel. Hier draag ik m'n kennis in mee.
Van heel ver kom ik gevlogen, van mijn planeet de Zon. Ik ben gevraagd om m'n kennis te zaaien op de aarde.
Die kennis laat zich zien als Lichtzaadjes.
Ik ben hier niet de eerste in, velen zijn me al voor gegaan.
Het is de bedoeling dat ik mijn voorgangers help te herinneren met deze zaadjes.
Ik weet alleen nog niet hoe ik dit zal gaan doen, want er is me niet verteld wat ik zal aantreffen als ik de aarde ontmoet.
De aarde schijnt zich namelijk voor ieder van ons anders te laten zien, ondanks dat we toch allemaal vanuit dezelfde planeet, de Zon, komen.
Het enige wat ik weet is dat ik me ter ondersteuning ergens in de schaduw zal gaan vestigen.

Ik vlieg eerst maar eens even op een behoorlijke afstand om de aarde heen, zie alleen maar natuur, groene natuur.
Ik zoek eigenlijk een plek met ruimte om te kunnen landen én zo te leven dat ik het niet nog eens nodig heb om herinnerd te worden.
Veel van m'n voorgangers blijken namelijk op plaatsen te leven waar ze hun Lichtzaadjes zo hard nodig hadden, dat ze nu zelf ondervoed zijn geraakt waardoor hun herinneringen zijn vervaagd.
Ik zoek dus een plek waar ik voeden kan zonder mezelf tekort te doen.  
Ik vind het heel spannend worden, het ziet er vanuit deze afstand overal zo vol uit.
Ik besluit wat dichter naar de aarde te gaan, misschien dat ik dan toch wat meer mogelijkheden zie voor een landing. Vlieg nog weer eens rond, heb sterk de behoefte om in de lijn van de Zon te blijven, m'n houvast, maar dat gaat niet.
Als ik dichterbij kom blijken er inderdaad meer open plekken te zijn dan ik eerst op afstand kon zien. Nu zie ik ook mensen. Ik herken ze als een diersoort. Ze leven van elkaar gescheiden in verschillende groepen. Ik zie dat sommigen onder hen over het hele lichaam behaard zijn, anderen zijn totaal kaal. Deze twee soorten leven  door elkaar heen; het blijkt dat zowel vrouwen als mannen zowel behaard of kaal kunnen zijn. Het is gewoon een verschil van ras. Alle mensen zijn naakt.
Ik besef ineens dat een ieder van ons dan ook al voordat ze landden kaal waren òf veren hadden. Door deze ontdekking voel ik me prompt een stuk minder gespannen. Te weten dat er anderen mij zijn voorgegaan met eenzelfde kaal uiterlijk!
Met deze ontdekking besluit ik niet langer door te vliegen en daal daar af waar mijn meegebrachte wijsheid me wil hebben.

Het volgende moment zie ik mezelf als mens zonder haar. Ik sta in de schaduw van een heel groot palmblad wat door iets... iemand? boven m'n hoofd wordt gehouden.
Ik sta op de grens van een open gele zandvlakte aan de rand van een diep groot bos te kijken naar mensen die hier onafgebroken in de zon liggen te slapen, met de zon meedraaiend over de grond rondkruipen of aandachtig luisteren naar een niet behaarde  man die in hun midden staat te spreken.  
Ineens zie ik iets geks. Ik zie dat de aarde onder de voeten van de man iets doet. De aarde bolt geleidelijk iets op, waardoor de man iets hoger komt te staan. De bolling gaat met hem mee waar hij ook gaat.
De aarde geeft op die manier wat deze man meent nodig te hebben om de aandacht van deze mensen te krijgen én voor meer uitzicht en overzicht over wat er rondom hem ontstaat. De man komt hierdoor ook iets dichter bij onze thuisplaneet Zon te staan. Dit is duidelijk zijn manier geworden om te voorkomen dat zijn Lichtzaadjes vroegtijdig opraken.
 
De reden voor zijn spreken tussen deze mensen hier op deze warme zonnige plek in de zon, is deze mensen te bereiken en te laten inzien dat ze voor Lichtvoeding niet uitsluitend op deze plek hoeven te zijn. Ze te helpen hun angst te overwinnen voor de schaduw. De schaduw die ze nu perse niet in willen of durven te gaan door hun eigen innerlijke schaduwkant.
Deze man heeft ontdekt hoeveel Lichtzaadjes er in de schaduw zijn, hoe vruchtbaar  het aarde leven  in de schaduw ook kan zijn.
Ik ben aan de rand van het bos geland om te zien hoe het daar op die zonovergoten open gele zandvlakte  is, zodat ik niet vergeet waarom ik de schaduw in ga.
Terwijl ik naar de spreker kijk ben ik heel blij dat ik gevraagd ben om mijn zaadjes in de schaduw te gaan zaaien. Ik zou teveel terugverlangen naar mijn thuis planeet de Zon als ik zo constant in het licht van de Zon zou zijn.
Mijn plekje in de schaduw klopt helemaal. Ik weet, terwijl ik naar hem kijk, dat ik hetzelfde ga doen in de schaduw, alleen andersom.
Ik ga de mensen die in de schaduw leven op de mogelijkheid wijzen van het vinden van evenveel Lichtzaadjes, hier in het licht van de Zon.
Ik draai me om en richt me naar de rand van mijn ontwikkelingsgebied, de schaduw, en wacht het juiste moment af.

En dan, ergens een onbepaalde tijd later is er het moment dat ik verneem dat de aarde onder mijn voeten een lagere glooiing heeft gemaakt, waardoor ik altijd iets lager kom te staan dan de mensen om mij heen.
Waardoor ik iets kleiner, iets onopvallender en daardoor vooral niet bedreigend overkom bij mensen die voor hun voeding uitsluitend in de schaduw leven.
De mensen hier zijn bang en schuw geworden voor alles wat groot aan doet. Deze glooiing onder mijn voeten gaat overal met mij mee.
Ik vind het wel prettig zo, ik hoef niet zo groot te zijn.
Mijn tijd is aangebroken, ik ga nu het bos in.
Het eerste gedeelte ziet eruit als een dicht en vol bos waarin ik gewoon kan rondlopen. Hoe dieper ik het bos in ga, des te groter de planten, struiken en bomen worden.
Hoe dieper ik het bos inga, des te moeilijker het begaanbaar is. In het diepste deel van het bos kan er zelfs niet meer gelopen worden.

Hier kan alleen nog maar laag over de grond rond gekropen worden als dieren, en de mensen maken hier ook bijna alleen nog maar grom- en keel geluiden. Hier heb ik geen problemen mee, ik spreek die taal dan wel niet, toch versta ik het wel.
Ik weet ook dat ze mij nog steeds kunnen begrijpen en dat ze niet bang voor me hoeven te zijn. Ik ben immers voor dit schaduwleven klaargestoomd; lang voordat ik me in deze vorm, dit lichaam op aarde zichtbaar zou maken.
Ik heb mezelf, net als zij voor lange tijd, eerst alleen gevoed met wat er in de schaduw te vinden was en heb daardoor ook ervaren hoe het is om zo eenzijdig voeding binnen te krijgen.
Mensen die zichzelf zo eenzijdig voeden, zijn alleen maar gericht op het willen overleven. Zo is het dan ook met de mensen die hier zo laag aan de grond leven. Ze hebben in hun overlevingsdrang ook allemaal behoefte aan een eigen ruimte, een domein waardoor en waarin voeding niet gedeeld wordt.
Om hun domein te beschermen blazen ze hun lichaam zo groot mogelijk op, zodat er verder niemand binnen hun domein past. Doordat ik van planeet de Zon kom, kan ik stralend door de mensen heen zien en zie ik dat de kern in ieder van hen door de tijd heen gelukkig niet veranderd is. Deze is onaantastbaar gelijk aan het mijne en aan alles wat leeft in hun omgeving gebleven. Het is gelukkig alleen het gedrag wat is veranderd.
Ik hou zelf ook van ruimte en vrijheid, maar heb voor mezelf ontdekt dat het ook anders kan en dat het juist daardoor zo simpel is om zowel in het licht als in de schaduw Licht zaadjes te vinden.

Naast mij doemt er een levensgroot mens op. Dit mens heeft me aan zien komen en zichzelf al direct uit gewoonte helemaal opgeblazen.
Ik tik met m'n vinger tegen het dijbeen aan en zeg:

”Hallo, ik ben Sam en ben voor nu, net als jij, even een mens. Want geloof het of niet, ik ben hier gekomen als een grote zwavelkleurige prehistorische vogel zonder veren en zonder staart. Ik had hele grote ogen en een lange spitse snavel. De vorm van mijn hoofd was buitenaards doordat m'n achterhoofd heel groot onderaan de schedel was.
Zal ik je eens laten zien hoe ik me voed en voortbeweeg hier op aarde?”

Vervolgens maak ik mijn kale zwavelkleurige mensenlichaam kleiner en kleiner tot ik het uiterlijk en de grootte heb van een kleine kale zwavelkleurige aardworm. Toch voel ik me innerlijk niet klein omdat mijn kern niet anders is geworden en leg dit dan ook aan de toekijkende mens uit. Vertel dat ik op deze wijze me zoveel sneller gevoed voel met Lichtzaadjes. Dat ik nu zoveel minder nodig heb omdat ik zo ook de zaadjes direct onder de oppervlakte van de aarde weet te vinden. Vertel dat ik op deze manier niet alleen zelf meer ruimte heb, maar ook voor anderen meer ruimte en voeding achterlaat. Dat er op die manier ruim voldoende Lichtzaadjes zijn voor iedereen. Dat het bovendien door jezelf klein te maken, zo onopvallend mogelijk, zoveel simpeler is om de weg naar het Licht van de Zon te hervinden.

Waarna ik me opricht als een prachtige kleurrijke Feniks, ontstaan en herboren uit zwavelkleurige as.
Opnieuw op weg naar de Zon.