Seeds of Time

'The seeds of time'

 

De oorsprong van de tijd

Jill Kramer Bryant

 

Vertaling: Hans Brockhuis

Go to Jill's blog by clicking here: http://wordpassion12.wix.com/jill-kramer

 



Het was een van die dagen, vroeg in mei, dat je kon voelen dat de zomer in aantocht was. Het schitterende groen van de jonge blaadjes geurde als verse limoenen en de knoppen op de planten zagen eruit alsof ze elk ogenblik konden openspringen. De zon stond nog niet hoog aan de hemel maar de warmte die Victoria op haar blote armen voelde, was troostend. Het was een perfecte dag, een diepblauwe hemel zonder enig wolkje in zicht en een lichte zeebries. Victoria had die middag met Peter afgesproken en ze zouden een lange wandeling langs het strand maken om elkaar bij te praten over recente gebeurtenissen. “Heb je er bezwaar tegen als ik een vriendin meeneem om jou te ontmoeten”, had zij hem gevraagd. Peters eerste reactie was een beetje aarzelend geweest en Victoria had uitgelegd dat het om een hele goede vriendin van haar ging die bij haar logeerde om te herstellen van een operatie. “Zij kijkt er echt naar uit om jou te ontmoeten!”.

Rose en Victoria waren al een eeuwigheid vriendinnen. Ondanks hun leeftijdverschil van 11 jaar, waren zij al boezemvriendinnen sinds zij elkaar ontmoetten, jaren geleden. Toen Victoria en Rose met de auto bij het strand aankwamen, kon Victoria Peters auto al zien staan op de parkeerplaats. Ze klommen over de hoge dijk, rechtstreeks het rulle zand in. Het getij liep af en elke zich terugtrekkende golf legde duizenden glinsterende schelpen bloot. Peter liep naar ze toe. Hij keek verontrust, maar leek gezond te zijn, dacht Victoria en toen ze dichter bij elkaar kwamen was zijn glimlach warm en intens. Victoria stelde hem aan Rose voor en zag een plotse flits van herkenning door zijn ogen schieten. Zijn ogen waren licht olijfgroen en deden haar erg aan die van haarzelf denken; in feite waren ze identiek. Peter schudde Rose’s hand en gaf Victoria snel een knuffel en een kus op haar wang. “Fijn dat jullie er zijn”. Zij hij, “Er is heel wat om aan jullie te vertellen.”

Met zijn drieën liepen zij over het bleekgouden zand, met hun voeten in de kleine golfjes, een trage branding die zich ritmisch op het licht oplopende strand verloor. Gearmd liep Peter tussen Rose en Victoria in. De zon voelde warm aan terwijl zij welgemoed over van alles liepen te kletsen. Victoria was blij met het gemak van de conversatie tussen Rose en Peter. Dit was toch hun eerste ontmoeting en Victoria voelde zich prettig en aangenaam. Na een poosje besloten ze te stoppen, Rose leek erg moe en ze waren al een heel eind weg van hun auto. Peter stelde voor om op het zand te gaan zitten met hun rug tegen het duin.

“Is Rose jouw echte naam?”, vroeg Peter plotseling. “Neem me niet kwalijk, maar voor mij lijk je gewoonweg niet op iemand die Rose heet.” Rose leek precies te begrijpen wat hij bedoelde. “Ik werd Ima Myriam genoemd in de ‘Oorsprong van de Tijd’”, antwoordde ze. Peter’s gelaat werd lijkbleek. “Misschien herken je me als je wat scherper kijkt. Ik was je Moeder, vele levens geleden.” Victoria wist dat Peter gewend was om over reïncarnatie te praten, in feite was het één van hun favoriete onderwerpen. “Sluit je ogen en her-inner je,” zei Rose terwijl Peter languit op het zand lag. Plots had Victoria het koud en ze huiverde. Ze waren helemaal alleen op het strand en Peter pakte Rose’s hand, alsof hij iets stevigs nodig had om zich aan vast te klampen. Rose’s zachte stem begon het verhaal te vertellen van zijn geboorte en de vroege jaren die ze tezamen hadden doorgebracht. “Ik ruik de geur van versgebakken brood, “ zei hij. “Ja, dat klopt”, antwoordde Rose. “Ik bakte altijd brood voor jou en je vrienden.” Toen Peter zijn ogen opende kon Victoria een enkele traan zien die over zijn wang biggelde. “Zijn jij en Victoria al lang bevriend?”, vroeg Rose. Het was alsof een dichte mist plotseling optrok en Victoria en Peter zich realiseerden dat hun ontmoeting en hun vriendschap er één was met een hele goede reden.

Terwijl ze naar Rose’s verhaal zat te luisteren, tekende Victoria patronen en symbolen in het zand. Ze haalde iets uit haar zak. “Ik denk dat ik dit maar beter aan jullie kan laten zien,” zei ze. Ze vouwde een klein stuk linnen open dat langzaam aan het verkruimelen was.Een gedroogd bosje twijgen en kruiden kwam tevoorschijn. Rondom de voet was een stuk wit lint gedraaid, zo oud dat de knoop losliet. Een gouden ring, met een enkele diamant, omgeven door een ovalen tros saffieren, werd zichtbaar.“ De saffieren passen bij jouw ogen”, zei Rose tot Peter. Toen Victoria hem aankeek zag ze dat zijn bleek olijfgroene ogen waren veranderd in de meest verbazingwekkende kleur blauw die ze ooit had gezien. Blauw als korenbloemen, zachtjes deinend in een trage zomerbries, blauw als de diepste oceaan, blauw als viooltjes die zich beschroomd verbergen onder hun eigen lentebladeren. Er viel een stilte toen Peter de ring in zijn hand nam. “Doe hem aan mijn vinger, als je wilt”, zei hij en Victoria beefde terwijl ze de ring aan zijn linker ringvinger schoof. “Het was mijn geschenk voor jullie beiden in de trouwschaal, vele levens geleden,” zei Rose. “Misschien kunnen jullie nu alle gevoelens die jullie steeds voor elkaar hadden, beter begrijpen. Ondanks het feit van het leeftijdverschil van 22 jaar tussen jullie.” Victoria begreep het meteen en wist nu waarom zij zichzelf zo vaak had gekweld over dat leeftijdsverschil. “Je hield van Maria meer dan van wie ook”, vertelde Rose aan Peter.

Emotie overmande hem en hij legde zijn armen om Victoria en kuste haar op het voorhoofd. Ze kuste hem terug en met een plotse werveling hervonden hun energieën elkaar. “We zijn alledrie herenigd,” zei Rose.

Victoria stond op en voelde tranen in haar ogen opwellen. Het waren geen tranen van verdriet, maar tranen van vreugde. Ze liep naar de zee. De oranje zon leek een bal van vuur, leunend op de horizon en een pad van gouden stralen overbrugde het kalme zeewater. Ze stond met haar tenen in het water aan het einde van dat pad. Rose stond naast haar en Peter kwam en legde zijn hand rondom haar schouders. Gedrieën stonden zij stil naar de zee te kijken. De laatste zonnestralen reflecteerde zich in de diamant van de ring, alsof die daar was om de eerste avondster op te doen oplichten. Victoria hield haar hand op en een zacht zuchtje wind blies het linnen en de kruiden van haar hand; de oorsprong van de tijd vertoefde weer vrij in de wereld.