Written with Love Written Speciaal

Olijfboom

Olijfboom; foto: Christian Booms

Vader onder de vaders

© 2010 - Roely Anema


Vele eeuwen terug is er ergens in de bergen van Zuid Spanje een klein huisje gebouwd met de stenen, het zand en het water uit de directe omgeving. Het is maar klein; precies genoeg voor één vrouw.
Het huis bestaat nog steeds. Het is door de tijd iets uitgebreid met een broodoven en een stal voor een kleine ezel. Niet veel dus, net genoeg. Het ezeltje was voor de laatste bewoonster vermoedelijk een manier om zich op de steile berghellingen te kunnen verplaatsen toen vanwege haar hoge leeftijd het lopen steeds moeilijker ging.
Het huisje laat nu niet veel meer van de oude robuuste glorie zien. Het dak is eraf, muren zijn deels door verwaarlozing ingestort en de plekken waar raampjes en een deur gezeten hebben tonen zich als een gerafelde open wond.
Wie echter naar binnen gaat en de tijd neemt om de kracht en de puurheid van de woning in zich op te nemen, weet dat dit huisje gebouwd is om oneindig door te leven. Van generatie op generatie door alle geschiedenissen heen.  

Het huisje heeft nooit alleen gestaan. Om het huisje heen bevinden zich nog steeds hele oude olijf- en amandelbomen. 
Deze bomen zijn niet zo oud als het huisje zelf. Toch weten ze wel de totale geschiedenis van dit huis en zijn bewoners te vertellen. De bomen waar zij een nazaat van zijn hebben namelijk hun levenservaringen en kennis die ze op deze plek naast het huisje hebben opgedaan, overgedragen aan iedere vrucht die aan hun takken tot leven is gekomen.
De levenservaring van de voorouder-bomen is voor heel veel mensen sterk waar te nemen in de smaak van de olie die al generaties achtereen wordt gemaakt van de geoogste vruchten.

De omringende bomen hebben zich lange tijd bezorgd afgevraagd of de geschiedenis van het huisje op z'n eind aan het lopen is. Al zolang leefde er niemand meer. Zo af en toe scharrelde er nog wel eens een jager of herder rond, maar dat was altijd maar even; ze kwamen niet om iets toe te voegen aan de voortzetting van de geschiedenis.

Totdat de dag aanbrak waarop er een heel gezin naar het huisje trok. Maar liefst vier mensen die zelfs een aantal dagen bleven.
Het maakte de olijf boom heel gelukkig. Deze mensen waren hier met zoveel plezier. Er werd zelfs een cirkel van stenen om de boom gelegd. Daarmee wist de olijfboom… dit zijn mensen met liefde voor de omgeving, met liefde voor ons als bomen en met liefde voor het huisje. Nu gaat het toch nog goed komen, de geschiedenis krijgt zijn vervolg. Wat de boom nog veel prettiger vond was dat hij nu eindelijk z'n kans zou benutten om één van deze mensen te laten zien wat alle vorige bewoonsters ook hebben gezien via de voorouder-bomen. Dat is dé levenswens van iedere boom om een mens uit te nodigen. Voor een boom is dat de meest wezenlijke bijdrage aan de ontwikkeling van alles wat leeft.

Het duurde toch nog geruime tijd voordat de boom zijn kans kon benutten. Hij zag maar heel af en toe voor een korte periode voornamelijk alleen de man terugkeren naar het huisje. De laatste keer dat de man in de beschutting van zijn takken ging zitten om wat te rusten, vernam de boom vanuit z'n eigen geheugencellen dat deze man hier al eens eerder had geleefd als alleen levend herderinnetje van een kleine schaapskudde waarmee ze samen met haar zwarte hond dagelijks langs de rivier was getrokken. De rivier was in tegenstelling tot nu, altijd rijkelijk gevuld geweest met water van de verschillende bergbronnen. De olijf boom vernam dat de rustende man zich thuis voelde op dit plekje in Spanje. Ondanks dat de boom geen heldere herinneringen aan een eerder leven in de geheugencellen van de man kon ontdekken.

Voor de olijfboom klopte het daarom ook helemaal dat hij juist deze man uit wilde nodigen om ìn de boom te gaan. De kracht van leven, kennis en wijsheid zit immers in herhalen, herhalen en herhalen.
Nu was het dan eindelijk zover. De olijfboom besloot al z'n aantrekkingskracht in te zetten om de man zover te krijgen dat hij onder zijn beschermende takken kwam zitten. Hij vroeg de wind om alleen als zacht briesje aanwezig te zijn en riep de vogels aan om hun lokroep in te zetten.
Toen, precies op het moment dat de man buiten het huisje van het uitzicht stond te  genieten, een hert met een schitterend gewei stil bleef staan op de berghelling tegenover het huisje, werd de wens van de olijfboom verhoord.

~*~*~*~

Fridolin, de man, raakt zo in de ban van al het natuurschoon om zich heen, dat hij voor het optimale genot een plekje onder de boom gaat zoeken. Hij neemt z'n slaap matrasje mee en gaat met z'n rug tegen de boom zitten. De zon schittert op z'n gezicht tussen de bladeren. Door het zachte briesje en de verschillende vogelgeluiden op de achtergrond komt Fridolin in een diepe, diepe ontspanning. Het is alsof iets of iemand hem in een roes heeft gebracht.

Langzaam vervaagt de omgeving en nog weer even later krijgt Fridolin hier helemaal niets meer van mee. Dat is het moment waarop de olijfboom zich voor Fridolin opent en hem opneemt in zijn stam. Voor Fridolin start hier als in een droom, via de boom, een innerlijke tocht naar de essentie van het leven.

De man ziet zichzelf als een wezen zonder lichaam die geroepen is voor inzicht. Het opperwezen spreekt hem aan en zegt: ”Dag Fridolin, ik wil je meenemen om je verder op weg te helpen op je levenspad.“
Even later ziet Fridolin een schijf in de vorm van een groot houten hart verschijnen. Dit hart laat door de vele jaren van leven op aarde veel levenskringen zien.
Het hart heeft in het midden een mooi bewerkt stevig deurtje, in dezelfde vorm. Fridolin bewondert het deurtje langdurig, hier ligt z'n passie immers, mooie dingen creëren uit hout.

Als Fridolin zo bewonderend voor de deur staat te kijken ontdekt hij dat het helemaal geen schijf is, maar driedimensionaal, want het staat zo stevig geworteld als een boom. Dit houten hart oogt als een prachtig door mensenhanden gevormd kunstwerk. Voorzichtig opent Fridolin het.
De buitenste ring is de boombast. Het is de ruwe en verweerde beschermlaag van een grote oude olijfboom. De ringen die hierna volgen zijn er vele waaruit blijkt dat deze boom veel levenservaring heeft opgedaan. Na deze ringen volgt het binnenste gedeelte, de kern en ziet Fridolin opnieuw een kleine deur. Deze is mooi glad bewerkt. Het is zelfs voor verzorging in de lijnolie gezet.

Opeens ziet Fridolin door deze twee deuren dat dit niet alleen een boom is maar ook het boek des levens. Openen en sluiten van de deur heeft hetzelfde effect als het open en dicht doen van een boek. Bij een dicht boek zie je, net als bij mensen, alleen maar de buitenkant. Fridolin zegt tegen het opperwezen: ”Deze boom is ook het karmisch boek van een mens hè, dit boek laat meerdere levens in één en hetzelfde boek zien?”
Het opperwezen antwoordt: ”Ja, dat klopt, ik heb je voor inzicht meegenomen naar dit boek om de hardheid van voor-oordelen, oordelen en ver-oordelen te kunnen begrijpen zodat je niet nog langer onder hun gedrag gebukt hoeft te gaan.
Open het deurtje maar en ga naar binnen.”
Fridolin opent het deurtje, het verrast hem. Hij komt binnen in een aarde- en
bosdonkere omgeving. Het heeft de beschermende warme omhulling en oudheid van een grot en tegelijk ook de warmte van vers levend hout.
Terwijl Fridolin binnen is verneemt hij van wie dit hart is, het is die van zijn vader. Hij snapt direct waarom het juist zijn vader moet zijn. De laatste keer dat hij hem sprak voelde Fridolin opnieuw de afstandelijkheid tussen hen beiden ontstaan en de weerstand wat het in Fridolin opriep. Het lukt hem nog steeds niet om zich neer te leggen bij de altijd oordelende en aanwezige afstandelijkheid die z'n vader naar hem uitstraalt. Terwijl vader er toch ook altijd weer op staat dat Fridolin tijd vrij maakt wanneer z'n vader jarig is.
 
Nu Fridolin deze ontdekking heeft gedaan ontstaat er in hem een groot gevoel van blijdschap om hier te mogen zijn. Om juist via het hart van zijn vader inzicht te krijgen en nog wel net voor het aankomend weekend. Hij zegt tegen het opperwezen: “Wil je me soms behoeden voor nog weer een moeizame dag omdat je weet dat het me zonder dit inzicht steeds zal blijven raken?”
Het opperwezen antwoordt: “Nee, het is aan jou wat je met dit inzicht gaat doen. Ga nog eens naar buiten en zeg me wat deze kleine deur je nog meer laat zien!” Fridolin gaat weer naar buiten en sluit het deurtje achter zich. Als hij ernaar kijkt herkent hij  ineens dat dit het collectieve deurtje is van allerlei mensen met een vergelijkbare ervaring in relatie met hun vaders. Fridolin voelt ongelofelijk veel verdriet opwellen.  Het opperwezen vraagt Fridolin opnieuw naar binnen te gaan. Binnengekomen voelt hij zo’n diep verdriet, maar toch kan hij niet huilen. Het opperwezen vraagt hem te vertellen wat hij ziet.

Fridolin gaat de ruimte door en ziet allemaal laatjes openstaan met uitspraken en overtuigingen van de vaders, ook die van hem. Op harde en verbitterde toon schreeuwt het door elkaar heen. Het zijn allemaal geluidloze schreeuwen die via ragfijne levenswortels de voedingskracht van Fridolin en zijn lotgenoten beinvloeden. Het is tevens het verdriet van de vaders die voor hun smart een uitweg hebben gevonden  via de wortels van hun nageslacht.

Dan ziet Fridolin een hele grote en bijzondere wortel. Het is een wortel zonder begin of einde. De wortel ankert de boom door de aarde heen en tegelijkertijd ziet hij die ook door de kruin van de boom verdwijnen, ver de kosmos in. Fridolin gaat ernaar toe en ontdekt dat de wortel allemaal tekens in zich heeft. Hij bespeurt dat het wetten zijn en dat het wortelvocht vol van religieuze stromingen is. Fridolin vindt het in eerste instantie allemaal erg heftig overkomen. Maar als hij bekomen is van z'n eerste reactie, beseft hij dat de wortel een hele mooie wit-licht uitstralende wortel is doordat die leeft vanuit de natuurlijke wetten en zich alleen laat voeden door zuivere natuurlijke religie.
Plotseling voelt hij heel diep en intens  dat deze wortel dé essentie is, in en voor alles wat leeft.
Dan kijkt hij weer om zich heen naar al die geluidloze schreeuwende vader laatjes. Het contrast tussen deze laden en de wortels is buitengewoon groot. Deze zo natuurlijke witte-licht-wortel heeft de uitstraling van Dé Vader in zijn zuiverste vorm. Het verblijft als een altijd aanwezig herinnerende lichtkracht tussen deze verbitterde en verdrietige vaders en de ragfijne wortels van hun nageslacht.

Het opperwezen ziet en voelt dat Fridolin dit beeld in zich heeft opgenomen en vraagt hem: ”Wat komt er in je op nu je dit gezien hebt, wat zou je nu kunnen gaan doen?”
Fridolin antwoordt: ”Ik zie dat deze laatjes er hoe dan ook altijd zullen zijn en dat het niet aan mij is om de laden van oordelen of veroordelen van mijn vader en de andere vaders over te nemen of te sluiten voor hun of mijn eigen geluk.”
Dan gaat hij naar de stralende Witte Wortel, verenigt zich met de Wortel en voelt zichzelf als diepe liefde. Hij zegt tegen het opperwezen: ”Het meest wezenlijke wat ik kan doen is liefdevol zonder weerstand zijn naar mijn vader en de vele vaders en hun nageslacht die ik ongetwijfeld nog zal tegenkomen op mijn pad.”

Het volgende moment wordt Fridolin door het geklingel van honderden schapenbellen om hem heen teruggehaald naar het dagelijks leven van genietend zitten onder de olijfboom voor z'n prachtige huisje in Spanje.
Op dat moment is er niemand gelukkiger dan de boom. Voor het eerst in zijn nog geen honderdjarige bestaan heeft hij kunnen laten zien dat hij het werkelijk waardig is om de fakkel te dragen die door de hele ontstaansgeschiedenis van de natuur heen,  altijd gedragen is door al zijn voor-ouders.