Written with Love Written Speciaal

Ankh

Oneindige Zielsverwantschap

Roely Anema


Op aarde is alles in rep en roer omdat er door verschillende paren getrouwd gaat worden.

Ergens in het leven bevindt zich een hele hoge mooi begroeide berg met alleen gras, mos, bloemetjes en wat laag bij de grond groeiende gewassen op een stevige gelijkmatige aarde.
Deze berg is het hoogste wat er voor mensen te bereiken is. Bovenop deze berg staan twee  menselijke gedaanten. De ene is in een zwart kleed gehuld en heeft een grote zwarte capuchon opgetrokken over waar je eigenlijk het hoofd verwacht, maar waar niets anders te zien is dan een diepe donkere holte.
 
De andere gedaante laat zich exact gelijk zien, maar dan omhuld door een wit kleed met een witte capuchon, eveneens opgetrokken over waar je eigenlijk het hoofd verwacht; hier straalt uitsluitend licht uit. Beide gedaanten zijn zó groot, dat ze een verbinding tussen hemel en aarde lijken te zijn.

Ze staan er als waren ze een herinnering. Zwijgend en onbeweeglijk naar de mensen kijkend die zich om de voet van de berg heen voortbewegen.
Meer doen ze niet.
De twee gedaanten zijn het duister en het licht; zijn dood en leven; zijn het goede en het slechte; zijn de schaduw- en de lichtkant; het mannelijke en het vrouwelijke; yin en yang. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar en zijn ooit, héél lang geleden, een oneindig voortlevende verbinding met elkaar aangegaan.

In het dorp onder aan de voet van deze berg is het een wirwar van verschillende huwelijken door elkaar.
Er loopt een vrouw in een zoet roze sprookjesachtige trouwjurk rond met haar drie kinderen om haar heen lopend, ook alle drie in roze kleding. Het is een huwelijk samen met haar drie kinderen. Een heilig huwelijk. Ze is op weg naar de mooi begroeide berg maar draalt wat aarzelend rond. Ze twijfelt of ze op de andere bruidsparen zal wachten die wat chaotisch door elkaar heen lopen, of toch maar op eigen gelegenheid haar weg zal vervolgen.

Iets verderop ziet ze een man en vrouw, in perfect op elkaar afgestemde bruidskleding. De man schiet allerlei kanten uit om de situatie toch maar zo goed mogelijk te laten verlopen; de vrouw loopt er wat verloren bij. Weer wat verderop ziet ze tussen de drukte een hagelwit gekleed stelletje dromerig, haast zwevend richting de berg lopen, helemaal in elkaar opgaand, geen oog voor de omgeving hebbend.

De vrouw met haar kinderen besluit op eigen gelegenheid haar weg te vervolgen. Ze herkent zich niet in de bruidspaartjes om haar heen.
Alweer een lange tijd terug heeft ze hier ook gelopen met de man van haar hart. Waren ze ook man en vrouw die hun samenzijn wilden laten bezegelen. “Tot de dood ons scheidt.”

Die dag kwam eerder dan ze beiden ooit voor mogelijk hadden gehouden. Ze bleef alleen achter met hun drie mooie kinderen.
Ze hadden het goed gehad samen en waren regelmatig teruggegaan naar de berg. Soms ieder apart of met een vriend of vriendin, om daarna weer samen te gaan om elkaar te kunnen blijven begrijpen. Op die manier stond de berg centraal in hun levenspad.
Al jarenlang wisten ze beiden van de twee gedaanten boven op de berg. Eerst was dat niet echt bewust want aanvankelijk werd hun aandacht voornamelijk opgeslokt door alle activiteiten en vormen die het aardse leven in de aanbieding heeft.
Maar gaandeweg de jaren verstreken ontstond er behoefte aan bezinning. Dat was het moment waar ze samen de berg opnieuw ontdekten. Tenslotte zagen ze tijdens hun pad naar boven de twee gedaanten staan.

Vanaf dat moment werden hun gesprekken anders. Niet zó schrikbarend totaal anders, dat de familie en vriendenkring zich zorgen gingen maken, nee dat niet. Ze rolden van de ene ontdekking in de andere omtrent de twee figuren.
Geleidelijk aan veranderden beiden, haast onopvallend, waardoor ook hun innerlijke verhouding ten opzichte van hun omgeving anders werd. De interesses kwamen op een ander vlak te liggen, er kwamen nieuwe vrienden bij. Hun kijk op de mensen, op het wereldgebeuren, ja zelfs op het totale leven paste zich aan. Na een stop voor bezinning halverwege de prachtig begroeide berg besloten ze ook via hun werk uitdrukking te geven aan hun bergpad ervaringen; ieder op zijn eigen manier.

Ze weet nog als de dag van gisteren hoe stil het moment was waarin ze tijdens hun bergpad wandeling ontdekten dat ze niet meer tegen de twee hoog boven het leven uittorende gedaanten opkeken. Dat stille moment waarin ze elkaar aankeken en volop waarnamen dat de gedaanten deel van henzelf uitmaakte en dat er eigenlijk helemaal geen onderscheid bestaat. Dat beiden één zijn en louter als twee in en buiten hen bestonden door hun eigen beperkende gedachtekracht. Ja, dat was een prachtig moment. Een herinnering met een gouden randje wat voor altijd in haar hart besloten ligt.

De vrouw loopt inmiddels met haar kinderen halverwege de berg. Ze doen het rustig aan, voor de kinderen is het nog geen overbekend pad. Ze kijkt naar haar kinderen en ziet hoe verschillend ze zijn. De oudste zwijgend, rustig observerend om zich heen kijkend, de tweede steeds weer bij iedere nieuwe ontdekking een haast filosofische wijsheid uitroepend en de jongste als een vlindertje dartelend van het ene bloempje naar het andere, een gilletje makend bij het zien van ieder onverwachts diertje op haar pad.
De kinderen weten wel van het bestaan van de berg, weten ook al wel een beetje van de ontdekkingen die hun ouders hier gedaan hebben. Ze hebben het pad ook al eerder belopen; dat was toen ze hun vader uitgeleide deden. Maar nu ze hier opnieuw met z'n vieren het pad oplopen, ervaren ze de omgeving toch weer heel anders.

Toen haar man wist dat hij het aardse leven ging verlaten, hebben ze samen het laatste stuk naar de top van de berg bewandeld. Het laatste gedeelte bleek een kleurrijke omgeving te zijn. Geen velden met gemengde kleuren. Nee, alsof de natuur wist welke kleuren volgorde ze nodig zouden hebben tijdens hun tocht, kwamen ze steeds weer in een omgeving terecht van één en dezelfde kleur, steeds weer een andere kleur. Wel altijd groeiend vanuit een groene basis van gras en bloemen steeltjes. Zo mooi, zo harmonieus. Toen ze bijna helemaal bovenop de berg waren werd het steeds stiller en transparanter om hen heen.
De lucht was stralend blauw, de zon scheen uitnodigend.
Een perfecte timing.
Het licht opende zich in een uitnodigend gebaar naar het levenslicht van haar man. Ze zag aan de uitdrukking van zijn gezicht dat de engelen voor hem zongen en wist, ondanks het grote verdriet bij haar en hun kinderen, dat het zo helemaal goed was.

De reden van haar huwelijksdag vandaag is dan ook een ode aan haar man en de vader van hun kinderen. Een lofdicht aan een onbegrensde liefdesrelatie. Voor haar is dit huwelijk een heilig huwelijk. Ze heeft niet de behoefte gevoeld om vrienden of familie mee te vragen.
Samen met haar kinderen is ze overeengekomen dat ze alle vier graag in het roze gekleed zullen gaan.

“Roze geeft me een licht en zacht gevoel, dat heb ik nodig mama,” sprak de oudste.
“Roze is voor baby'tjes die net geboren zijn en dat is voor ons nu eigenlijk ook zo, hè mama?,” sprak het tweede kind.
“Roze is de kleur van heel veel mooie bloemetjes en de kleur van heel veel zoete troost snoepjes mama,” sprak het jongste kind.
Toen haar kinderen haar vroegen waarom zij voor roze had gekozen, gaf ze als antwoord,
“Rood is voor mij de kleur van bloed, van leven dus, maar ook van liefde en wit is voor mij de kleur van transparantie, licht en liefde. Ik deel hier met jullie in liefde het leven en voel me tegelijkertijd ook in liefde verbonden met papa's licht.
Als ik mijn kleur en papa's kleur laat samensmelten tot één kleur, dan verandert het in roze.”

Als ze opnieuw aangekomen zijn op de plek waar ze voor het laatst samen waren geweest, is het voor haar en de kinderen een zekerheid dat hij al op hun zit te wachten. De zon schijnt opnieuw uitnodigend en andermaal is het sereen stil. Ze zoeken een plekje met uitzicht op een prachtig veld rode klaprozen.
Er gaat een zacht briesje over hun hoofden, het voelt aan als een streling.
Wat verderop zien ze twee witte duiven koerend om elkaar heen lopen. Plots stijgen beide duiven tegelijk op en komen al draaiend om elkaar heen in hun richting gevlogen. Boven hun hoofden stijgen ze weer samen op, hoger en hoger in de richting van het licht van de stralende zon.

De vrouw en de kinderen blijven stil geboeid kijken naar dit schouwspel, er lopen tranen over de wangen van de vrouw omdat ze weet wat er gaat komen.
Het volgende moment zijn de twee witte duiven niet meer zichtbaar. Daarvoor in de plaats zien ze één prachtige Adelaar omlaag komen. De Adelaar daalt tot het vlak boven hun hoofden vliegt. Vliegt dan tot vier keer toe in een grote cirkel om hen heen, om daarna opnieuw op te stijgen in de richting van het licht van de zon, waarna ook de Adelaar uit het zicht van de vrouw en kinderen verdwijnt.

De vrouw en kinderen lopen daarna, nog diep onder de indruk maar ook diep gelukkig, hun pad terug. Het is precies gegaan zoals ze zo vaak besproken hadden toen haar man en hun vader nog leefde.
Bij iedere foto van twee witte duiven had hij altijd gezegd tegen de kinderen: “Kijk zo zouden je moeder en ik eruit gezien hebben als we twee diertjes geweest zouden zijn.”
Bij iedere foto van een Adelaar zei hij altijd weer: ”Kijk, wij als gezin zijn samen net zo krachtig, vrij en mooi als deze Adelaar en dat zal altijd zo blijven, waar ieder van ons ook is.
Dat is onze oneindige zielsverwantschap met elkaar.”