0 Running Fox Papers januari 2006

Running Fox Papers

6e Jaargang nummer 35 ~ januari 2006 ~ Dieren en Spiritualiteit

Inhoudsopgave van deze nieuwsbrief

Citaat van de maand:

Wanneer we met dieren leren communiceren…

“Wanneer we met dieren leren communiceren, en met dierenoren leren luisteren en door dierenogen zien, ervaren we het fenomeen van onze eigen menselijke essentie op directe wijze en worden we ons bewust van onze krachten en mogelijkheden.”


TED ANDREWS

Een Schat aan inzichten

~*~*~*~

Inhoud

Citaat van de maand Wanneer we met dieren leren communiceren...
Dieren en Spiritualiteit Voorwoord
Athor

Hans Brockhuis

Wolfspraak Myriah Krista Walker
In de weidse oceaan der stilte Hans Brockhuis
Suusje Maja Kluvers

Dieren en spiritualiteit

Vanaf de dag dat wij trouwden, en dat is alweer 37 jaar geleden, hebben wij dieren in en rondom het huis. Tijdens de receptie kwamen mijn zwager en schoonzus aan met een origineel kado: twee cavia’s en een hok. Sindsdien hebben een groot aantal dieren deel uitgemaakt van onze huishouding. Cavia’s, hamsters, een haan en kippen, konijnen, vissen, een hond, Jippie, de rode kater.

Ook nu nog zijn er een stokoud konijn (Knabbel), Jippie de kat, en vaak de Labrador van onze dochter in huis. Vooral mijn vrouw heeft zich altijd zeer intensief met het dierenvolk beziggehouden. Bovendien heeft zij steeds een bijzondere empathische band met hen gehad en wist steeds feilloos te melden, voordat er iets bijzonders te zien was, wanneer er iets aan de hand was met één of meer van de dieren.

Deze Running Fox is helemaal aan dieren gewijd en aan de manier waarop wij mensen met deze wezens in contact kunnen treden. Dat daar niet één methode voor is blijkt uit de verschillende artikelen. Elke auteur beleeft dat op zijn of haar eigen wijze. De diversiteit die daaruit spreekt vind ik ongelofelijk boeiend.

Ik wens jou veel con-nectie toe.

Hans Brockhuis.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Athor Door Hans Brockhuis

Mijn naam is Athor en ik ben wat jullie mensen een dolfijn noemen. Nu is die naam dolfijn naar mijn mening niet zo erg goed gekozen want het dekt de lading niet. De vibraties van dat woord, sluiten niet aan bij die van de naam die mijn volk aan ons ras heeft gegeven. Wij noemen onszelf Altea en nu weet ik wel dat er ook volkeren van die naam op de planeet Aarde en elders leven en hebben geleefd, die het uiterlijk van humanoïden hebben of hadden; wij zijn op dit moment de erfgenamen van het Altea-ras op de wereld die jullie Aarde en wij Water noemen. 

Momenteel leef ik in een beschutte baai in een deel van de wereld met een prettig klimaat. De zon schijnt bijna altijd, wat prachtige kleurnuances oproept in de bovenste lagen van de zee, vlak onder de grens waar het water ophoudt en de lucht begint. Op deze prachtige plek trek ik mijn baantjes, geflankeerd door een enorme variatie vissen, waarvan de één nog fantastischer gekleurd is dan de ander. In alle soorten en maten trekken zij voorbij en omdat ik ook moet leven komt dat sommigen niet zo goed uit want die gebruik ik dan voor mijn maaltijd. Merkwaardig genoeg is de mate van kleuring niet evenredig aan de smakelijkheid van een gegeven soort, maar ik weet ze er wel uit te pikken! 

Verderop bevinden zich koraalriffen en tegen één daarvan ligt het wrak van een houten schip langzaam te vergaan. Het is de woonplaats voor een groot aantal zeedieren. Zo nu en dan komen er een paar van mijn neven, de haaien, voorbij die groot tumult veroorzaken in de atol, maar die behalve dat zij zichzelf ook van hun dagelijkse portie voedsel moeten voorzien, nauwelijks kwaad aanrichten. Waarom zouden ze ook. Voedsel genoeg, zover oog en radar reikt, dus waar zou je je druk over maken. Iets verderop hebben de mensen een steiger gebouwd die een eindje de zee insteekt en hier leggen de vissersvaartuigen van het eiland aan, om hun dagelijkse vangst aan land te brengen. De vissers zijn vriendelijke mensen en ook zij zijn slechts uit op het verzamelen van voedsel, hoewel de tonijnen die hier ook leven, daar weinig boodschap aan hebben, want zij zijn het die door de vissers worden gevangen. Overdag, wanneer de boten op zee zijn, komen de kinderen bij de steiger spelen en soms, als ik daar zin in heb kom ik onder hen doorzwemmen en duw met mijn snuit tegen hun voeten die ze vanaf de steiger in het water laten bungelen. Met veel misbaar vallen ze soms in het water en dan hebben we veel schik.

vervolg

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Wolfspraak Door Myriah Krista Walker

 

Shelby was de enige resterende pup uit Ayla’s nest. Ze was uitsluitend overgebleven omdat ik haar, toen ze nog maar zes weken oud was, aan bekenden had weggegeven. Tijdens mijn leven heb ik een groot aantal honden grootgebracht en het is de normale leeftijd om een pup, zodra zij is gespeend, van de hand te doen.

Maar niet zo bij wolven. Ayla, een prachtige wolfshond, kon het mij heel lang niet vergeven. Shelby was het enige wijfje geweest uit een nest van vier, en haar favoriete. Ze placht haar wakker te maken om haar te kunnen voeden, waarbij ze haar zo veel mogelijk vetmestte met haar rijke melk

Toen ik de tweede pup wegschonk, kon Ayla de twee overgeblevenen niet loslaten. Ik stemde er mee in ze te houden en keek toe hoe ze opgroeiden en ik verwonderde me over de wijze waarop een wolvenmoeder zich onvoorwaardelijk toe kan leggen op het onderwijzen van wijsheid.

Het is niet eenvoudig om met wolfshonden in de ‘geciviliseerde wereld’ om te gaan. Het hybride percentage in hun systeem doet er niet toe. Hun natuurlijke jachtinstincten blijven altijd de overhand houden. De mens in de horde moet actief rekening houden met en voorwaarden scheppen voor het weerstaan van onverhoedse aanvallen.

vervolg

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

~*~*~*~

In de weidse oceaan der stilte

Door Hans Brockhuis

In de weidse oceaan der stilte
Zwemt een eenzame dolfijn
Het gouden licht van een overweldigende
Zonsondergang tegemoet.

Hij weet wat hij is geweest in de wateren van het leven
En denkt vooruit naar een
Warme toekomst waar hij zich kan laven
Aan de lichtende zonnestralen.

Hij her-innert zich wat eens was.
De Gouden en de Zilveren momenten
Die zich afspeelden in de vergankelijkheid
Van het leven zoals zich dat aan hem voltrok.

Hij is intens dankbaar en
In de wijdte van de oceaan der stilte
Dankt hij zijn God, dat alles is gelopen
Zoals het allemaal is gelopen.

Wij die hier achterblijven,
Wensen hem alle goeds toe,
Daar in het Gouden licht
Van zijn eigen Zonsondergang.

Dag lieve dolfijn,
Zwem maar naar je warme toekomst,
Waar je je mag gaan koesteren
In je eigen weidse oceaan der stilte….

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Suusje Door Maja Kluvers

 

Lieve Suus, ik schrijf dit verhaal over jou en mij omdat het een heel bijzonder verhaal is en waarvan ik denk dat het een boodschap bevat voor andere mensen.

Als Suusje in mijn leven komt, het is liefde op het eerst gezicht, is zij ruim drie jaar oud. Ze heeft een blauwcrème vacht die zo dicht is dat ze er de koudste winter op de zuidpool wel mee zou overleven. Deze poes heeft al heel wat meegemaakt, en zeker niet altijd even vrolijk. Ze komt uit een kennel en de ruimte in huis voelt voor haar in eerste instantie onveilig. Temeer daar dit voor haar al het vierde thuis is. Naarmate de tijd verstrijkt komt ze tot rust. Ze is een koningin onder de poezen. Je ziet dat haar bewustzijn al een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ze heeft zo haar eigen willetje! Als ze de kamer binnenkomt loopt ze statig als een koningin; dan KOMT er ook echt iemand binnen. Haar blik in de ogen lijkt te zeggen: “Ik zal je eens even wat laten zien".

Als ik ’s avonds op de bank zit, komt ze altijd naast me zitten, maar nooit echt op schoot. Het gaat jaren goed met haar maar dan opeens begint ze haar ontlasting naast de kattenbak te doen. Eerst denk ik dat het een ongelukje is, maar deze ‘ongelukjes’ komen steeds vaker voor en op meerdere plekken in huis. Wat is er toch aan de hand? In een boek wat ik daarover lees staat het advies om er een kattenbak bij te nemen of om folie te leggen op de plaatsen waar ze haar behoefte doet. Daar is echter geen beginnen aan, want als ik van mijn werk kom heeft ze het alweer op andere plekken gedaan, en kijkt me aan met een blik van: “alsjeblieft, dit heb ik maar voor elkaar.” Ik ben ten einde raad en verlies naar haar toe ook wel eens mijn geduld en word dan boos.

vervolg

Naar de inhoudsopgave