0 Running Fox Papers januari 2007

Running Fox Papers

7e Jaargang nummer 43 ~ januari 2007 ~ Het 'oude' Egypte

Inhoudsopgave van deze nieuwsbrief

Veer Citaat voor deze nieuwsbrief:

Voor een mummie is het leven
even ingewikkeld als de dood.

Ingmar Heytze (Sta op en wankel)

Een Schat aan inzichten

Inhoud

Citaat van de maand Voor een mummie...
Leven in Egypte Voorwoord
De priesteres Imertnebes

Hans Brockhuis; De Nada Kronieken, deel 38

Horus Ludy Feyen
Gedichten uit Egypte

National Geographic

De munt Eva 'Rainbow' Reinermann
Slaaf in Egypte Jean van der Borght
Opzichter in Egypte Rama Hartgers
Andere interessante hoofdstukken op Running Fox Colofon  


Leven in Egypte ~ door Hans Brockhuis

Zoals ik kortgeleden in een E-mail aan jou meldde, keek ik niet lang geleden in de spiegel. Onverwacht keek in de peilloze diepte van de amandelvormige ogen van een Egyptische priesteres. Dat was voor mij het begin van een zoektocht naar een ‘vorig’ leven dat ik in het oude Egypte moet hebben geleefd. Ik maakte opnieuw kennis met een deel van mijn ‘Zelf’, luisterend naar de prozaïsche naam Imertnebes, waarover ik schreef in de 38e editie van de Nada Kronieken.

Ik vroeg mij af of er onder mijn lezers ook anderen zouden zijn met dergelijke herinneringen. Dat heb ik geweten. Er kwam zoveel materiaal los, dat een enkele nieuwsbrief niet zou volstaan om alles te kunnen onderbrengen. Ik heb daarom besloten om behalve deze ‘Papers’ onder de titel: ‘Egypte’, daar volgende maand een vervolg aan te geven onder de meer algemene titel: Reïncarnatie.

Wanneer er over reïncarnatie wordt gesproken, wordt door sceptici al gauw gezegd dat ‘iedereen’ die in die ‘onzin’ gelooft, Jeanne d’Arc, Napoleon of Cleopatra zou zijn geweest. Natuurlijk komt dat ook voor en in het geval van enkele psychiatrische aandoeningen is het niet duidelijk of hier werkelijk van reïncarnatische herinneringen kan worden gesproken. Mede omdat dergelijke aandoeningen behandelbaar zijn, zal ik hierover verder niet uitweiden.

Wat wel duidelijk is, is dat de lezersverhalen die hier worden aangeboden, niet over dergelijke kopstukken uit de geschiedenis gaan. Het gaat hier over alledaagse mensen, een ‘gewone’ burger, een opzichter, een slaaf, een slavin, een priesteres.

Rond het jaar 11.500 v.C. ontstaat de zogenoemde eerste tijd der Egyptenaren. Overlevenden van Atlantis vermengen zich met de plaatselijke bevolking en - archeologisch gezien - van de ene dag op de andere, wordt een primitieve cultuur omgevormd tot een technologische. Dan begint de bouw van de piramiden, wat in totaal 6000 jaar in beslag neemt. In het jaar 6257 v. Chr. wordt onder leiding van Cheops (Choefoe) die een incarnatie van de Havik was [zie mijn nieuwsbrief van juli 2004: Sporen op deze Aarde]. De grote piramide wordt uitgebreid en van een prachtige gouden laag voorzien die van heel ver weg zichtbaar was en die letterlijk een schitterend richtpunt was voor allen die zich op aarde en in de stratosfeer bevonden. Het piramidecomplex te Gizeh is een zuivere interpretatie van het sterrenbeeld Orion in de tijd dat het complex werd aangelegd. De incarnaten van de leiders waren dan ook humanoïden met vogelachtige kenmerken die uit dat sterrenbeeld afkomstig waren.

Behalve de ‘hoge’ politiek, is het natuurlijk ook van belang om je af te vragen hoe het ‘gewone’ volk in die periode geleefd moet/kan hebben. De verhalen in deze nieuwsbrief getuigen daarvan.

Running Fox wenst jou bij het lezen van die verhalen, vele bijzondere herinneringen toe.

De priesters Imertnebes

De Nada Kronieken, deel 38, door Hans Brockhuis.

Imertnebes, de hemet-Netjer of dienares van god, schoof langzaam de prachtig geborduurde voorhang van de tempel opzij en stapte bedachtzaam over de drempel van het heilige der heiligen. Vervolgens knielde zij in één vloeiende beweging neer voor haar godin Renenwetet. Terwijl de godin met haar slangenhoofd vol mededogen op de jonge vrouw neerkeek, die in haar zuiver linnen, bijna transparant gewaad met gespreide armen op een grote witte vogel leek, prevelde zij haar ochtendgebed:

“O Renenwetet, voor wie de goden vrezen, o vergoddelijking van het geweven kleed. Hoe gelukkig zijn zij, die u zien, getooid met uw hoofdversiering van het voorhoofd van Re. Uw koningsschort op u is Hathor en uw veer is een veer van de valk en u stijgt daarmee op ten hemel onder uw broeders, de goden […]”.
Na het gebed haastte Imertnebes (Nibi, voor intimi) zich om de offergaven klaar te leggen die korte tijd later, als het nog koel was, aan de godin zouden worden gepresenteerd. Even later arriveerden de ratelaar en de zangers die haar, achter de voorhang, zouden begeleiden tijdens de offerceremonie.

Horus ~ door Ludy Feijen

www.ludyfeyen.nl

Twee jaar geleden gaf ik een workshop 'zomerse landschapskunst' op Terschelling vanuit de Folkshegeskoalle aldaar. Ik trok met de mensen naar een bijzonder waterrijk plekje in het Hoornse bos. Dat is een waterreservoir vol met riet, bestemd voor het opvangen van het regenwater in de duinen.
De deelnemers zwerven dan uit over het eiland en ik bleef achter bij de waterkant.
Graag werk ik met klei als start voor het maken van beelden in de natuur. In mijn handen 'ontstond' de kop van Horus die ik op een gevonden tak tussen het riet plaatste. Ik was er erg door deze ontmoeting verrast en ervoer het als een dierbare vriend die ik weer terug vond.

Vaker duiken er beelden uit het oude Egypte bij me op, zo maakte ik in 1998 het beeld de 'hemelse roeiriemen' dat ik in Nuenen exposeerde, waarbij ik veel overeenkomsten ervoer met deze zielenreis en die van de Keltische wereld.

Eind 2005 werd ik door de ontmoeting met Horus naar het museum van Oudheden geleid en daar inspireerde het dodenboek van Tajoekeryt me tot het beeld 'de reis'. Als in kolommen plaatste ik figuren achter elkaar die kenmerken vertonen van Osiris met zijn hoge muts en de lange baard. Dit alles gemaakt van wilgenteen, als eerste verbeelding van een groter uitgevoerd werk dat ik binnenkort in het gemeenschapskunstproject 'Salixslinger' in Leiden wil gaan uitvoeren. Zie hiervoor www.salixslinger.nl
Ik heb sterk het gevoel dat we met elkaar veel informatie over de Egyptische wereld aan het hervinden zijn. Informatie die ons nu behulpzaam is met proces van verbinding maken met de aarde en met elkaar. Het is fijn om op deze manier informatie uit te wisselen over de tijd, waar ik me intuïtief mee verbonden voel en waar ik het liefst door middel van beelden mee communiceer.

Gedichten uit Egypte

In den Beginne…

In den Beginne, was de wereld vervuld van water. Niets bewoog zich temidden van die donkere en troosteloze uitgestrektheid. Toen geschiedde er een wonder. Een lotusbloesem rees op als een gouden vogel. Zij opende haar bloemblaadjes en baarde de Zon. Als een gouden vogel verrezen vanuit de bloesem, onderwierp de Zon het water en schiep leven uit het verrezen land. Steeds opnieuw, wanneer de Nijl zich terugtrekt en het groeiseizoen aanbreekt, danken de mensen de Zonnegod Re en zijn aardse pendant, de Farao, die hemelse krachten voor zich opeist en het land vruchtbaar maakt.

Hymne aan de Aten

Schitterend rijst gij op in het hemelse licht land, O levende Aten, schepper van het leven! Als gij de dageraad schept in het oostelijke licht land, vervult gij ieder land met Uw pracht. Gij zijt schoonheid, groots, stralend, hoog boven iedere landstreek: Uw stralen omhelzen de landerijen tot de grenzen van alles dat gij maakte… Aller ogen zijn op uw schoonheid gericht totdat gij ondergaat. Alle arbeid staakt wanneer gij rust in het westen. Wanneer gij oprijst, wordt iedereen wakker voor de Koning. Ieder been is in beweging omdat gij de aarde oprichtte. Gij wekt ze op voor Uw zoon die uit uw lichaam ontsproot. De Koning die bij Maat leeft, de Heer van de twee Landen.

De munt ~ door Eva 'Rainbow' Reinermann

Als het om herinneringen uit Egypte gaat, had ik enkele jaren geleden de volgende korte, maar uiterst zoete herinnering. Het was in ons huis in Brussel. Ik was ongeveer 50 jaar oud en voelde me soms een oude matrone. Toen arriveerde een klein pakketje. TIME LIFE had zojuist een boek uitgegeven over het Leven in het oude Egypte.

Als een cadeautje hadden zij een kopie bijgevoegd van een oude Egyptische munt. Op hetzelfde moment dat ik die munt in mijn hand hield, voelde ik mij getransporteerd naar de straten van Egypte, waarschijnlijk vele eeuwen geleden. Ik was een meisje, een bediende in een gegoede familie en ik was op weg naar de markt om voedsel te kopen. Ik voelde het linnen van de tuniek op mijn lichaam, de munt in mijn rechterhand, de sandalen aan mijn voeten en de zon boven de daken. Ik had een linnen sluier om mijn hoofd maar mijn gezicht was niet bedekt. Ik was jong en sterk en tevreden over mijn leven.

Ik ben erg dankbaar voor die herinnering en voel mij verwant aan mijn Egyptische zuster, een ander deel van mijzelf in de tijd.

Slaaf in Egypte

door Helen van der Borght

Ik ben een vijftiental jaren geleden in regressie geweest. In één van die levens bleek ik slaaf in Egypte te zijn geweest. Een kort verslag.

Ik ben een Israëlitische jongen van dertien en sta in een kleine wijngaard druiven te eten met een kort mes in de hand. Ik heb licht krullend, zwart haar en het kleed dat ik draag hangt, door mijn groei, juist onder mijn knieën. Ik zie tot mijn verwondering, (vanwaar komen ze?) vreemde soldaten en hun chef die nonchalant tegen een palmboom leunt en een klein gebaar maakt om mee te komen. Ik vlucht niet, roep niet; ik weet innerlijk dat de afrekening is gekomen...

Volgende beelden.
Een grote groep joden, waarvan ik één van de jongsten ben, loopt langs de zee richting Egypte. Voor mij lopen drie volwassenen met hoofddoek en donkerblauw kleed; de twee buitenste steunen de middelste. Ik heb dagenlang naar hun ruggen gekeken. In de groep gevangenen worden godsdienstige liederen gezongen om elkaar wat op te beuren. Met ons worden ook een kudde schapen meegedreven.

Ik loop totaal alleen. Niemand geeft om mij. Niemand spreekt mij aan. Ik voel een grote verlatenheid. De nachten zijn ellendig. De koude van de nachtelijke woestijn valt op ons . We slapen temidden van de schapen. Zij zijn onze wollen deken. Ik denk er niet aan te vluchten. Rondom onze groep, in de duisternis, zitten de wachters, gehuld in hun deken. De hemel is schitterend door het gesternte maar de kou en de honger domineren.

Volgende beelden.
Slechts gekleed in een lendendoek sta ik grond los te hakken. Dit heb ik dertien jaar lang moeten doen. Ik werk in een enorme vierkante put. Hier zal een gebouw komen. Welk? Dat wist en weet ik niet. Bij mijn dood was de put nog niet af. Boven op de rand van de put zie ik Egyptenaren met papyrusrollen staan praten en wijzen. Maar ik moet verder hakken, altijd maar hakken. Anderen scheppen de aarde op en weer anderen dragen ze weg in gevlochten manden. Het is heet. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd. Wat een ellendig leven! Wanneer zal dit eindigen? De bewaker heeft een zweep maar ik heb ze hem nooit zien gebruiken, althans niet op mijn lichaam. De hak kan ik nog steeds tekenen; driehoekig van vorm. Ik heb er dertien jaar op gekeken.

's Avonds slapen we in een tent. Voor de tent smeult een vuurtje. Een beetje bijkomen in de koelte van de avond. We zijn geradbraakt. Mijn rug doet zeer. We krijgen rijst en sorgo te eten. Wij slaven vallen steeds als een blok in slaap om de volgende morgen gewekt te worden door een zweepslag op het zeil van de tent. De restjes van gisteravond nog opeten en dan terug, op een drafje, de put in.

Toen mijn 'les' voltooid was, ik was 26, ben ik gewoon ter plekke doodgevallen in de put, de hak nog in de handen. De bewaker gaf nog een zweepslag maar zag dat het nutteloos was. Ik was waarschijnlijk niet de enige of de eerste.

Ik weet, door de regressies, waarom ik slaaf moest zijn. Maar dat is een ander verhaal.

Opzichter in Egypte ~ door Rama Hartgers

Vorig jaar april vroeg mijn jongste zus om met mij een rondreis door Egypte maken. Ik had er geen oren naar omdat ik al 16 jaar niet in een vliegtuig was gestapt en vliegangst had. Toch liet ik me overhalen. Ik keek in mijn boekenkast en vond daar minstens 10 boeken over Egypte die ik in de jaren 90 allemaal gretig gelezen had, maar daarna was vergeten.

Het eerste deel van de reis was een cruise op de Nijl van 5 dagen. De volgende ochtend na aankomst, net na het ontbijt, begonnen mijn darmen te protesteren en vanaf die dag had ik waterdunne ontlasting zonder me ziek te voelen, maar alleen als er een toilet in de buurt was. Tijdens busreizen van zo’n 5 uur hielden mijn darmen zich rustig. Maar eenmaal terug op de boot of in een hotel was het elk uur hollen naar de wc.

Tijdens die reis voelde ik voortdurend verdriet en machteloosheid. Met name t.a.v. de
vele werkezels en paarden. Ik zag overal dieren zonder schaduw, veel te zwaar beladen, met wonden; het hield niet op.

Bij de piramiden van Gizeh viel er zoveel overdonderend verdriet over me heen dat ik daar alleen maar kon huilen. Ik dacht aan al het menselijk lijden en dierenleed dat nodig was geweest om die ene belangrijke persoon maar alles mee te kunnen geven op zijn reis naar het volgende leven.

De laatste dagen verbleven we in een hotel aan de Rode Zee en de laatste ochtend aan het strand hoorde ik een stem: ”Zo gij u gereinigd hebt van zonde en schuld hier begaan, zo ontvangt u terug uw rechten u ontnomen".

Thuisgekomen bleef de diaree aanhouden, maar een onderzoek in het ziekenhuis laboratorium leverde niets op, maar na twee weken met homeopathische ondersteuning werkten mijn darmen weer normaal.

Hierna kreeg ik heldere dromen over mezelf in verschillende levens als ‘baas/opzichter’ bij steengroeven en bij de bouw van de piramiden. Ik onthield de werkers en lastdieren van genoeg schaduw/rust/water en voeding. Het kleine beetje meer macht dat ik bezat misbruikte ik voor mijn eigen aanzien (mijn werkers presteerden meer in minder tijd) maar hun lijden stond daar recht tegenover.

Mijn thema de afgelopen zomer was dan ook hoe ga ik met macht om in dit leven en waar komt mijn ego om de hoek kijken.

Ik heb dit verhaal geschreven omdat ik veel ervaringen lees/hoor over levens als Egyptische prinsessen en priesters; mijn ervaring was een heel andere.

Naar de inhoudsopgave