0 Running Fox Papers april 2004

 

Running Fox Papers

April 2004 ~ Geïnspireerde verhalen

Inhoudsopgave van deze nieuwsbrief

Citaat van de maand:

We zijn wat we denken

We zijn wat we denken
Al wat wij zijn komt op uit
onze gedachten
Met onze gedachten maken we
De wereld

Boeddha

~*~*~*~

Inhoud

Citaat van de maand Boeddha
Geïnspireerd schrijven Hans Brockhuis
Recensie 'Wang-Li' incl. reactie daarop Lulu Wang www.luluwang.nl
Een openbaring van Jezus Gabriela en Reint Gaastra-Levin
Wang-Li Hans Brockhuis
De roep van de Krocus Myriah Krista Walker
Gesprek met een boom Knarfje Kirtan Kaur
Colofon Hoe kan ik mij gratis abonneren?



~*~*~*~

Geïnspireerd schrijven

Hans Brockhuis

Synchroniteiten lijken zich de laatste tijd steeds vaker te manifesteren. Toen ik laatst bedacht dat het goed zou zijn om als thema voor de Papers van april 'geïnspireerd schrijven' te kiezen, kwam er van alles voorbij wat daarop aansluit. Aanvankelijk was het de bedoeling om deze nieuwsbrief weer aan Nieuwetijdskinderen te wijden, maar de omstandigheden wezen een andere richting uit.

Eén van de verhalen in deze nieuwsbrief is getiteld: ‘Wang-Li.’ Het speelt zich af in het China van meer dan 1400 jaar geleden. Toen ik het verhaal aan het papier toevertrouwde was het alsof ik de hele episode herbeleefde. Zie voor meer bijzonderheden mijn antwoord op de recensie van Lulu Wang, elders in deze nieuwsbrief.

Het schrijven van verhalen is een genoegen waaraan ik al meer dan 40 jaar veel plezier beleef. De in eerste instantie eenvoudige en technisch onvolkomen schrijverijen veranderden in de loop der jaren geleidelijk in de tegenwoordige communicaties met een meer ‘waardig’ karakter.

Er was een moment in mijn leven, vandaag op de kop af zeven jaar geleden, dat ik bewust in contact kwam met het ‘bovennatuurlijke’. Schijnbaar vanuit het niets leek het alsof een heldere stem mij een episode dicteerde vanuit één van mijn vorige aanwezigheden hier op aarde, ongeveer 200 jaar geleden. Deze gebeurtenis – zie ‘Thila en Julie’ - markeerde het begin van een gedenkwaardige reis langs vele kusten met hun soms onverklaarbare vergezichten en leidde er tenslotte toe dat ik vele verhalen aan het papier heb kunnen toevertrouwen, waarvan er een aantal zijn te lezen op mijn website.

Tijdens het schrijven van deze verhalen komt het mij voor dat ik heel erg in een staat van samensmelting verkeer met iemand die zich ergens in de ongeziene werelden ophoudt. Zij is een wonderbaarlijk we-Zen, Lady Nada, één van hen die wel eens ‘verheven meesters’ worden genoemd. Nada is welbekend in de metafysieke wereld waarin jij en ik ons plegen te bewegen. Niettegenstaande het feit dat het woord ‘nada’ in vele talen ‘niets’ of ‘leegte’ betekent, is het duidelijk dat datgene wat zij ons te vertellen heeft méér dan dat is, namelijk ‘alles’ of ook: ‘vervuld van volheid’.

Maar dat is niet de complete achtergrond van mijn schrijverijen. Gedurende een groot deel van mijn leven hebben de levens en de werken van hen die soms de ‘Oorspronkelijke Amerikanen’ worden genoemd, mij uitermate gefascineerd. En dan speciaal het Hopi volk, waartoe ik mij altijd op een bijzondere en krachtvolle manier heb aangetrokken gevoeld. Zie Vision Quest.

‘Lang geleden, in een land hier heel ver vandaan’, ergens in de bossen in de buurt van mijn woning, ontmoette ik op een mooie dag een rennende vos, een ‘Running Fox’. Kort daarop realiseerde ik mij dat dit prachtige schepsel mijn totemdier moest zijn en zo kwam het dat dit de naam werd waaronder deze verhalen worden verteld.

Terug naar het hier en nu, naar het verhaal dat zich in China afspeelt. Ik heb aan de schrijfster Lulu Wang – die immers in dat land is geboren – gevraagd of datgene wat ik heb beschreven, met de werkelijkheid overeen komt. Haar antwoord is elders in deze nieuwsbrief toegevoegd en doet mij (met haar) beseffen dat er, toen ik dit verhaal schreef, iets moet zijn gebeurd dat het ‘normale’ schrijven overstijgt. In haar antwoord spreekt Lulu over een geschenk Gods. En natuurlijk is de manier waarop dit verhaal tot stand is gekomen ook een geschenk van de Schepper. Het is daarom dat ik in grote dankbaarheid dit geschenk aanvaard om het met jou, lezer, te delen.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Recensie Wang-Li plus antwoord
Lulu Wang www.luluwang.nl

Van harte dank voor je e-mail van 15 maart jl. Met liefde, bewondering en in zekere zin verwondering heb ik jouw verhaal Wang Li gelezen. Wat diepe indruk op mij gemaakt heeft is het volgende:

a) Het verhaal heeft een mooie inleiding waardoor het gedeelte dat erop volgt, dat zich in China afspeelt, in een brede context is geplaatst. Niet alleen literair maar ook spiritueel gezien indrukwekkend.

b) Het Chinese gedeelte van het verhaal vind ik heel erg mooi. Ben je ooit in China geweest? De beschrijvinen van het landschap en de historische details zijn zo levendig voor mij dat ik mij afvraag hoe een westerling die niet in China is geboren of geweest, noch in deze historische periode heeft geleefd dit verhaal kan vertellen.

Ik heb hier geen kant en klaar antwoord op. Mijn veroeden is dat het een spirituele ervaring voor jou is, dat je het in je geest hebt gezien en dat het een geschenk Gods is. Wat mij het meeste imponeerde is de toonzetting waarin het Chinese verhaal is geschreven. Het heeft een rustige, ingetogen verhalende stijl maar is ook intrigerend en geeft stof tot nadenken. Ik heb veel interessante en boeiende verhalen gelezen. Van dit verhaal kan ik echt niets anders zeggen dan dat het een wonder is.

Ik ben ook maar een mens en wil dit Gods-wonder zo graag begrijpen. Ik weet dat het niet altijd mogelijk is, maar ik doe een poging. Ik wil je feliciteren met dit prachtige verhaal! Graag hoor ik van je hoe je aan dit prachtige verhaal bent gekomen en wat je ermee wilt gaan doen.

Ik wens je heel veel succes met alles wat je onderneemt!

Heel veel liefs,

Lulu.

~*~*~*~

Hallo Lulu,

Volgens mij ben je het wel eens met wat ik heb geschreven over Wang Li. Dat doet me deugd, maar ik word er wel een beetje verlegen van hoor. Ik had in mijn stoutste dromen niet kunnen vermoeden dat je hiervoor zoveel loftuitingen zou hebben. Dank je wel!

Ik ben blij dat het in China spelende gedeelte van het verhaal lijkt te kloppen. Toen ik het schreef - en het grootste gedeelte daarvan schreef ik voordat wij met elkaar in contact kwamen - was het net of ik de hele episode herbeleefde. Het vloeide als het ware als een rivier uit mijn digitale pen. Het stokte alleen toen - zo beleefde ik dat - er een manier moest worden gevonden om de muur te trotseren. Ik wist dat het door de één of andere bijzondere gebeurtenis moest zijn gelukt, maar hóe bleef lange tijd onduidelijk. De zonsverduistering kwam een paar weken geleden op mijn pad toen ik een foto terugvond, die ik een aantal jaren geleden van de toenmalige zonsverduistering had gemaakt. Meteen wist ik dat dit de sleutel zou blijken te zijn.

Nee Lulu, ik ben - althans tijdens mijn huidige reis hier op aarde - nooit in China geweest. Landschap en historie zijn op de één of andere manier tot mij gekomen, hoewel ik later voor zover mogelijk het één en ander heb geverifieerd.


Jij beschouwt dit als een geschenk Gods. En natuurlijk is de manier waarop ik pleeg te schrijven dat ook. Ik noem het alleen anders, omdat ik dit soort verhalen pleeg te rangschikken onder wat ik noem de 'Nada Kronieken,' waarbij Nada staat voor een zogenoemde 'Opgestegen Meesteres', uit het rijtje waarin ook Saint Germain, Jezus de Nazarener, Maria Magdalena, Quan Yin e.v.a. voorkomen. [Misschien ook wel Wang Li?].

Hoe dan ook, het verhaal is geboren en ik ben van plan om het in mijn nieuwsbrief van april en als deel 22 van de Nada Kronieken op mijn website www.runningfox.tk te publiceren. Als je zin hebt, zou je daaraan een bezoek kunnen brengen. Dan zul je zien dat veel van de onder die noemer vallende verhalen steeds vanuit een ander perspectief zijn ge- en beschreven. Wel is het zo dat ik de verhalen steeds heel erg intens beleef terwijl ik ze opschrijf en als het ware deel uitmaak van datgene wat wordt beschreven. Het is voor mij altijd weer een verrassing hoe het afloopt en dat ik het schrijven op deze manier heel erg bezielend vind, behoeft vast geen nader betoog.

Liefde en Licht en Vrede,

Hans Brockhuis.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Een Openbaring van Jezus

Door Gabriela en Reint Gaastra-Levin

Een Openbaring van Jezus naar aanleiding van de film
“The Passion of the Christ”

In ons boek ‘Over de Goddelijkheid van de Mens – Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena’ (ISBN – 9080-747815) www.openbaringen.com, vertelt Jezus dat hij niet voor onze zonden is gestorven – omdat zonden in zijn ogen niet bestaan – en wat de werkelijke betekenis van zijn kruisiging voor de mensheid is. Naar aanleiding van de film ‘The Passion of Christ’ heeft hij ons in een doorgeving aan Gabriela een verdere verdieping over zijn ervaringen en intenties tijdens de kruisiging toevertrouwd. Die prachtige uitleg willen wij graag aan jou doorgeven.

Jezus: “Mijn kruisiging zo’n tweeduizend jaar geleden markeert het einde van een oud tijdperk en het begin van een nieuw. Er zijn momenten in de geschiedenis van de mensheid op Aarde waarop bepaalde bewustzijnaspecten in het kader van het menselijke evolutieproces een extra impuls nodig hebben. Mijn kruisiging was zo’n moment. Op dat moment werd er een poort naar een andere dimensie van bewustzijn voor de mensheid geopend en gepasseerd. Wat geactiveerd diende te worden was het menselijke hart.

Tijdens mijn kruisiging is het Christusbewustzijn, de onvoorwaardelijke liefde, geactiveerd in ieders hart. Dit onderwerp is direct gerelateerd aan het besef van ‘goed en kwaad’. Wat er tijdens mijn kruisiging gebeurde was voor sommige omstanders ‘goed’ en voor sommige betrokkenen ‘kwaad’. Voor mij was het ‘noch goed, noch kwaad’. Dat was het bewustzijn waar ik voor stond en waar ik voor sta; een bewustzijn dat goed of kwaad te boven gaat. Het was mijn missie om boven goed of kwaad te staan, boven dualiteit uit te stijgen.

Zo opende ik een poort naar een hogere dimensie, de dimensie van mededogen. Het was mijn taak om met mijn aandacht ‘in mijn hart te blijven’ en niet te veroordelen. Met liefde blijven kijken zowel naar mezelf, naar mijn geliefden als mijn beulen. Als ik dat kon, zou deze poort worden geopend zodat de gehele mensheid daar doorheen zou kunnen gaan. Ik moest de verleiding weerstaan om mij een slachtoffer te voelen en mij in dualiteit te verliezen.

Door in mijn hart te blijven werd het Christusbewustzijn, de onvoorwaardelijke liefde in mijn eigen hart, volledig geactiveerd, als een vlam. En elke klap die ik kreeg of iedere pijnscheut die ik voelde, activeerde het Christusbewustzijn in mijn hart verder. Om volledig vanuit mijn hart te kunnen blijven leven, moest ik heel beslist aan mijn intentie vasthouden om boven goed en kwaad te willen staan. En om op die manier een verbinding te kunnen zijn tussen hemel en Aarde, om het hemelse bewustzijn naar de mensheid op Aarde te brengen.

Ik fungeerde niet alleen als een katalysator van het Christusbewustzijn in jullie harten, maar ook als een voorbeeld van hoe jullie je intenties kunnen focussen om zelf boven goed en kwaad uit te kunnen stijgen. Dat vraagt om een vastberaden voornemen en het weerstaan van de verleiding om weer de slachtoffer- of daderrol te spelen. Net als ik, kan ieder mens die bewuste keuze maken. In Gethsemane werd de diepe aard en betekenis van mijn missie aan mij geopenbaard vanuit het Goddelijke, het hoogste niveau van bewustzijn. Ik kreeg toen duidelijk te zien waarop ik mijn intentie moest focussen, als een zwaard van licht dat zich een nieuwe weg baant door een jungle van onwetendheid ten aanzien van dualiteit.

Wat ik jullie mensen wilde laten zien, is dat iedereen deze weg kan bewandelen. Je hoeft alleen maar de intentie te hebben om in de onvoorwaardelijke liefde van je hart te blijven. Ik heb mijn kruisiging destijds doorleefd; jullie doorleven ook jullie persoonlijke kruisigingen. Weliswaar veelal op een meer beperkte schaal, maar niettemin met dezelfde voornemens. In allerlei situaties waarin jullie je slachtoffer voelen, krijgen jullie een vergelijkbare uitdaging zoals ik die heb gekregen, het kiezen om in je hart te blijven, de slachtofferrol los te laten en boven goed en kwaad uit te stijgen.

Deze levenssituaties geven jullie de mogelijkheid om jullie hartskracht verder te ontwikkelen, zoals de kruisiging mij de mogelijkheid gaf om mijn hart naar hogere dimensies van Goddelijke liefde te kunnen openen. Er zijn verschillende momenten geweest tijdens de kruisweg en tijdens de kruisiging dat het moeilijk werd voor mij om mijn intentie vast te houden. Ik moest weer een aspect van mijn ego loslaten om een volgende stap in het proces van mijn hartopening te kunnen maken.

Dit is te vergelijken met het oplopen van een trap waarbij ik op elke traptrede een nieuw aspect van mijn ego en mijn angsten moest overwinnen. Door deze trap op te gaan, ben ik boven het menselijke bewustzijnsniveau van dat moment op Aarde uitgestegen. Het is mij gelukt om mijn taak te volbrengen tot de ultieme overgave waarin ik mezelf en alle betrokkenen vanuit een zuiver mededogen kon ervaren. Toen heb ik mijn laatste adem uitgeblazen en het leven op Aarde verlaten. Mijn missie was volbracht. Maria Magdalena heeft als mijn partner het proces van mijn kruisiging ook intens meebeleefd, zodat ook zij haar hart moest openen en zij in plaats van boosheid, veroordeling of verdriet, voor onvoorwaardelijke liefde diende te kiezen. Dat was haar proces om boven goed en kwaad uit te stijgen en haar hart verder te openen.

De nu in de bioscopen draaiende film ‘The Passion of the Christ’ die over mijn kruisiging handelt, is voornamelijk op pijn gefocust. Dit thema daagt jullie mensen uit om in het hart te voelen wat de ware essentie van het kruisigingritueel is geweest. De kruisiging beperkt zich namelijk niet tot een bepaald moment tweeduizend jaar geleden, maar het is een dilemma dat jullie in jullie harten hebben meegenomen. Het collectieve bewustzijn op Aarde dient zich aan om dit dilemma op te lossen en een weg te vinden ‘van dualiteit naar eenheid’ en ‘van pijn naar liefde en mededogen’. Ik verzoek jullie om niet in de pijn te blijven hangen, maar om de weg naar liefde en mededogen te zoeken. Ik, Jezus, vertel jullie dit met de bedoeling om de mensheid te inspireren om die weg te kunnen vinden.

Ik, Jezus, maar ook Maria Magdalena, Maria en mijn andere metgezellen uit de Witte Broeder- en Zusterschap, een groep van spirituele meesters waartoe ik behoor, zijn klaar om jullie te assisteren in deze liefdevolle keuze om een dieper niveau van liefde in jullie hart te ontwikkelen. Roep ons aan wanneer jullie hart daarom vraagt.”

Het boek ‘Over de Goddelijkheid van de mens – Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena’ (Uitgeverij Follow Your Heart - Apeldoorn; ISBN 9080747815) is verkrijgbaar via www.openbaringen.com of via elke boekwinkel. Inmiddels is de tweede druk verschenen. Bovenstaande openbaring zal zijn terug te vinden in Deel II, dat in september 2004 op de markt verschijnt. Gabriela en Reint Gaastra-Levin zijn bereikbaar via reint@followyourheart.nl en (0031)(0)6-53646410.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Wang-Li
Hans Brockhuis

Het is maandagavond 7 april 2003 in de Nederlands Hervormde kerk in Zwaag waar mijn dochter Irene en ik een Lichtcirkelbijeenkomst, geleid door Ellen Sombroek, bijwonen. Daarnaast doet Nienke Riemersma een diepgaande meditatie, waarbij de energie van de schepper luid en duidelijk doorklinkt.

Irene en ik zitten naast elkaar en hebben allebei deze bijzondere avond heel intensief beleefd. Irene vertelt me na afloop dat zij tijdens de bijeenkomst voelde dat er gedurende lange tijd een beschermende hand op haar schouder lag. Zij heeft dat ervaren als heel erg voldoening-gevend. Ikzelf had die ervaring niet; wel in het algemeen het gevoel dat er behalve degenen die fysiek aanwezig waren, ook een groot aantal aanwezigen van de andere kant van de sluiers hun opwachting hadden gemaakt. Zoiets is, zo is mijn ervaring, bij dergelijke bijeenkomsten, evenals bij 'reguliere' kerkdiensten, gebruikelijk.

Na afloop stapt er een dame op Irene en ons af die ik de hele avond aan de andere zijde van de kring, tegenover ons had zien zitten. Ze was mij enkele keren opgevallen en ik had gezien dat zij vaak intensief onze richting uitkeek. Zij verklaart haar gedrag met de boodschap helderziende gaven te bezitten en zegt dat zij iets aan ons heeft te vertellen.

Ze vertelt ons dat ze de hele avond een gestalte heeft waargenomen die, achter ons beiden staande, zijn beschermende handen op onze schouders heeft gelegd om ons het gevoel te geven: ‘alles is goed.’ En inderdaad, alles is uitzonderlijk goed op deze avond.

De gestalte wordt ons beschreven als zijnde een bijzonder breed mens met een Mongools uiterlijk en voorzien van een uitzonderlijk groot hoofd. De verschijning was niet alleen breedgeschouderd, maar het hele lichaam was proportioneel gezien buitengewoon breed. De beelden die ik daarbij kreeg waren van een man met een groot kaal hoofd en een kleine pluk lang zwart haar ongeveer in het midden. Zowel Irene als ik kunnen op dat moment weinig met deze informatie, maar het is wel overduidelijk dat het hier om iets buitengewoon 'goeds' gaat.

Later, onderweg naar huis, hebben wij samen geprobeerd deze wonderbaarlijke ont-moeting te duiden. Van veel eerder is het mij bekend dat ikzelf een incarnatie heb beleefd rond het jaar 600 in de stad Wei-Tschou, toen een belangrijke stad in het grensgebied tussen het toenmalige China en het 'barbarenland' aan de noordkant van de Chinese muur. Tegenwoordig is die stad een onbelangrijke provinciestad, Wei Xian genaamd, in de provincie Hebei met zijn hoofdstad Shijiazuang. De stad is gesitueerd op ca 250 km ten zuidwesten van Beijing. In die tijd bereikt China een cultureel hoogtepunt in zijn vroege geschiedenis, hetgeen wordt bevestigd door het werk van de dichter Wang Wei.

Hoe dan ook, Irene en ik brainstormen verder en we denken dat we indertijd als twee zusjes in een soort kindertehuis, bestemd voor bastaards en verschoppelingen van de plaatselijke Mandarijn, zijn opgevoed. Wij zouden onechte kinderen van deze belangrijke man zijn en om die reden, onzichtbaar voor de buitenwereld, in een groot kaal carrévormig gebouw zijn weggestopt. Het gebouw bezit hoge muren, weinig ramen, een pagode-achtig dak en een kale binnenplaats. Samen met de andere kinderen, wezen, verminkten en anderen die van het gewone volk moeten worden weggehouden, is het ons niet toegestaan om het gebouw te verlaten en wij slijten onze dagen in afzondering. Het voedsel is slecht en alle kinderen worden door de Chinese toezichthouders - allemaal mannen – om de haverklap geslagen en vernederd. De enige uitzondering daarop is een zekere Wang Li, een barbaar volgens de andere wachters, die met zijn monstrueuze uiterlijk duidelijk is begaan met het lot van de twee jonge meisjes. Hij probeert ons te beschermen en te helpen waar dat maar mogelijk is.

Omdat het duidelijk is dat de situatie voor zowel hemzelf als die van de twee kleine meisjes onhoudbaar is, bedenkt hij een plan om te ontsnappen. Dat dit een uiterst gevaarlijke onderneming zal worden moge duidelijk zijn.

Toch lukt het hem op zekere dag om ons in het holst van de nacht het gebouw uit te smokkelen en na heel veel angst, gevaar en ontberingen en vele omzwervingen komen wij terecht bij een hem bekende boerenfamilie, ergens in de provincie. De boer en boerin, die goedkope werkkrachten in het verschiet zien liggen, nemen ons ‘liefderijk’ op en beschouwen ons, ze kunnen zelf geen kinderen krijgen, als hun eigen nageslacht.

Wang Li zelf moet in verband met zijn buitenproportionele uiterlijk overdag binnengehouden worden, om ontdekking te voorkomen. Het zou veel te gevaarlijk zijn wanneer zijn aanwezigheid in het kleine dorp bekend zou worden. Hoewel de boerderij nogal afgelegen ligt, loopt de man veel te veel gevaar om te worden herkend en als dat zou gebeuren staat zijn lot wel vast. Hij zou hoe dan ook, na langdurig te zijn gemarteld, een wisse dood sterven.

Overdag doet Wang Li zijn best om ons te onderwijzen. Hij is zelf nooit naar school geweest maar door zijn uitzonderlijke intelligentie is hij erin geslaagd om zich in een groot aantal onderwerpen te bekwamen. Wat hij weet leert hij ons. Inclusief het duiden van de belangrijkste karakters waaraan de Chinese taal zo rijk is.

Het kan niet uitblijven. Als we wat groter worden, wordt er van ons verwacht dat we meehelpen op de boerderij, maar daarnaast krijgen we - zoveel we maar willen – onderricht van Wang Li. Deze naam kan in het Chinees ‘pakpaard’ betekenen (Het is zijn bijnaam; zijn echte – Mongoolse - naam heeft hij ons nooit verteld). Deze bijzondere en vriendelijke ziel, heeft zich ondanks zijn bijna potsierlijke uiterlijk dat bij velen weerzin opwerpt, op een wonderbaarlijke manier weten te ontwikkelen en is voor ons kinderen een gevoelige, meelevende en gepassioneerde geleerde vriend die, aan wie het maar horen, wil zijn kennis doorgeeft.

Dat de Mandarijn inmiddels niet stilzit moge duidelijk zijn. Vertoornd door de enorme brutaliteit van Wang Li om - hij was uiteindelijk lijfeigene - uit te breken en dan ook nog twee kinderen, die hij dan wel niet erkende, maar die toch deel uitmaakten van zijn nageslacht mee te nemen, stuurt hij, zodra hij daartoe de mogelijkheid heeft, grote aantallen soldaten eerst de stad in en later het platteland op om Wang Li én ons gevangen te nemen en een lesje te leren.

Het is onvermijdelijk dat ook ons dorp wordt aangedaan en geholpen door plaatselijke klokkenluiders, daveren de mannen met ontblootte zwaarden de hoeve binnen waar wij ons bevinden. De boer en zijn vrouw worden onmiddellijk en zonder vorm van proces terechtgesteld maar in het geval van Wang Li is dat andere koek. Door zijn gedrongen postuur en zijn enorme spiermassa's in nek en armen, zijn de tengere soldaten geen partij. Al gauw bijten zij in het stof, maar opnieuw is het voor Wang Li en ons noodzakelijk om te vluchten, want deze voor hem slechte mare zou de Mandarijn in Wei-Tschou natuurlijk spoedig bereiken.

Dan beginnen de ontberingen pas goed. Het landschap in Hebei is kaal en vlak, dus zijn er weinig mogelijkheden om ons te verschuilen. Bovendien wordt het land doorsneden door vele rivieren, die we wadend of zwemmend moeten zien over te steken. We reizen ‘s-nachts onder de sterren en verstoppen ons overdag. Voorbij Xing Taj beginnen de heuvels en daarna de bergen en daar zullen er meer mogelijkheden zijn om een toevluchtsoord te vinden.

Om een lang verhaal kort te maken; na eerst weken in westelijke richting te hebben gelopen, om daarna naar het noordwesten af te buigen, probeert Wang Li met ons de streek te bereiken waar hij vandaan komt. Helaas ligt dat voorbij de grote muur. Het grote probleem, we zijn inmiddels buiten het gebied van de boze Mandarijn beland, is dan ook hoe ongezien over de muur te komen met zijn vele soldaten, zijn wachtposten en in deze roerige tijden, grote garnizoenen.

Hand in hand, met Wang-Li in het midden, lopen de twee kinderen in de richting van de grote muur. Het landschap wordt steeds ruwer en grimmiger en omdat er steeds minder bosschages voorkomen wordt het moeilijker om schuilplaatsen te vinden.

Op een avond, als ze een onderkomen hebben gevonden in een ondiepe grot, vertelt Wang-Li hen dat het uitsluitend overdag mogelijk is om de grote muur te trotseren. Alle poorten, die op afstanden van bijna vier kilometer van elkaar voorkomen, zijn altijd van zonsondergang tot zonsopgang hermetisch afgesloten. Overdag wordt elke poort bewaakt door zwaarbewapende troepen van de mandarijn onder wiens gezag het betreffende onderdeel ressorteert en ook ‘s-nachts wordt elk deel van de onbeklimbare muur voortdurend in de gaten gehouden. De moed zinkt de kinderen in de schoenen. Hoe zouden ze ooit aan de andere zijde van de grote muur kunnen komen en eindelijk van de vrijheid kunnen proeven waarnaar ze al zo lang hebben verlangd?

Desondanks hebben ze grenzeloos vertrouwen in de goedmoedige reus, die hen op zijn onnavolgbare optimistische wijze heeft uitgelegd dat, wanneer de Hogere Machten dat willen, er een weg zal blijken te zijn.

Toch voelen ze zich de volgende morgen verloren in dit woeste land. Er waait een koude noordwesten wind en hoewel de zon uitbundig schijnt en er geen wolkje aan de lucht is, huiveren ze als ze op de top van een heuvel een met hoge rietkragen omzoomd bergmeertje zien blinken waarin de reusachtige muur, die zij nu voor het eerst in zicht krijgen, zich weerspiegelt.

In de verte zien ze een poortgebouw, met een hele horde bewakers en ook op de muur zelf kunnen ze verschillende met pijl-en-boog en lansen bewapende wachten heen en weer zien lopen die – dat is wel duidelijk – vastbesloten zijn om niemand, noch van de ene, noch van de andere zijde doorgang te verlenen.

De kinderen zijn ten einde raad en zelfs Wang-Li trekt eens nadenkend aan zijn sik. Er is geen doorkomen aan, dat is wel duidelijk. “Kom,” zegt hij, “we moeten verder” en behoedzaam lopen ze langs en door het hoge riet, vlak langs het meertje om niet te worden gezien.

Plotseling wordt het een beetje donkerder. Dat is merkwaardig want de lucht is nog steeds wolkenloos! Ze moeten het zich verbeelden. Na enige tijd echter wordt het toch duidelijk dat er iets merkwaardigs aan de hand is. Het wordt echt donkerder en de temperatuur zakt ook merkbaar. De vogels, die tot dan toe luid kwinkelerend hun aanwezigheid kenbaar maken, vallen stil en wanneer ze in de vijver een reflectie van de zon zien oplichten, kunnen ze zien dat er een grote donkere sikkel, als het ware een grote hap, uit de zon is weggenomen!

“Zonsverduistering,” prevelt Wang-Li. “Dit is onze kans. Als we geluk hebben en de verduistering blijkt totaal te zijn, wordt het aardedonker en zullen de wachtposten ongetwijfeld hun aandacht omhoog richten in plaats van op de poort.”

De kinderen krijgen weer een sprankje hoop en als ze vlakbij de torens van het poortgebouw zijn, kunnen ze de wachters op een kluitje zien staan en tussen hun bijna gesloten vingers door, omhoog, naar de zon, zien staan staren. Het is nu bijna donker en de poort staat wijd open!

En precies op het moment dat de zon totaal verduistert, glippen Wang-Li en de kinderen door de poort en bevinden ze zich in het thuisland van de man die in China vaak de grote Barbaar wordt genoemd maar die in werkelijkheid een man van grote eruditie is.

Het is duidelijk dat Wang-Li hier de weg weet en terwijl de zon geleidelijk zijn oorspronkelijke gedaante herneemt, leidt Wang-Li de twee kinderen de vrijheid en een nieuw leven tegemoet…

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

De Roep van de Krocus

Myriah Krista Walker
Vertaling: Mirjam Coumans B.A. en Hans Brockhuis


Het is middag. De hele dag heb ik mijn neiging om een wandeling langs de rivier te maken bedwongen. Zware regens hadden de grond van melk naar bitterzoete chocola omgevormd en door de zachte winden die de aarde tussen de stormen in drogen, is de Aarde terug naar melk gevormd. Het was te nat en stormachtig om buiten te zijn.

Maar nu ben ik rusteloos. Ik wil naar buiten. Een grote donderwolk hangt dreigend boven de cabine. Ik zie hem een kilometer zuidelijker al uitregenen. De optie van mijn regenponcho en paraplu (met metalen punt) verwerp ik, omdat ik er niets voor voel om als bliksemafleider te fungeren.

Vanaf mijn zitje aan het keukenraam zie ik een marmot boven op een grote kei zitten. Doodstil besnuffelt hij de spanning in de lucht. De verwachting ook voelend zucht ik en richt mijn blik naar het zuiden, stroomafwaarts van de rivier. De wind is maar een briesje en ik verlang ernaar in beweging te zijn.

Opeens racet de marmot over het terrein en springt speels op een stapel hout. Hij flitst heen en weer, zorgend dat hij altijd dicht bij de beschutting is voor het geval de wolk haar lading loslaat. Ik sta op en loop door de kamer naar het raam dat uitkijkt op het oosten en het erf. Ik zie een onverwachte plek geel en schiet in mijn jas en laarzen, zonder ook maar één gedachte te besteden aan de donderwolk boven mijn hoofd. De krokussen bloeien en ik móet ze eenvoudigweg van dichtbij bekijken!

Buiten schiet ik over de grasheuvel naar de plaats waar de krokussen staan. Niet één, maar zeventien bloeien er en ze zijn allemaal geel. Een week geleden nog maar was er geen sprietje te zien en vandaag staan ze in volle bloei. Ze staan ingenesteld tussen groene graspollen naast het bosje. Ik trek droog pluimgras weg zodat niets hun bloei in de weg zal staan.


Opeens gluurt de zon door de wolk heen alsof zij gelijktijdig met het pluimgras de wolk wegtrekt. De zon! Hoe fantastisch! De donderwolk is er nog steeds, vol en rijp, maar de zon heeft er een open plek in gebrand. Voor een momentje maar.

Ik ga door met kruiden trekken, nu geïnspireerd. Hoe meer ik trek, des te meer groen er zichtbaar wordt. Ik blijf trekken en haal alles wat blond, grijs en verdroogd is weg. Het lijkt een goed idee om het met de hand te doen in plaats van met een riek. Het is als het zegenen van de Aarde, beantwoord door Haar Vreugde.

Hier een scheut wit wanneer een stuk kwarts zichtbaar wordt, daar een blauwe rots, hier weer het zachte roze van stekelige bloeiende perenbloesems. Als ik blijf trekken, reflecteert er zo nu en dan een onverwacht licht vanaf de grond. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar het maakt me aan het lachen. Ik voel dat ik in een staat van Gelukzalige Harmonie verkeer. Ik zal doorgaan totdat ik moe ben of het gaat regenen. Dit is veel te leuk om te stoppen.

Zoals ik wied, schrijf ik, verhalen componerend, waarbij ik de Vreugde van de natuur kan voelen. Ik veronderstel dat ik tijdens het schrijven ook wied, weglatend wat niet bij de essentie en de kleur van het verhaal hoort. Ik ruik de verse Aarde terwijl natte grond aan wortels blijft plakken die ik zojuist heb losgewrikt. Ik ontdek een goede plek om te zitten en te mediteren die ik niet eerder had opgemerkt. Het erf wordt op deze manier fonkelnieuw.

Ik blijf werken. Het lijkt wel magie als ik zie hoe het erf wordt omgetoverd van blond en grijs naar groen. De donderwolk heeft zichzelf langzaam weg laten drijven, oostwaarts, over de rivier heen, maar vanuit het westen doemt een lange muur van wolken op. Tenslotte word ik moe en op hetzelfde moment dat ik de cabine betreed, steekt de wind op. Een half uur later begint het te regenen. De krokussen drinken diep in hun groene bedden. Zelfvoldaan hoor ik hun sirenen-gezang.

Gedurende de nacht zakt de temperatuur en de regen transformeert zichzelf in sneeuw. Tegen de ochtend zijn de krokussen bedekt met dertig centimeter sneeuw. De eekhoorns en ik doen een winterslaap totdat het warm genoeg is om weer naar buiten te gaan om te spelen. Het is gewoon een nieuwe dag in het paradijs.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Gesprek met een boom

Knarfje Kirtan-Kaur

Het was op een zaterdagnamiddag in oktober. Buiten begon het al wat frisser te worden, maar het was zonnig en dus goed wandelweer. Ik heb de gewoonte om foto's te maken tijdens mijn wandelingen en op een bepaald moment zag ik kleine vlindertjes rondfladderen.

Daar wilde ik meer van weten en ging erachteraan met mijn fototoestel. Bijna ongemerkt kwam ik aan de rand van het bos. Het was heerlijk om daar te zijn; uit de wind en in de zon. Ik zocht een stevige boom uit en vroeg hem of ik bij hem mocht komen zitten. Dat was goed. Toen vroeg ik hem of ik zijn wortels mocht gebruiken om te Aarden en zijn takken en kruin om wat Zonlicht en energie uit de lucht op te vangen.

Zo werd ik één met de boom. De boom vertelde me dat hij hier al jarenlang stond, samen met zijn vrienden. In weer en wind, bij zon en regen. Hij vertelde me hoe standvastig ze bleven, zelfs bij de hevigste stormen, doordat ze goed en diep waren geaard. Ook vertelde hij me dat een boom een zeer geduldig wezen is.

“Je ziet ons niet groeien, maar toch krijgen we er elk jaar een ring bij. Pas over een paar jaar zal je het verschil kunnen zien en zal je merken dat we weer wat groter en steviger zijn geworden. Zo gaat het ook met jouw spirituele groei. Je groeit voortdurend, maar je merkt het niet zo; het gaat bijna zoals met ons, elk jaar een beetje groter en sterker. Als je dan terugkijkt zie je pas hoeveel je bent gegroeid. Heb geduld en wees standvastig bij elke storm; je komt er wel!”

Daar was ik wel even stil van. Ik bedankte de boom, stond op en was weer een beetje wijzer geworden.

~*~*~*~

Knarfje, de auteur van dit artikel, zou graag in contact willen komen met ‘kluizenaars’ zoals zijzelf; mensen die ontwaken en een beetje bang zijn om naar buiten te treden. Het is haar bedoeling om met elkaar te proberen elkaar daar overheen te helpen.

Zij woont in de omgeving van Peer (Belgisch Limburg) en wil graag samen met geestverwanten mediteren, spreken over ervaringen, spirituele ervaringen uitwisselen en als het kan mantra's zingen.

Ieder die zich hiertoe aangetrokken voelt en in de niet te verre omgeving van Peer woont – België of Nederland – kan mailen naar Knarfje op het E-mailadres van Knarfje Zij wil graag op deze wijze contacten leggen en zien wat eruit voortkomt.

~*~*~*~

De volgende tekst van Lao Tse helpt Knarfje op moeilijke momenten; zo zou zij haar spirituele loopbaan ook willen beginnen.

Pak het moeilijke aan
als het nog gemakkelijk is
Doe het grote
als het nog klein is

Al wat zwaar is op aarde
begint steeds als iets lichts
Al wat groot is op aarde
begint steeds als iets kleins


Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~