0 Running Fox Papers mei 2005

Running Fox Papers

5e Jaargang nummer 30 ~ mei 2005 ~ Een pad om te volgen

Inhoudsopgave van deze nieuwsbrief

Citaat van de maand:

Ieder mens heeft een ziel

Ieder mens heeft een ziel en een geweten, die volkomen zuiver zijn.

De schijn is immers een product van het verstand, datzelfde verstand, dat ook de zijde van de waarheid kan kiezen.

F. de Clercq Zubli

 

~*~*~*~

Inhoud

Citaat van de maand Ieder mens heeft een ziel
Een pad om te volgen Inleiding
Iedere week reis ik

Hans Brockhuis

Verstrengeld Jill Kramer Bryant
Het verhaal van de twee handen Marjo Dohmen
New energy paintings [buiten verantwoordelijkheid van RF] Karina Takes
Definest [buiten verantwoordelijkheid van RF] Ursula Aerts
Colofon Hoe kan ik mij abonneren op deze papers?

~*~*~*~

Een pad om te volgen.

Ooit was ik padvinder. Scout zeggen ze tegenwoordig. Indertijd hielden we ons bezig met allerhande interessante zaken, zoals spoorzoeken, touwverbindingen maken, radio zend- en ontvangapparatuur en natuurlijk het jaarlijkse zomerkamp in plaatsen als Ommen of Zeist. Het was een mooie en leerzame periode.

Over het feit dat deze periode ertoe heeft bijgedragen dat het vormen van de persoon die ik thans ben plaatsvond, hoeft niet verder te worden uitgewijd. In feite, zo realiseer ik mij, doe ik tegenwoordig niet veel anders. Het volgen van mijn eigen pad, het maken van verbindingen tussen vele zielen, het zenden en ontvangen middels het medium dat Internet heet en zo nu en dan terug naar de natuur; het leggen van contacten met dieren- en plantenrijk. Ook dit is een mooie en leerzame periode.

Binnenkort wordt daar een dimensie aan toegevoegd. Samen met mijn echtgenote zal ik weldra mijn langverwachte zoektocht aanvangen in de V.S. In Noord-Amerika zullen wij een voor ons nieuw pad zoeken, we zullen verbindingen maken met de oorspronkelijke Amerikanen, met name de Hopi, wij zullen in Internetcafés contact houden met de achterban in Nederland. Kortom; wij houden als het ware ons zomerkamp in ‘de Nieuwe Wereld’.

Deze nieuwsbrief is gewijd aan het volgen van je pad. Ik wens je daarbij veel genoegen en ik spreek je weer in juni, wanneer wij – vol van verhalen – ons Amerikaanse pad gevonden zullen hebben.

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Iedere week reis ik

Hans Brockhuis

Iedere week reis ik met de trein van Leiden naar Alkmaar om op mijn kleinkinderen te passen. Meestal gebeurt er niet veel bijzonders maar op deze gedenkwaardige ochtend is dat wel het geval.

Ik kijk uit het raam. Boven de bollenvelden, wit door de gevallen sneeuw, is de lucht helderblauw. Er is slechts een enkele wolk, die met de trein mee lijkt te zweven. Tot mijn verbazing neemt de wolk de gestalte aan van een vrouw met lange golvende haren. Ze glimlacht en gaat tegenover me zitten op de lege bank in de niet erg volle trein.

De vrouw glimlacht weer, reikt me de hand en zegt: “Aangenaam, mijn naam is Nada. Het is plezierig om op deze wijze mijn kroniekschrijver te kunnen ontmoeten.”

Haar aanwezigheid is bijna tastbaar. Het wonderlijke is dat ik hierover helemaal niet verrast ben. De cadans van de trein die zijn lied samen met de rails zingt en het vertrouwelijke dat Nada uitstraalt, lijken zich te verbinden en de warmte, aandacht en het bijzondere van deze onverwachte situatie laten geen ruimte over voor twijfel.

Nada glimlacht opnieuw en zegt dat zij een verhaal te vertellen heeft dat antwoord geeft op de vragen waarmee ik de laatste tijd rondloop. Misschien wil ik het wel opschrijven en doorgeven aan mijn lezers? Vanzelfsprekend stem ik toe en ik luister geboeid naar datgene wat zij mij te vertellen heeft.

vervolg

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Verstrengeld

Jill Kramer Bryant

Opnieuw valt de sneeuw gestadig omlaag; de lucht is mistig en grijs en terwijl de sneeuwvlokken de witte grond bedekken, dwalen mijn gedachten af alsof elk denkbeeld dat mijn geest beroerd zachtjes wordt meegevoerd met elke sneeuwvlok. Het is een lange weg geweest. De sneeuw draait en krult, meegenomen door de wind en ik ga terug in de tijd naar die koude herfstavond toen we elkaar voor het eerst ontmoetten op 4 oktober 2002.

Het was een vreemde avond en toen de laatste klanten uit het restaurant waren vertrokken om naar huis te gaan veranderden de gespreksonderwerpen van koetjes en kalfjes naar betekenisvollere zaken. Maar laat ik me even voorstellen; mijn naam is Victoria. Ik weet echt niet waarom het onderwerp spiritualisme was aangesneden. Ik kende Elisabeth al geruime tijd en sinds ik in het dorp een klein huisje aan zee had gekocht, was ik regelmatig bij Elisabeth en Tony gaan eten. Je kon er niet omheen dat het restaurant een beetje ánders was. Via het roddelcircuit in het dorp hoorde ik dat Elisabeth héél anders was dan de plaatselijke boerenbevolking. Sommigen fluisterden zelfs dat zij een heks was. Op een grappige manier leek zij daar inderdaad op met haar mollige voorkomen dat als zij lachte in het ritme mee schudde en met haar kleine heldere ogen die feeëriek oplichtten als ze sprak over onderwerpen waarin ze was geïnteresseerd. En dat is precies wat er voorviel op die koude herfstavond. Ik kan ons weer zien zitten, gebogen over de orakelkaarten. Ik herinner mij dat ik de kaart: ‘loslaten’ trok en het plaatje dat het vertoonde een doodlopende weg was. Ik begreep toen niet wat het betekende, hoewel het me nu maar al te duidelijk is.

Vervolg

Naar de inhoudsopgave

~*~*~*~

Het verhaal van de twee handen

Marjo Dohmen

Nacht.
’t Was nacht.
Een nacht als vele andere en toch een andere nacht.
En op het plein, naast het huis, stonden de acacia’s.
Roerloos, als wilden zij de sterren die aan de takken hingen, niet verliezen.
En in de verte die geen verte was, aan een hemel die geen hemel was, hing bewegingloos de maan.
En alles was rust.
En in het huis naast het plein, in de kamer naast de acacia’s, zat de vrouw in stilte.
In haar stilte die tevens de stilte was van zovele anderen.
En ze hield het hoofd geheven, het lichaam recht en roerloos, de handen gevouwen in haar schoot.
En haar hoofd was in stilte, haar lichaam was in stilte, haar handen waren in stilte.
Maar er was geen stilte in haar.
En alles was onrust.
En in haar stilte, die tevens de stilte was van zovele anderen, begonnen haar handen, als maakten zij niet langer deel uit van haar, een eigen leven te leiden.

vervolg

Naar de inhoudsopgave