Lady Master Nada

Lady Nada

Iedere week reis ik...

De Nada Kronieken

deel 17

 


Iedere week reis ik met de trein van Leiden naar Alkmaar om op mijn kleinkinderen te passen. Meestal gebeurt er niet veel bijzonders maar op deze gedenkwaardige ochtend is dat wel het geval.

Ik kijk uit het raam. Boven de bollenvelden, wit door de gevallen sneeuw, is de lucht helderblauw. Er is slechts een enkele wolk, die met de trein mee lijkt te zweven. Tot mijn verbazing neemt de wolk de gestalte aan van een vrouw met lange golvende haren. Ze glimlacht en gaat tegenover me zitten op de lege bank in de niet erg volle trein.

De vrouw glimlacht weer, reikt me de hand en zegt: “Aangenaam, mijn naam is Nada. Het is plezierig om op deze wijze mijn kroniekschrijver te kunnen ontmoeten.”

Haar aanwezigheid is bijna tastbaar. Het wonderlijke is dat ik hierover helemaal niet verrast ben. De cadans van de trein die zijn lied samen met de rails zingt en het vertrouwelijke dat Nada uitstraalt, lijken zich te verbinden en de warmte, aandacht en het bijzondere van deze onverwachte situatie laten geen ruimte over voor twijfel.

Nada glimlacht opnieuw en zegt dat zij een verhaal te vertellen heeft dat antwoord geeft op de vragen waarmee ik de laatste tijd rondloop. Misschien wil ik het wel opschrijven en doorgeven aan mijn lezers? Vanzelfsprekend stem ik toe en ik luister geboeid naar datgene wat zij mij te vertellen heeft.

“Op het moment,” begint Nada haar relaas, “is er zoveel discussie gaande in de wereld dat je zou verwachten dat het niet lang meer zal duren of de hele samenleving stort in elkaar en anarchie en ontreddering krijgen de overhand. Toch is dat maar schijn. Natuurlijk, er is geweld in de wereld en dat lijkt zich alleen maar uit te breiden. Er is een debat gaande over wat de mensen in dit land zinloos geweld noemen. Maar ik zeg dit; geweld is per definitie zinloos. Waarom erop slaan als je het ergens niet mee eens bent? Waarom kwaad met kwaad vergelden? Wat is het doel van een oorlog, terwijl je verkondigt dat je die bent begonnen om de vrede te handhaven?“

“Toch heeft al deze tweedracht een functie. Het is goedheid, liefde en eenheid, vanuit welke kwaliteiten het mensdom, waarbij inbegrepen degenen die zich waar dan ook elders in het universum bevinden, existeert. Die Liefde begint zodanig terrein te winnen dat het evident is dat de tegengestelde krachten zich onstuimig gaan roeren. Denk maar aan een kat die in het nauw is gebracht. Hij zal zich heftig verzetten tegen alles wat in zijn buurt komt. Hij zal zijn klauwen uitslaan en ogenblikkelijk veranderen van het lieve katje dat ligt te spinnen bij de haard, in een woedende leeuw die er alles aan doet om zijn vijand te verwonden of te doden, om zichzelf te kunnen redden.”

“Is dat erg? Voor de achtergeblevenen is sterven iets onverbiddelijks, iets onomkeerbaars, de klok kan niet worden teruggedraaid. Dat kunnen vele mensen niet bevatten. De meeste mensen blijven altijd zoeken naar mogelijkheden om de gang van zaken voor zichzelf, voor hun familie, voor hun landgenoten, te verbeteren, te zorgen dat het soepeler loopt, of domweg om het gebeurde terug te draaien. In het geval van sterven is dat niet mogelijk. Doodgaan is de enige zekerheid op aarde, maar wanneer je de mogelijkheid hebt om dat vanuit een breder perspectief te observeren, zul je zien dat het mogelijk is om ook aan sterven ‘iets te doen’. Dat is, onder andere, het zoeken naar en het geven van vergiffenis.”

“Probeer je ‘zijn’ eens uit te breiden om dit vanuit ‘de andere wereld, het hiernamaals, de hemel, het nirwana, boven’ of hoe je het ook wilt noemen, te beschouwen. Wanneer er op aarde, of waar dan ook, iemand overlijdt, overgaat, wordt tegelijkertijd dezelfde geest aan ‘onze’ kant van de sluier ruimhartig ontvangen. Hij of zij wordt hier als het ware herboren en dat is altijd weer een feestje waard. Tussen twee haakjes, wij zijn hier gek op feestjes, maar anders dan op aarde wordt er hier bij zo’n gelegenheid niet zoveel gedronken. Grapje.”

“Als je eenmaal weet dat de ziel na het verscheiden in Liefde wordt opgevangen en geleid naar een plaats waar hij kan uitrusten van de vermoeienissen van het leven, wordt het hele concept van leven en sterven in een heel ander licht geplaatst. Zo kun je na verloop van tijd voor jezelf het verlies van jouw dierbare verwerken. Natuurlijk is de fysieke aanwezigheid gestopt. Abrupt, of gedurende een periode waarin het langzamerhand duidelijk is geworden dat je geliefde zodanig aan het aftakelen is dat het onvermijdelijk wordt dat er op een dag een eind aan diens leven zal komen.”

“Het moment van overlijden is altijd een schok, nooit welkom en meestal traumatisch van aard. Dan kan het niet anders dan dat je ontroostbaar, of op zijn minst verdrietig bent. Wanneer je na langere of kortere tijd over de ergste schok heen bent, wanneer je die mogelijkheid hebt, dan komt er misschien een moment dat je gaat beseffen dat die persoon dan misschien wel ‘te’ jong is gestorven naar alle geldende normen, maar dat het voor de geest die eens die persoon was misschien wel een bevrijding was om niet meer in dit ‘ondermaanse’ te hoeven existeren.”

“Ik weet het, geen enkel ‘geval’ is vergelijkbaar, maar er zijn vaak overeenkomsten. “Waarom hij?”. “Waarom is zij zo jong gestorven; zij had nog een heel leven voor zich!”. “Hij heeft deze slopende ziekte niet verdiend!”. “Nou die is er gemakkelijk vanaf gekomen; zij heeft er helemaal niets van gemerkt.”. Dat zijn enkele gedachten die naar boven kunnen komen wanneer er afscheid moet worden genomen van iemand van wie we zielsveel houden.”

“Toch heeft het moment dat een ziel overgaat een betekenis, een doel. Waarschijnlijk ongrijpbaar voor de achtergeblevenen, maar het heeft wel degelijk een bedoeling. Misschien was het genoeg. Misschien waren de lessen geleerd, misschien was de geest zo moe dat het hoog tijd was om te gaan uitrusten en te wachten op een volgende gelegenheid om op aarde te leven. Er kunnen een groot aantal redenen ten grondslag liggen aan het moment van overlijden van een willekeurig persoon en wanneer je dat kunt beseffen, wordt het gemakkelijker om vergiffenis te schenken.”

“Wees ervan overtuigd, dat degene die we liefhadden aan de andere zijde van de sluiers voortleeft en vaak moeite doet om dat kenbaar te maken aan degenen die achterbleven. Jij hebt dat zelf aan den lijve ondervonden toen jouw overleden dochter Judith aan je verscheen. Wat een heerlijk moment was dat. Jouw verblufte, blije, ontroerde gezicht zal ons altijd bijblijven. Dat was een verhelderend moment voor jou en het werd mogelijk om te beginnen met vergeven. Om ‘Onze Lieve Heer’ te vergeven dat hij het jou en je vrouw had ‘aangedaan’ om Judith zo plotsklaps uit jullie leven weg te rukken. Want dat was waar het toen nog om ging. Jullie waren en zijn ook nu nog een beetje boos en verdrietig om ‘wat jullie is overkomen.’ Ik kan dat heel goed begrijpen. Ik weet het. Het was een harde les, maar wanneer het voor jullie tijd zal zijn om zelf over te gaan, zal jullie duidelijk worden gemaakt waarom zij al hier is, want dit is niet de plaats om op dit soort details in te gaan.”

“Vergiffenis is natuurlijk nog veel meer. Wanneer je hebt geleerd om vergiffenis te schenken in zaken die leven en dood overstijgen, wordt het voor jezelf toch een beetje gemakkelijker om in zaken die alleen maar leven aangaan, of alleen maar materiele zaken, ook vergiffenis te kunnen schenken. Vergiffenis is een uiting van Liefde en Liefde is zoals je weet, datgene waar het leven, zowel ‘boven’ als ‘beneden’ om draait...”

Langzaam rijdt de trein station Haarlem binnen. Nada is verdwenen. Op de plaats tegenover me komt een oudere heer te zitten die me beleefd groet, een krant uit zijn aktetas pakt en begint te lezen, zodat ik de gelegenheid heb om alles te verwerken dat ik zojuist heb ervaren.

Over een uurtje ben ik bij één van mijn andere dochters en haar kinderen. Ik zal de oudste van de peuterspeelzaal afhalen en samen met de anderen zullen we wandelen en spelen op het speelterrein. Ook deze jonge kinderen staan temidden van een lange reis, die steeds onderbroken is geweest door een verblijf aan de andere kant van de sluiers. Nu zullen ook zij trachten om weer verder te gaan op dit pad om die lessen te leren waarvoor zij, bij aanvang van hun nieuwe leven, hebben ‘getekend.’ Onvermijdelijk zal er ook voor deze zielen een moment van afscheid aanbreken en zij die dan achterblijven zullen, ondanks hun grote en begrijpelijke verdriet, hopelijk hebben ontdekt dat er leven na de dood is, zoals dat zo prachtig door Freek de Jonge wordt bezongen. Hopelijk hebben zij dan ontdekt dat er op dat moment weer een ziel zal worden geboren in de ‘andere’ wereld.

Dit was het verhaal van Nada en ik ben uiterst dankbaar dat zij al deze waarheden, die ik op een bepaald niveau natuurlijk al kende, met mij heeft willen delen, zodat het mogelijk is om ze aan u, lezer, door te geven.