Rivier

Voorbij de Rivier

 

De Nada Kronieken, deel 20


Je loopt door een bos. Soms is het warm; soms is het koud. Je bent op blote voeten, maar de grond is van tijd tot tijd ongelijk. Stenen liggen op je pad en zo nu en dan lijkt het spoor te zijn verdwenen. Toch komt het ook voor dat alles mooi en goed lijkt; dan is het spoor bemost met hier en daar bloemen en je kunt de vogels hun wonderbaarlijke liederen horen zingen.

Je draagt een rugzak. Er zitten drie dingen in. Het eerste is voedsel, want het kan zijn dat je geen voedsel zal kunnen vinden. Ten tweede zijn er laarzen voor wanneer de weg te glibberig wordt, of overgroeid met doorns en bossages, zodat je je voeten zult kunnen beschermen.

Het derde, de zwaarste last die je meedraagt, is je verleden. Op sommige van de spullen uit het verleden in je rugzak kun je met tevredenheid terugkijken. Toch zijn er andere dingen die je met schaamte of zorg vervullen, of zelfs wanhoop, en je vindt het niet prettig je deze dingen te herinneren. Er zitten zelfs zaken vanuit het verleden in de zak die je vergeten lijkt te zijn. Misschien hebben zij al te zeer een indruk op je ziel achtergelaten, en daarom schijnen ze te zijn verborgen in de nevel van vergetelheid.

Toch zijn het de zwaarste lasten die één zijn geworden met je ziel. Het zijn herinneringen die komen en gaan en die je last bezorgen wanneer je ze het minste verwacht. Het zijn herinneringen waar je zo spoedig mogelijk afstand van wenst te doen. Wanneer deze herinneringen de kop opsteken, lijkt je pad te slingeren en omhoog en omlaag te gaan langs duistere hellingen, en je voelt je alsof je verloren bent en zonder enige ondersteuning. Je voelt je zo enorm alleen, dat je nauwelijks kunt ademhalen. Op dit punt van de weg lijkt het alsof je einddoel voor altijd voor je is afgesneden.

Maar dat is niet het geval. Je bent nooit alleen. Je bent nooit alleen. Er zijn altijd diegenen om je heen die je willen helpen, je leiden en je een mogelijke uitweg tonen.

Dan, onverwachts, stuit je pad op een snel stromende rivier die je weg lijkt te blokkeren. Je kunt de bemoste oever aan de overzijde zien, en vele gekleurde bomen overladen met fruit. Er zijn dieren die daar rondlopen onder een milde zon, met bomen die schaduw geven aan alle wezens die zich daar verzameld hebben.

Er is maar één vraag die bij je opkomt en dat is: hoe kom ik daar? De rivier is gezwollen en te diep en snel om doorheen te waden. Je kijkt om je heen en vindt een lange brede tak van een boom die vlakbij staat, die op de grond is gevallen. Een beetje verderop liggen een paar houten planken die iemand heeft achtergelaten en wat touw, maar verder is er geen nuttig gereedschap aanwezig.

Je gaat zitten op een kleun heuveltje aan de oever en begint na te denken. Met de planken en het touw zou je een vlot kunnen maken, maar die zou te klein zijn om je te dragen. Je zou de tak over de rivier kunnen leggen, maar met het gewicht van jou en je rugzak, zou die ook niet sterk genoeg zijn om je te ondersteunen.

Het wordt al snel duidelijk dat er keuzes gemaakt dienen te worden. De grote vraag heb je al beantwoord. Je moet en zal naar de andere kant komen. Je voelt dat dat van het grootste belang is. Hoe er te komen is een andere zaak.

Je vraagt je af hoe je je pak lichter zou kunnen maken. De eerste keuze die je moet maken is: “Heb ik het voedsel dat ik heb meegebracht nog nodig?” En je antwoord is nee. De overvloed aan voedsel aan de overzijde maakt de drie overgebleven korsten brood voor jou nutteloos. Dus besluit je om een stuk in het water te gooien. Dat doe je en je ziet dat een vis het vangt en dan weet je dat deze hongerige vis gelukkig is met en dankbaar voor dit voedsel. Dan werp je het tweede stuk de lucht is, waar het wordt gevangen door een meeuw. Dan leg je het laatste stukje brood naast je op de grond, waar een groot aantal blije mieren het meenemen.

Nu moet er een tweede keuze worden gemaakt. Wat te doen met de laarzen? De andere oever is bedekt met zachte bemoste aarde, dus ziet het ernaar uit dat je die niet meer nodig zult hebben. Je besluit de laarzen achter te laten voor de eerlijke vinder. Je weet dat je een goede keus hebt gemaakt.

Tenslotte moet er een laatste grote keus worden gemaakt. Je realiseert je dat je de andere kant slechts kan bereiken als je de last achter je laat van alles wat in je zak is verborgen: alle herinneringen uit het verleden waar je nog steeds last van hebt. Bovendien begrijp je dat je daar aan de overzijde geen profijt meer van zult hebben. Dat begrip geeft je een warm gevoel van binnen. Het is een gevoel van liefde – licht en bevrijding – vol van vrede en harmonie.

De volgende gedachte sluipt je geest binnen: “Ik zou een klein vlot kunnen maken om de knapzak op te zetten.” Dus maak je dit kleine vlot en als het klaar is, plaats je de rugzak erop. Je zegent het en bedankt alle acties van het verleden voor wat ze voor jou hebben betekend en je zegt ze dat je niet langer baat bij ze hebt. Je zendt het verleden weg op de golven en kijkt ze na, terwijl het vlot verder en verder wegdrijft, totdat het tenslotte is verdwenen in de ruimte.

Je voelt je buitengewoon licht, en vredevol. Je voelt je mooi omdat je weet dat alle lasten van het verleden je niet meer in de weg zullen zitten. Je dankt de schepper dat je zo gelukkig bent geweest om dit wondervolle verleden te mogen ondervinden. Je kunt je alles herinneren, maar toch hindert het je nu helemaal niet meer. In vreugde en blijdschap schreeuw je het uit omdat je nu zo vrij bent.

Nu is het tijd om werkelijk de rivier over te steken. Je legt de tak erover heen en op dat moment zijn de wateren plotseling niet meer zo gezwollen. De golven vlakken af en de oppervlakte wordt glad. Je glimlacht als je je realiseert dat als je het maar zou proberen, je in staat zou zijn om over het water heen te lopen naar de andere kant van de rivier. Maar dan realiseer je je dat er nog steeds een beetje van de oude jij in je systeem is overgebleven en je besluit om over je zelfgemaakte brug over te steken.

Op hetzelfde moment dat je de andere kant bereikt, zie je X, die zich haast om je te begroeten. Hij/zij omarmt je en zegt: “Welkom, welkom op deze oever.” Je kijkt om je heen en ziet vele mensen die zijn gekomen om je te begroeten. Veel van hen herken je ogenblikkelijk. Anderen komen je bekend voor maar hun namen schieten je even niet te binnen. Maar allemaal stralen ze liefde naar je uit en je voelt je vreugdevol en dankbaar.

Toch aarzel je. “Welk land is dit?” vraag je. “Ben ik overgegaan? Is dit de hemel?” Omdat het hier zo anders aanvoelt van alles wat je eerder hebt ervaren gedurende jouw leven, kan dit zeker niet de aarde zijn, waar alles zo veel zwaarder is en minder kleurrijk.

“Nee hoor,” antwoordt X.“ Dit is alleen maar een ander bestaansniveau, maar omdat jij zojuist jouw grote beslissing hebt genomen, ben je nu in staat om alles letterlijk in een ander daglicht te zien. Je bent nu beter in staat om het goede in andere mensen te herkennen. Je was gewend om naar de zogenaamde negatieve kant van de medaille te kijken, maar nu ben je meer onbevooroordeeld en kun je je leven op een meer onspannen manier leven dan voorheen.”

“Wij allemaal hier feliciteren jou dat je het voor jezelf mogelijk hebt gemaakt om deze stap te zetten. Je kunt trots op jezelf zijn voor het maken van deze grote beslissing. Natuurlijk was er gereedschap beschikbaar die je hielp om over te steken, maar dit gereedschap, en alle andere uitrusting die je gedurende je leven is aangereikt, was precies dat, gereedschap. Dat gereedschap is nutteloos zonder een bekwame hand om het te hanteren.”

“En nu, geliefde, vraag ik je om aan je nieuwe leven te beginnen. Groet alle mensen die hier verzameld zijn en zeg ze dat je hen van nu af aan op een andere wijze tegemoet zal treden. De weg van de plaats voorbij de rivier…”